De Rechtbank Gelderland heeft op 21 september 2022 uitspraak gedaan over de vraag of er tijdig een beroep was gedaan op de legitieme.

Gedaagde voert als verweer dat eiser geen beroep meer kan doen op zijn legitieme portie.

Eiser is daarentegen van mening dat hij wel degelijk legitimaris is.

De vraag die voorligt is of eiser tijdig en/of op de juiste wijze een beroep heeft gedaan op zijn legitieme.

Erfrecht. Legitieme. Inroepen van de legitieme. Is er tijdig beroep gedaan op de legitieme? Verval. Termijn. Verklaring. Verwerping. Contantenverklaring. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:63 lid 3 BW verliest degene die de nalatenschap verwerpt zijn recht op de legitieme portie, tenzij hij bij het verwerpen tevens verklaart dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen, de zogenaamde contantenverklaring.

Volgens gedaagden moet dit artikel zo worden uitgelegd dat de contantenverklaring gelijktijdig met de verwerping moet worden gedaan en dat deze verklaring de gezamenlijke erfgenamen ook op dat moment moet hebben bereikt.

Nu gedaagden, die door de verwerping erfgenaam werden, op het moment van de verwerping niet de contantenverklaring hebben ontvangen, heeft eiser zijn recht op de legitieme portie verloren, aldus gedaagden.

De Commissie Erfrecht (WPNR 2010/6866, p. 888) is, zoals aangehaald door gedaagden, van mening dat het woord ‘bij’ in artikel 4:63 lid 3 BW als tijdsbepaling is bedoeld.

De rechtbank is het daarmee eens.

Dat betekent dat eiser tegelijkertijd met het afleggen van de verwerpingsverklaring, moet hebben verklaard dat hij zijn legitieme portie wens te ontvangen.

Uit het genoemde stuk blijkt dat eiser dit heeft gedaan.

Gedaagde voert als verweer aan dat de contantenverklaring geen werking heeft omdat deze de toenmalige erfgenamen niet heeft bereikt bij de verwerping (artikel 3:37 lid 3 BW).

Dit verweer slaagt niet.

Uit artikel 4:63 lid 3 BW volgt slechts dat de verklaring op het moment van het verwerpen moet worden gedaan.

Of de verklaring werking had tegenover gedaagden ten tijde van de verwerping, is niet relevant.

Het gaat erom dat de contantenverklaring de erfgenamen heeft bereikt binnen de termijn waarop een beroep op de legitieme portie kan worden gedaan.

Dat kan ingevolge artikel 4:85 lid 1 BW tot vijf jaar na het overlijden van erflaatster.

Nu vast staat dat de reeds bij de verwerping door eiser gedane contantenverklaring, de huidige erfgenamen heeft bereikt, terwijl de termijn van artikel 4:85 lid 1 BW nog niet is verstreken, heeft eiser een geldig beroep op zijn legitieme portie gedaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.