De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 28 juli 2021 uitspraak gedaan over de taken en verplichtingen van een voogd en testamentair bewindvoerder.
B is overleden in 2012.
B heeft bij testament van 20 september 2011 over haar nalatenschap beschikt.
Zij heeft haar twee kinderen tot erfgenaam benoemd.
Zij heeft verweerder benoemd tot voogd over haar (toen nog minderjarige) kinderen, tot bewindvoerder van haar nalatenschap tot het drieëntwintigste levensjaar van haar kinderen en tot executeur van haar nalatenschap.
Verweerder heeft zijn benoeming tot voogd, bewindvoerder en executeur aanvaard.
Erfrecht. Voogdij en testamentair bewind over een erfenis van minderjarige. Verantwoordelijkheden van voogd en testamentair bewindvoerder. Boedelbeschrijving. Kosten.
De rechter oordeelt als volgt.
Bij de beoordeling van het geschil tussen partijen stelt de rechtbank het volgende voorop.
Verweerder werd na het overlijden van de moeder van eiser in 2012 voogd over eiser en zijn zusje.
Daarmee werd hij ook bewindvoerder over het vermogen van eiser tot diens achttiende verjaardag.
Daarnaast werd verweerder testamentair bewindvoerder over het vermogen dat eiser van zijn moeder had geërfd tot diens 23ste verjaardag.
Bovendien was verweerder executeur van haar nalatenschap.
Deze rollen brengen een aantal verantwoordelijkheden met zich mee.
Zo heeft een voogd tot taak er voor zorg te dragen dat de minderjarige overeenkomstig diens vermogen wordt verzorgd en opgevoed (artikel 1:336 BW).
Daarnaast oefent hij het bewind uit over het vermogen van de minderjarige.
Dit dient hij als een goed voogd te doen.
In het bijzonder dient hij zo spoedig mogelijk bij onderhandse of notariële akte een boedelbeschrijving op te maken (art. 1:338 lid 1 BW) van het vermogen van de minderjarige bij de aanvang van de voogdij.
Eenzelfde verplichting rustte op verweerder uit hoofde van zijn rol als executeur en testamentair bewindvoerder.
Verweerder heeft hier niet aan voldaan.
Hij heeft vermogen van eiser en dat van zijn zusje niet beschreven en niet afzonderlijk geadministreerd van zijn eigen vermogen.
Ook heeft hij geen beschrijving van de nalatenschap gemaakt.
Pas veel later, na herhaaldelijk aandringen van eiser en interventie van de kantonrechter, heeft verweerder een stuk geproduceerd dat voor een boedelbeschrijving door zou moeten gaan.
Door het handelen van verweerder heeft vermenging van diens eigen vermogen met de nalatenschap en het overige vermogen van eiser en zijn zusje plaatsgevonden.
Verweerder heeft daarover beschikt alsof alles zijn eigen vermogen betrof.
Dit blijkt onder meer uit het feit dat hij, zonder de vereiste toestemming van de kantonrechter, tijdelijk grote geldbedragen heeft geleend van eiser en zijn zusje, overigens zonder daarover een rentevergoeding te betalen.
Verweerder beroept zich ter rechtvaardiging op onwetendheid van zijn zijde en op het feit dat hij na het overlijden van zijn partner in rouw was.
De rechtbank heeft hier wel begrip voor, maar dat neemt niet weg dat verweerder als bewindvoerder tekort is geschoten.
Deze tekortkoming betekent dat bij de reconstructie die nu achteraf moet worden gemaakt van het vermogen van eiser op het moment van aanvang van de voogdij, inclusief diens erfdeel, en van de eventuele aanwas of vermindering daarvan, eventuele onduidelijkheden in het nadeel van verweerder moeten worden uitgelegd.
Het bewind over het vermogen van eiser, voor zover hij dat niet heeft geërfd van zijn moeder, is geëindigd op 2016, toen eiser 18 jaar oud werd.
Verweerder had hem toen moeten uitkeren wat er resteerde van dat vermogen.
Het testamentair bewind op het aandeel van eiser uit de nalatenschap van zijn moeder eindigde in 2021, toen eiser 23 jaar oud werd.
Verweerder had hem toen moeten uitbetalen wat er nog resteerde van zijn aandeel in de nalatenschap.
Het restant van beide vermogens zou overeen moeten komen met de beginstand op het moment van aanvang van de voogdij c.q. het testamentair bewind, vermeerderd met de aanwas bijvoorbeeld uit rente en/of uitkeringen en verminderd met de kosten van verzorging en opvoeding van eiser tot zijn meerderjarigheid.
Die kosten mogen immers voor zover nodig worden bestreden uit het vermogen van de minderjarige.
De voogd is namelijk niet verplicht die kosten voor zijn rekening te nemen.
Wel dient hij gebruik te maken alle regelingen en toeslagen, waarop de minderjarige aanspraak kan maken, zoals bijvoorbeeld kinderbijslag en half-wezenpensioen.
Als verweerder het bewind had gevoerd zoals een goed bewindvoerder betaamt dan had hij inzichtelijk kunnen maken welke inkomsten hij per maand voor eiser ontving en in hoeverre de kosten die hij voor eiser moest maken deze inkomsten te boven gingen.
Zodoende had hij op deugdelijke en controleerbare wijze rekening en verantwoording af kunnen leggen over het door hem gevoerde beheer.
Verweerder heeft daar niet aan voldaan en ook in deze procedure moet de rechtbank, uit een ongeordende hoeveelheid gegevens en bankafschriften, zelf een reconstructie maken van de inkomsten die verweerder voor eiser van overheidswege ontving of kon ontvangen en de kosten die ten laste van het vermogen van eiser gebracht hadden mogen worden.
Ter rechtvaardiging beroept verweerder zich op een afspraak die hij met zijn overleden partner, de moeder van eiser heeft gemaakt, inhoudende dat hij de saldi van haar bankrekening(en) mocht gebruiken voor de opvoeding en verzorging van haar kinderen.
Wat er ook zij van deze afspraak, die kan natuurlijk niet de verplichtingen die de wet een voogd en bewindvoerder oplegt terzijde stellen.
De moeder van eiser heeft haar vermogen bij testament nagelaten aan haar kinderen.
Daarmee is haar vermogen na haar dood overgegaan op haar kinderen.
Een afspraak die niet notarieel is vastgelegd bij uiterste wil kan daar geen verandering in brengen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind of curatele in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.