Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat nog aanspraak gemaakt kon worden op rente uit een overbedelingsvordering uit een ouderlijke boedelverdeling.
De ouders van geïntimeerden waren gehuwd in gemeenschap van goederen.
Vader is overleden in 2002 met achterlating van zijn vrouw en zijn kinderen als zijn erfgenamen.
Hij heeft tussen zijn vrouw en kinderen een ouderlijke boedelverdeling gemaakt (artikel 4:1167 BW (oud), waarbij de kinderen een vordering wegens onderbedeling op hun moeder hebben gekregen (hierna: erfdeel vader).
Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Rente over overbedelingsvordering. Is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat nog aanspraak gemaakt wordt op rente over het erfdeel?
De rechter oordeelt als volgt.
Het is de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat geïntimeerde nog aanspraak maakt op zijn erfdeel vader met de rente daarover.
Die vraag moet beantwoord worden aan de hand van artikel 3:12 BW.
Daarin staat dat bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, rekening moet worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij het gegeven geval zijn betrokken.
De vereffenaar noemt geen rechtsbeginselen of rechtsovertuigingen die in dit verband een rol kunnen spelen en ook geen maatschappelijke belangen.
Ook het hof ziet geen rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen of maatschappelijke belangen waarmee rekening moet worden gehouden; het hof heeft wel zicht op de persoonlijke belangen die bij dit geval zijn betrokken.
Voorop staat dat vader in zijn testament een regeling heeft getroffen die erop neerkomt dat geïntimeerde en zijn zussen een erfdeel in geld krijgen uitgekeerd, maar pas bij het overlijden van moeder, en dat over dat erfdeel een rente loopt van 9% per jaar.
Redelijkheid en billijkheid eisen vooreerst dat uitvoering wordt gegeven aan die uiterste wilsbeschikking van vader en dat geïntimeerde en zijn zussen dat erfdeel vader met de daarover verschuldigde rente krijgen.
Dat is in het persoonlijk belang van vader en dat is uiteraard ook in het persoonlijk belang van geïntimeerde en zijn zussen.
Bij de betaling van deze schulden zijn geïntimeerde en zijn zussen als schuldeiser en is moeder als schuldenaar betrokken.
Na haar overlijden zijn de schulden erfdeel vader overgegaan op haar drie kinderen die in dit geval naast schuldeiser ook schuldenaar zijn geworden.
Vanwege de beneficiaire aanvaarding gaan deze schulden (erfdeel vader) niet door vermenging teniet (artikel 4:200 lid 2 BW) en zijn de erfgenamen niet verplicht deze schulden ten laste van hun eigen vermogen te voldoen.
In deze zaak moet de vereffenaar de belangen van de schuldeisers en daarnaast de belangen van de erfgenamen behartigen, ook dus die van geïntimeerde als schuldeiser.
Dat geïntimeerde zijn schuld aan zijn moeder geheel of deels kan betalen door verrekening met zijn erfdeel vader betekent dat het erfdeel vader van geïntimeerde geheel of deels wordt ‘betaald’ en dat het van de aanwezigheid van andere baten afhangt of de erfdelen vader van de zussen nog kunnen worden betaald.
Geïntimeerde staat een wijze van verdelen van de nalatenschap voor die erop neerkomt dat ieder van de kinderen evenveel krijgt.
De rechtbank vermeldt die verdelingswijze in het bestreden vonnis en neemt dat over uit de conclusie van antwoord van geïntimeerde.
Geïntimeerde becijfert daarin het saldo van de nalatenschap zonder de erfdelen vader en vindt dat elk van de kinderen van dat saldo 1/3e moet krijgen.
In zijn rekenvoorbeeld is dat saldo € 506.365 en is 1/3e daarvan € 168.788.
Dit bedrag verrekent hij met zijn schuld van € 241.090 om dan tot de conclusie te komen dat hij nog € 72.301 aan de nalatenschap moet betalen, zodat vervolgens aan ieder van zijn zussen ook € 168.788 kan worden betaald.
In dit hoger beroep is deze wijze van verdeling niet bestreden.
Het hof gaat ervan uit dat geïntimeerde daaraan gevolg zal geven.
Omdat ieder kind dan uiteindelijk evenveel krijgt is van een onevenredige benadeling van geïntimeerde geen sprake.
Door de gedeeltelijke verrekening krijgen de zussen van het erfdeel vader wel minder betaald dan wanneer geïntimeerde geen aanspraak op het erfdeel vader en verrekening zou kunnen maken, maar uiteindelijk krijgen alle kinderen evenveel geld uit de nalatenschappen van hun ouders.
Volgens het hof is het in deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zeker niet onaanvaardbaar dat geïntimeerde aanspraak maakt op zijn erfdeel vader met de rente daarover.
De oplossing die geïntimeerde aandraagt is zeer acceptabel en maakt het mogelijk dat alle schuldeisers (lees de kinderen) evenveel krijgen betaald.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.