De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 april 2023 uitspraak gedaan over de vraag of twee mantelzorgers rekening en verantwoording diende af te leggen over het door hun gevoerde financiële beheer voor erflater.
Eiser stelt dat gedaagden verplicht zijn tot het doen van rekening en verantwoording voor alle financiële handelingen die sinds 2014 zijn verricht.
De opnames en overboekingen zijn niet gebeurd in opdracht van of met instemming van erflater omdat erflater niet meer in staat was om zijn wil te bepalen.
Gedaagden moeten rekening en verantwoording afleggen omdat aan gedaagde 2 een volmacht was verleend om geld op te nemen van de bankrekening van erflater en om daarmee betalingen te doen en omdat gedaagden vanaf 2014 tot aan het overlijden van erflater, erflater intensief hebben bezocht en met mantelzorg hebben omringd en ondersteund.
Hoewel op grond van de familierelatie terughoudend moet worden omgegaan met de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen, vindt de terughoudendheid een grens bij de financiële handelingen die gedaagden ten behoeve van zichzelf hebben verricht en die wat aard en omvang betreft niet gerekend kunnen worden tot het normale uitgavenpatroon van erflater.
Gedaagden zijn door het onttrekken van deze gelden ongerechtvaardigd verrijkt althans hebben zij onrechtmatig gehandeld.
Eiser stelt dat gedaagden vanaf 2014 rekening en verantwoording dienen af te leggen over het door hen gevoerde financiële beheer.
Dit hebben gedaagden echter nagelaten zodat zij jegens de nalatenschap gehouden zijn een bedrag van in totaal € 34.698,12 te voldoen wegens ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatige opnamen/overboekingen.
Gedaagden betwisten dit gemotiveerd.
De rechtbank stelt voorop dat de stelplicht en bewijslast van de stelling dat sprake is geweest van onrechtmatige onttrekkingen of ongerechtvaardigde verrijking door gedaagden uit het vermogen van erflater, op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv op eiser rust.
Erfrecht. Afleggen van rekening en verantwoording over financieel beheer gedurende leven van erflater? Mantelzorg. Volmacht. Overboekingen. Geldopname met pinpas. Onrechtmatige daad.
De rechter oordeelt als volgt.
Tussen partijen is niet in geschil dat gedaagden als mantelzorgers erflater hebben bijgestaan en dat gedaagde 2 sinds 2020 over een pinpas van de bankrekening van erflater bij de ABN-Amro bank beschikte.
Vast staat dat gedaagde 2 ook daadwerkelijk geld van deze betaalrekening heeft overgemaakt en opgenomen en betalingen heeft verricht.
Dit brengt echter nog niet mee dat gedaagde 2 verplicht is om rekening en verantwoording af te leggen.
Met een volmacht wordt aan een derde de bevoegdheid gegeven om in naam van de volmachtgever, in dit geval erflater, rechtshandelingen te verrichten.
Omdat het gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht, is er geen sprake van een verplichting om na het overlijden aan erfgenamen rekening en verantwoording af te leggen.
Er is immers bij een bevoegdheid geen sprake van een voor overgang vatbaar recht.
Dit kan anders zijn indien in de volmacht is opgenomen dat er een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording bestaat.
Gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is.
Een volmacht op zichzelf impliceert geen verplichting tot het doen van rekening en verantwoording.
Evenmin kent de wet een bepaling waaruit een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording blijkt.
Een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording kan worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.
Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht.
Of het doen van rekening en verantwoording verplicht was, is daarom afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
In familierelaties als de onderhavige, waarbij er sprake is van zorgbehoevendheid van erflater waarin gedaagden als mantelzorgers hebben voorzien, en waarbij erflater aan gedaagde 2 het vertrouwen heeft gegeven om te beschikken over zijn banksaldo, past het om terughoudendheid aan te nemen in het vaststellen van een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording.
Vaststaat dat erflater ten tijde van de volmacht verlening en ten tijde van de gebruikmaking van de volmacht in staat was zijn wil te bepalen.
Gesteld noch gebleken is dat erflater niet tevreden was over de wijze waarop gedaagde 2 met de aan haar verstrekte volmacht omging.
Dat gedaagde 2 financiële handelingen ten behoeve van zichzelf heeft verricht, hetgeen overigens door gedaagden wordt betwist, en dat zij financiële handelingen heeft verricht die niet tot het normale uitgavenpatroon van erflater behoren, hetgeen eveneens door gedaagden wordt betwist, is in het licht van het vorenstaande onvoldoende om een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording vast te stellen.
Bovendien hebben gedaagden op de mondelinge behandeling onbetwist gesteld dat gedaagde 2 iedere woensdag met erflater zijn financiën heeft besproken en dus reeds rekening en verantwoording aan erflater heeft afgelegd.
Eiser heeft dan ook voldoende feitelijk onderbouwd dat gedaagde 2 gehouden is rekening en verantwoording af te leggen.
Nu gedaagden over de periode tot het overlijden van erflater niet gehouden zijn rekening en verantwoording af te leggen, is er geen grond voor toewijzing van de gevorderde bedragen € 31.500,00, € 900,00, € 1.080,40, € 276,82 en € 160,90.
De periode na de volmacht
Eiser stelt dat gedaagden na het overlijden van erflater een bedrag van in totaal € 780,00 hebben overgeboekt naar hun eigen bankrekening.
Gedaagden voeren aan dat zij aan erflater een bedrag van € 2.500,00 hebben voorgeschoten ten behoeve van de aanschaf van de relaxstoel.
Op het moment van overlijden van erflater moest er nog een bedrag van € 780,00 door erflater aan hen worden afgelost.
Gedaagden voeren aan dat erflater hen toestemming heeft gegeven om hetgeen hij nog verschuldigd was na zijn overlijden, van zijn bankrekening op te nemen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Door het overlijden van erflater eindigt de volmacht.
Gedaagden zijn geen vereffenaar in de nalatenschap van erflater.
Zij waren dus niet (meer) bevoegd om over de bankrekening van erflater te beschikken.
Nu gedaagden dit wel hebben gedaan dienen zij rekening en verantwoording af te leggen aan eiser.
Gedaagden hebben uitgelegd wat er met het overgeboekte bedrag van in totaal € 780,00 is gebeurd, zodat zij aan die verplichting hebben voldaan.
Verder zijn gedaagden gehouden het overgeboekte bedrag van in totaal € 780,00 terug te betalen aan de nalatenschap.
Nu gedaagden niet (meer) bevoegd waren om over de bankrekening van erflater te beschikken, hadden zij hetgeen zij menen van erflater te vorderen te hebben niet mogen overboeken.
Zij hebben dan ook onrechtmatig gehandeld.
Dat erflater aan gedaagden toestemming zou hebben gegeven om hetgeen hij nog verschuldigd was na zijn overlijden van zijn bankrekening op te nemen, is geen reden anders te oordelen.
De vordering die gedaagden op de nalatenschap menen te hebben dient mee te worden genomen in het kader van de vereffening.
Als vereffenaar heeft eiser namelijk de taak de schulden van de nalatenschap van erflater te voldoen uit de nalatenschap.
De vereffening is in de onderhavige procedure echter geen onderwerp van geschil.
Uit het vorenstaande volgt dat vordering A zal worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.