De Rechtbank Overijssel heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of een uitspraak “Ik hoef niks uit de nalatenschap” afstand van recht opleverde.
Het gaat in deze procedure om de vraag of X (nog) een vordering heeft op de nalatenschap van erflaatster, en zo ja, hoe hoog die aanspraak van X is.
In deze zaak kan van het volgende worden uitgegaan.
Erflater, echtgenoot van erflaatster, is voor-overleden en zijn nalatenschap is, conform zijn uiterste wil, afgewikkeld volgens een ouderlijke boedelverdeling.
Ten gevolge daarvan hebben de kinderen van erflater, waaronder H, de voor-overleden echtgenote van X, een (niet-opeisbare) (rentedragende) vordering verkregen op erflaatster.
De nalatenschap van de voor-overleden echtgenote van X is, conform haar uiterste wil, eveneens afgewikkeld volgens een ouderlijke boedelverdeling.
Ten gevolge daarvan heeft X de vordering verkregen die zijn overleden echtgenote op erflaatster had.
Door het overlijden van erflaatster op 31 oktober 2014 zijn de vorderingen van B, C en X uit hoofde van de nalatenschap van erflater op erflaatster opeisbaar geworden.
Door het overlijden van erflaatster hebben de erfgenamen van erflaatster, gedaagden, haar vermogen en schulden (dus ook de vordering van X) op grond van artikel 4:182 BW onder algemene titel verkregen.
Erfrecht. Verdeling van nalatenschap. Afstand van recht. Wilsverklaring. Oogmerk. Betekent een uitspraak ‘Ik hoef niets uit de nalatenschap’ dat er daarmee sprake is van afstand van recht? Gerechtvaardigd vertrouwen. Bewijs.
De rechter oordeelt als volgt.
Het meest verstrekkende verweer van E is dat er sprake is van afstand van recht.
X zou volgens hem destijds hebben gezegd: “Ik hoef niks uit de nalatenschap”.
X heeft gemotiveerd betwist dat door hem afstand van recht is gedaan en dat hij zou hebben gezegd dat hij niets hoefde uit de nalatenschap.
Hij heeft destijds gezegd: “We gaan het doen zoals opoe het zelf gewild heeft”, aldus X.
De rechtbank overweegt op dit punt als volgt.
Afstand van recht is een rechtshandeling en vereist daarom een wilsverklaring waaruit het oogmerk van de verklarende blijkt om zijn recht prijs te geven, althans dat degene tot wie de wilsverklaring was gericht gerechtvaardigd die strekking daaraan mocht toekennen.
Voor afstand van recht is, anders dan voor rechtsverwerking, eveneens nodig dat de verklarende persoon kennis heeft van het recht waarvan hij afstand doet.
Het (verstrekkende) rechtsgevolg van afstand van recht is immers altijd rechtsverlies.
Dat van een dergelijke wilsverklaring van X sprake is, is onvoldoende gesteld of gebleken.
Het had, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van X, op de weg van E gelegen om nadere feiten en/of omstandigheden te stellen ter zake de beweerdelijke afstand van recht.
Dat heeft hij niet gedaan.
De verwijzing ter zitting naar hetgeen in de conclusie van dupliek aan de zijde van C staat: “De communicatie met X verliep via zijn zoon E, die aan C meedeelde dat X afzag van enige aanspraak op de nalatenschap. Ook in het verleden heeft X altijd verklaard af te zien van de nalatenschap zodat de mededeling van E in lijn lag met hetgeen X altijd had gezegd” draagt daar naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aan bij.
E heeft zijn standpunt onvoldoende onderbouwd.
Los van de omstandigheid dat E op dit punt geen bewijsaanbod heeft gedaan, komt de rechtbank dan ook niet toe aan bewijslevering op dit punt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.