Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 augustus 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een omzetting van bewind naar curatele mogelijk was.

Betrokkene is in 1940 geboren. Zij is de zuster van de belanghebbenden.

Bij beschikking van 9 oktober 2020 heeft de kantonrechter de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren onder bewind gesteld wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand en de voormalig bewindvoerder als zodanig benoemd.

Bij afzonderlijke beschikking van 9 oktober 2020 heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang, een mentorschap ten behoeve van betrokkene ingesteld en de mentor als zodanig benoemd.

Erfrecht. Beschermingsbewind. Omzetting van bewind naar curatele. Wilsbekwaamheid. Toetsing. Bewijs. Medische gegevens.

De rechter oordeelt als volgt.

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel gewoonte van drank- of drugsmisbruik, en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

Op grond van 1:383 lid 2 en lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.

Betrokkene kan zich met de bestreden beschikking niet verenigen.

Betrokkene meent dat de kantonrechter onvoldoende heeft gemotiveerd dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor curatele.

Bovendien is onvoldoende duidelijk welke concrete gebeurtenis heeft geleid tot het verzoekschrift in eerste aanleg.

Volgens betrokkene worden de vermoedens van financieel misbruik op geen enkele wijze nader onderbouwd.

De wens van betrokkene om haar testament te wijzigen, komt niet vanuit haar vriend of haar buren, maar is door betrokkene zelf ingegeven.

Het zijn volgens betrokkene juist haar zuster en zwager die in hun eigen belang willen voorkomen dat het testament wordt opgesteld.

Betrokkene erkent ten slotte dat zij graag hulp wil in de huishouding en bij het regelen van haar financiën, maar stelt dat een bewind en mentorschap hiervoor volstaan.

Verweerders voeren verweer.

Verweerders voeren aan dat de kantonrechter juist heeft geoordeeld, gebaseerd op medische informatie.

Uit deze informatie blijkt dat betrokkene niet langer wilsbekwaam is.

Verweerders menen dat er een concreet risico bestaat dat financieel misbruik van betrokkene wordt gemaakt.

Zo wil de vriend van betrokkene een huwelijk of geregistreerd partnerschap met haar aangaan en willen de buren in de woning van betrokkene wonen. Bovendien zeggen de buren, zonder de voormalige mentor hierover te berichten, hulpverlening voor betrokkene af.

De rol van deze personen in de totstandkoming van het testament is ook groter dan betrokkene erkent. De zus en zwager van betrokkene bezoeken betrokkene niet meer omdat zij zich niet langer veilig voelen door de opstelling van de vriend en buren van betrokkene.

Het lukt betrokkene volgens verweerders onvoldoende om haar leven in te richten, waardoor zij erg beïnvloedbaar is.

Als de voormalige mentor en voormalig bewindvoerder betrokkene bezoeken, dan vindt betrokkene dat prettig en vraagt betrokkene wanneer zij weer langskomen, aldus nog steeds verweerders.

Het hof acht zich op grond van de stukken en de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen, zodat geen noodzaak bestaat om (ambtshalve) een nader onderzoek te gelasten.

Beide advocaten hebben op de mondelinge behandeling bovendien te kennen gegeven geen behoefte meer te hebben aan een deskundigenonderzoek.

Blijkens de brief van mr. W van 6 juli 2021 is betrokkene op 30 juni 2021 onderzocht door drs. Z, klinisch geriater, werkzaam in het ziekenhuis.

De klinisch geriater heeft, voor zover hier van belang, het volgende geconcludeerd: gevorderde dementie, CDR 2, waarschijnlijk M. Alzheimer. Stoornis in geheugen, zowel korte als lange termijn, executief functioneren, orientatie, planning en overzicht houden, minimaal ziektebesef, ontbrekend ziekte-inzicht

Ter mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene op gerichte vragen onvoldoende adequaat kon antwoorden.

Weliswaar kon betrokkene aan het begin van de mondelinge behandeling, desgevraagd, haar geboortedatum vertellen en vertellen waarom de mondelinge behandeling plaatsvond, en dat zij vrijheid wilde, maar in de loop van de mondelinge behandeling kon betrokkene niet meer verklaren waarom zij haar verzoek in hoger beroep had ingediend.

Betrokkene verklaarde op dat moment dat zij het prettig vindt als de voormalige mentor op bezoek komt en dat zij de hulpverlening prettig vindt, maar dat zij liever niet heeft dat er elke dag hulpverlening is, omdat zij af en toe ook een dagje weg wil.

Het hof is van oordeel dat betrokkene met haar verklaringen een beperkt ziekte-inzicht toont. Betrokkene had haar wens om niet elke dag hulpverlening te krijgen nog niet met de curator besproken.

De curator heeft daarop verklaard dat overleg altijd mogelijk is, maar dat betrokkene veel hulpverlening krijgt, omdat zij wordt gevolgd in haar wens om thuis te blijven wonen.

Verder heeft betrokkene geen verklaring kunnen geven voor de gelden die van haar bankrekening zijn verdwenen.

Betrokkene heeft enkel slechts vage verdenkingen geuit en geen actie ondernomen om haar geld terug te krijgen.

Uit het voorgaande blijkt dat betrokkene erg kwetsbaar is en dat een groot risico bestaat dat opnieuw (financieel) misbruik wordt gemaakt van haar.

Onder deze omstandigheden bieden bewind en mentorschap betrokkene onvoldoende bescherming.

De kantonrechter heeft daarom terecht het bewind en mentorschap omgezet in curatele.

Het hof ziet geen aanleiding een andere curator te benoemen.

Op geen enkele manier is gebleken dat de curator zijn werk niet naar behoren uitoefent.

Desgevraagd heeft betrokkene, buiten haar bezwaar tegen de hoeveelheid ingezette hulpverlening, ook geen concrete bezwaren benoemd tegen de persoon van de curator.

De curator heeft bovendien ter mondelinge behandeling verklaard dat in overleg veel mogelijk is.

Betrokkene beschikt over voldoende financiële middelen om aan te schaffen wat zij wenst of om haar zuster te bezoeken, mits onder begeleiding.

Het hof geeft de curator mee dat de bezwaren van betrokkene tegen de curatele mogelijk zullen verminderen als (meer) overleg wordt gevoerd over de invulling van de hulpverlening en mogelijkheden om haar leven in te vullen zoals betrokkene dat wenst.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind of curatele in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.