De Rechtbank Noord-Holland heeft op 06 januari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of rekening en verantwoording diende te worden afgelegd over het gebruik van een en/of rekening.

De vraag is of gedaagde een schuld aan de nalatenschap heeft die in de verdeling van de nalatenschap dient te worden betrokken.

Eiser meent dat dit het geval is, omdat gedaagde in de periode 2000 tot 2018 van de en/of rekening blijkens diverse bankafschriften en facturen voor een bedrag van € 71.745,89 aan betalingen zou hebben gedaan die niet ten goede zijn gekomen aan erflater.

Volgens eiser gaat het dan vooral om de verbouwing van de woning van erflater en de aanleg van diens tuin die na de woningruil van de en/of rekening werden betaald.

Eiser stelt dat ook vakanties van gedaagde van de en/of rekening werden bekostigd.

Daarnaast werd in de periode 2004-2007 volgens eiser bovenmatig contant geld van de en/of rekening gepind, in totaal wel € 15.198 meer dan gemiddeld.

Dit wordt door eiser onderbouwd met een zelf vervaardigd overzicht waarop bedragen staan. Eiser wijst erop dat gedaagde erkent dat hij een bankvolmacht van erflater had gekregen, zodat hij naar de bank kon om contant geld voor erflater op te nemen.

Erflater betaalde als bejaarde namelijk veel contant, pinde niet en had geen verstand van internetbankieren.

Daarom dient er van uit te worden gegaan dat erflater niet op de hoogte was van de betreffende betalingen en opnamen.

Gedaagde heeft zich dan ook met genoemde bedragen onrechtmatig verrijkt.

Daarnaast is gedaagde, die rekening en verantwoording dient af te leggen, tekortgeschoten in zijn verplichting tot beheer van de en/of rekening/het opnemen van contanten, aldus de advocaat van eiser.

Gedaagde bestrijdt dat hij van de en/of rekening, waarvan hij al sinds zijn achttiende mederekeninghouder was, uitgaven heeft gedaan die erflater niet wilde.

Volgens gedaagde ontving erflater de bankafschriften, was erflater wilsbekwaam en verder goed bij de tijd.

Daar komt bij dat erflater als eigenaar van de woning baat had bij de gedane betalingen en de investeringen in overleg met erflater zijn gedaan.

Voor zover er al betalingen zijn verricht die uitsluitend ten goede van hem zijn gekomen en als schenking dienen te worden aangemerkt, dan is daar volgens gedaagde niets mis mee.

Hij wijst er in dit verband op dat het niet verplicht is schenkingen in te brengen in de nalatenschap en dat dit alleen anders is als de erflater dit bij het doen van de schenking of in zijn testament heeft bepaald.

Dat in een bepaalde periode € 15.189 meer dan gemiddeld door gedaagde zou zij opgenomen, heeft eiser niet onderbouwd en zou volgens gedaagde bovendien nog niet betekenen dat hij zich geld heeft toegeëigend.

Gedaagde betwist dan ook dat hij onrechtmatig gelden aan het vermogen van erflater heeft onttrokken of ongerechtvaardigd is verrijkt.

Van een tekortschieten van gedaagde of van een op hem rustende verplichting om rekening en verantwoording af te leggen, is volgens de door gedaagde ingenomen stellingen ter zitting evenmin sprake.

Erfrecht. Machtiging tot gebruik van en/of rekening. Afleggen van rekening en verantwoording? Ongerechtvaardigde verrijking?

De rechtbank overweegt als volgt.

Tussen partijen is niet in geschil dat gedaagde door erflater was gemachtigd om ten behoeve van erflater betalingen van de en/of rekening te doen en contant geld van deze rekening op te nemen.

Volgens de eigen stellingen van eiser was gedaagde daartoe in ieder geval al sinds 2000 gemachtigd en is in de periode vanaf 2000 tot het overlijden van erflater ook van die machtiging gebruik gemaakt.

Uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening en verantwoording aan de erfgenamen afgelegd hoeft te worden als niet is komen vast te staan dat erflater ten tijde van de volmachtsverlening en bij gebruikmaking van de volmacht niet is staat was zijn wil te bepalen en erflater bij leven geen aanleiding had gezien om de gevolmachtigde ter verantwoording te roepen. Dit kan alleen anders zijn bij misbruik van omstandigheden (Hoge Raad 13 maart 2005, HR:2005:AS4167).

Naar de stellingen van gedaagde was erflater tot aan zijn sterfdag bekwaam en bevoegd naar eigen inzicht over zijn vermogen te beschikken en heeft erflater geen aanleiding gezien om gedaagde ter verantwoording te roepen over de wijze waarop gedaagde de volmacht in die (in ieder geval) zeventien jaar gebruikt heeft.

Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de geestelijke en/of fysieke toestand van erflater zodanig was dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen.

Die conclusie kan in ieder geval niet worden getrokken op grond van de door eiser aangevoerde omstandigheid dat erflater bejaard was en niet wist hoe hij moest internetbankieren, maar door gedaagde liever contant geld liet opnemen om zijn aankopen te kunnen betalen.

Anders dan eiser heeft betoogd, maken deze omstandigheden evenmin dat ervan uitgegaan moet worden dat erflater niet op de hoogte was van de gestelde uitgaven en bovenmatige pinopnamen en/of dat erflater gedaagde niet ter verantwoording had kunnen roepen.

Erflater was immers wilsbekwaam.

Bovendien gaat het niet om een incidentele betaling of pinopname maar om transacties over een periode van zeventien jaar.

Daar komt bij dat eiser de door gedaagde ter zitting ingenomen stelling dat erflater de bankafschriften heeft ontvangen in de periode dat gedaagde gemachtigd was, niet gemotiveerd heeft weersproken.

Dat de mutaties op de en/of rekening voor erflater gedurende al die jaren niet inzichtelijk zijn geweest, acht de rechtbank dan ook onaannemelijk.

Dat erflater gedaagde ter verantwoording had willen roepen blijkt nergens uit.

Ook heeft eiser geen feiten en omstandigheden gesteld die ertoe kunnen leiden dat sprake is van misbruik van omstandigheden.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat gedaagde jegens eiser geen rekening en verantwoording hoeft af te leggen en dat het ervoor dient te worden gehouden dat de gewraakte betalingen en pinopnamen, wat daar verder ook van zij, met instemming van erflater zijn gedaan.

Van een tekortschieten of onrechtmatig handelen van gedaagde is daarom geen sprake.

Dat gedaagde ongerechtvaardigd is verrijkt is daarmee evenmin komen vast te staan.

Dit betekent dat gedaagde niet gehouden is om ter zake schadevergoeding te betalen.

De vordering van eiser zal wat betreft de onderdelen worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.