Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of een recht van eigen weg binnen de ouderlijke boedelverdeling viel.

Het gaat in dit hoger beroep om de eigendom van een weg.

Dit is een eigen weg die voert naar de boerderij waar vader en de moeder van appellant hebben gewoond.

Vader is overleden op 23 januari 2009 en moeder op 27 januari 2015.

Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Eigendom. Valt de eigen weg binnen de ouderlijke boedelverdeling?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank heeft in het eindvonnis van 17 oktober 2018 over de gevolgen van de ouderlijke boedelverdeling voor de eigendom van de eigen weg onder meer het volgende geoordeeld:

“Met geïntimeerde is de rechtbank van oordeel dat als uitgangspunt geldt de eigendomssituatie ter zake meergenoemde weg ná het overlijden van vader en ten tijde van de inbreng hiervan in het ruilverkavelingsproject.

Vast staat dat vader bij testament, verleden op 14 februari 1978, heeft beschikt over zijn nalatenschap en hierbij krachtens het bepaalde in artikel 4:1167 BW (oud) alle tot zijn nalatenschap behorende activa aan moeder heeft toebedeeld, de zogeheten ouderlijke boedelverdeling.

Ingevolge het bepaalde in de artikelen 79 en 127 Overgangswet (Ow) geldt dat onder het oude erfrecht gemaakte boedelverdelingen (zoals voormelde boedelverdeling van vader geldig blijven als de nalatenschap onder het huidige erfrecht openvalt, zoals in deze zaak het geval is, nu vader op 23 januari 2009 is overleden.

De ouderlijke boedelverdeling houdt in dat vader als testateur bij voorbaat over zijn nalatenschap heeft beschikt in die zin dat hij alle hem toebehorende goederen aan moeder als langstlevende echtgenoot heeft toegedeeld.

Daarmee verkregen appellant, zijn broer en zus, als kinderen en mede-erfgenamen van vader uit zijn nalatenschap ten bedrage van hun erfdeel een vordering op moeder in haar hoedanigheid van langstlevende echtgenoot.

Anders dan appellant betoogt, geldt aldus dat hij als één van de erfgenamen van vader, na diens overlijden, geen mede-eigenaar ter zake de bewuste weg is geworden omdat de eigendom hiervan krachtens de ouderlijke boedelverdeling op moeder is overgegaan.

Dat betekent dat enkel moeder als enige rechthebbende en eigenaar van de weg, deze heeft kunnen inbrengen in het bewuste ruilverkavelingsproject.”

Volgens appellant is de opvatting van geïntimeerde, die door de rechtbank wordt gevolgd, niet juist.

Het testament van de vader houdt in dat hij aan zijn echtgenote nalaat haar wettelijk erfdeel en een legaat inhoudende het vruchtgebruik van hetgeen hij nalaat.

Omdat deze tekst voorafgaat aan de mogelijkheid van een ouderlijke boedelverdeling vergt de uitleg van het testament een uitlating over de keuze tussen wettelijk erfdeel met vruchtgebruik enerzijds en ouderlijke boedelverdeling anderzijds.

Nu Gedeputeerde Staten heeft vastgesteld dat de erven de inbrengende eigenaren waren had het op de weg van de moeder gelegen daartegen bezwaar te maken en zich te beroepen op de ouderlijke boedelverdeling.

Nu zij dat heeft nagelaten moet het ervoor gehouden worden dat zij geen bezwaar had tegen de vaststelling van Gedeputeerde Staten en tegen het aannemen van een wettelijke erfdeel met vruchtgebruik.

Het hof overweegt hierover het volgende.

Het testament van de vader houdt op dit punt het volgende in:

“Ik legateer aan mijn echtgenote (de moeder van appellant), boven het aandeel hetwelk zij als erfgename krachtens de wet uit mijn nalatenschap verkrijgt, het vruchtgebruik mijner gehele nalatenschap, en wel gedurende haar gehele leven, of bij eventueel hertrouwen, tot aan de dag van haar hertrouwen, en zulks met vrijstelling van de verplichting om ter zake van dat vruchtgebruik enige zekerheid te stellen.

Gebruik makende van de bevoegdheid mij verleend bij artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek, verklaar ik toe te delen aan mijn echtgenote (de moeder van appellant), alle tot mijn nalatenschap behorende activa tegen de waarde daarvan, vast te stellen op de wijze als voorgeschreven bij boedelscheidingen waarbij minderjarigen betrokken zijn, onder verplichting om alle passiva over te nemen en de begrafeniskosten te voldoen, en om uit het restant aan ieder mijner overige erfgenamen zijn aandeel in kontanten onder de last van vruchtgebruik te haren behoeve schuldig te blijven, of – indien dit vruchtgebruik niet wordt gestand gedaan, of door hertrouwen mocht eindigen – onder verplichting om uit het restant aan ieder mijner overige erfgenamen zijn aandeel in kontanten uit te keren, zullende in beide gevallen dit aandeel worden berekend met inachtneming der wettelijke bepalingen.“

Volgens appellant had de moeder een keuze moeten maken tussen het vruchtgebruik en de ouderlijke boedelverdeling en heeft zij – stilzwijgend – gekozen voor het vruchtgebruik.

Geïntimeerde heeft zich bij de comparitie van partijen in eerste aanleg op het standpunt gesteld dat moeder op basis van het testament geen keuze hoefde te maken zoals appellant stelt.

Ook naar het oordeel van het hof is verplichting tot het maken van een dergelijke keuze geen sprake.

De ouderlijke boedelverdeling is duidelijk in het testament opgenomen en niet afhankelijk gesteld van enige handeling van de echtgenote van erflater.

Door appellant is niets gesteld omtrent de verhoudingen die de uiterste wilsbeschikking kennelijk wenst te regelen of over de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt die meebrengen dat daarin iets anders gelezen zou moeten worden dan erin staat en dat is een ouderlijke boedelverdeling die meebrengt dat de eigendom van alle activa, waaronder de eigen weg, op het moment van overlijden van de vader op de moeder is overgegaan.

Ook voor het overige kan het hof zich vinden in de hiervoor aangehaalde overwegingen van de rechtbank en sluit zich daarbij aan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de afwikkeling van een ouderlijke boedelverdeling, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.