Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het erfdeel van een erfgenaam na een ouderlijke boedelverdeling opeisbaar was geworden.

Appellante voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat van haar kant onvoldoende gegevens zijn verstrekt om de omvang en de samenstelling van de nalatenschap van erflater vast te stellen.

Erflaatster was executeur in de nalatenschap van erflater en was gehouden om een boedelbeschrijving op te stellen.

Dat heeft zij niet gedaan.

De nadelige gevolgen van haar verzuim mogen niet voor rekening van appellante komen.

Dit verzuim dient voor rekening te komen van de executeur c.q. haar rechtsopvolgers, te weten geïntimeerden.

Appellante voert daarbij nog aan dat zij voldoende gegevens heeft verschaft aan de hand waarvan de omvang en de samenstelling van de nalatenschap van erflater kan worden gereconstrueerd.

De beschikbare gegevens, waaronder diverse bankafschriften, bieden voldoende aanknopingspunten om te komen tot vaststelling van het erfdeel in goede justitie, zoals gevorderd.

Daarbij dient ook in aanmerking genomen te worden dat erflater een omvangrijk bedrag van zijn zus heeft geërfd en dat daarop een uitsluitingsclausule van toepassing was.

Aangenomen moet worden dat de gelden die tot kort voor het overlijden van erflater op zijn rekening stonden, kunnen worden toegerekend aan die erfenis dan wel het restant vormden van die erfenis.

Geïntimeerden sluiten zich aan bij de overweging van de rechtbank.

Zij wijzen erop dat voor het vaststellen van de hoogte van de vordering van de erfgenamen op erflaatster gegevens nodig zijn over het exacte saldo van de nalatenschap van erflater: activa verminderd met ieders aandeel in kosten van begrafenis, boedelkosten en successierechten.

Bovendien zijn gegevens nodig over het exacte saldo van de waarde van de huwelijksgoederengemeenschap van erflater en erflaatster.

Op grond van artikel 5 van de tussen hen geldende huwelijkse voorwaarden moest bij overlijden van erflater worden afgerekend alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren getrouwd.

Zij betwisten dat de verplichtingen uit hoofde van de taak als executeur, zoals die op erflaatster rustten, vererven.

Erfrecht. Is het erfdeel van erfgenaam na ouderlijke boedelverdeling opeisbaar geworden? Omvang van nalatenschap is nooit vastgesteld. Boedelbeschrijving. Verzuim van executeur?

De rechter oordeelt als volgt.

De vraag die moet worden beantwoord is of appellante een vordering op erflaatster had en zo ja, wat de omvang van die vordering is.

Daarvoor is het noodzakelijk dat per sterfdatum de nalatenschap van erflater een batig saldo had.

Er dient dan ook inzicht te bestaan in de afwikkeling van de in de huwelijkse voorwaarden opgenomen slotafrekening bij overlijden en in het eventuele privévermogen van erflater.

Daarnaast dienen de schulden per sterfdatum alsmede de begrafenis- of crematiekosten en overige boedelschulden in aanmerking te worden genomen.

Vast staat dat door erflaatster als executeur geen boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater is opgemaakt en dat geen aangifte is gedaan voor de erfbelasting.

De vordering van de erfgenamen is destijds niet vastgesteld.

De bewijslast van de door appellante gestelde vordering en de omvang daarvan ligt bij haar.

Het hof begrijpt uit haar stelling dat het verzuim van erflaatster om na het overlijden van erflater de benodigde stukken op te maken voor rekening van erflaatster dient te komen – en thans voor rekening van geïntimeerden – dat zij zich verzet tegen deze bewijslast.

Het betoog van appellante gaat echter naar het oordeel van het hof niet op.

In de eerste plaats geldt dat de taak van de executeur eindigt bij zijn overlijden (art. 4:149 lid 1 onder c BW).

De verplichting van de executeur om een boedelbeschrijving op te maken is dan ook in ieder geval bij overlijden van erflaatster geëindigd en deze verplichting gaat niet over op haar erfgenamen c.q. vereffenaars van haar nalatenschap, geïntimeerden.

Een mogelijk verwijt jegens de executeur kan dus niet aan geïntimeerden worden tegen geworpen.

Verder verwijst het hof naar het testament van erflater, waarin in artikel C.1. is bepaald dat de waardering van de goederen van zijn nalatenschap zal moeten geschieden in onderling overleg binnen acht maanden na zijn overlijden en bij gebreke van overeenstemming daaromtrent op de wijze als door de wet is voorgeschreven voor verdeling van gemeenschappen, zulks op verzoek van de meest gerede partij.

Appellante heeft ter zitting aangegeven dat zij na het overlijden van erflater verschillende gesprekken heeft gehad met erflaatster over de nalatenschap van erflater.

Nu dit overleg kennelijk niet tot overeenstemming over haar vordering heeft geleid, had appellante de bevoegdheid de vaststelling te vorderen op grond van artikel 4:15 BW.

Appellante heeft dit nagelaten en dit komt voor haar rekening.

Vervolgens ligt de vraag voor of appellante voldoende aanknopingspunten heeft aangedragen om nu alsnog haar vordering op de nalatenschap van erflaatster vast te stellen.

Het hof beantwoordt deze vraag – evenals de rechtbank – ontkennend.

Uit het voorgaande blijkt al dat concrete gegevens over onder meer de afwikkeling van de huwelijks voorwaarden tussen erflater en erflaatster, het privévermogen van erflater en de schulden van de nalatenschap ontbreken.

Aan het kladje dat door erflaatster zou zijn opgesteld (geïntimeerden betwisten dat dat geheel van haar hand is) kan geen betekenis worden toegekend.

Appellante voert verder aan dat het banksaldo dat kort voor het overlijden van erflater naar de bankrekening van erflaatster is overgemaakt het restant moet zijn van de erfenis die erflater onder uitsluitingsclausule van zijn zus heeft verkregen en dat dit bedrag ondanks deze overboeking tot zijn privévermogen is blijven behoren.

Dit is slechts een veronderstelling die op geen enkele wijze concreet is onderbouwd.

Het hof komt – met de rechtbank – tot de slotsom dat niet kan worden vastgesteld wat de omvang van de nalatenschap van erflater was en dus ook niet dat appellante een vordering op de nalatenschap van erflaatster toekomt.

Appellante heeft geen belang meer bij de bespreking van haar overige grieven.

Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.