De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 augustus 2022 uitspraak gedaan over een incident tot tussenkomst.
Eiseres] is de (enige) dochter uit het huwelijk van mevrouw X (hierna: erflaatster) en de heer Y.
Y is in 2002 overleden en erflaatster in 2019.
Erflaatster heeft bij testament van 22 november 2018 over haar nalatenschap beschikt.
Zij heeft in dat testament L als enig erfgenaam aangewezen en eiseres een legaat toegekend dat bestaat uit een bedrag in contanten ter grootte van de helft van het erfdeel dat zij zou hebben gekregen uit de nalatenschap indien zij als erfgenaam volgens de wet tot de nalatenschap zou zijn geroepen.
Erflaatster heeft in haar testament gedaagde benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder.
Gedaagde heeft zijn zoon gevolmachtigd om samen met hem alsook ieder afzonderlijk over te gaan tot volledige afwikkeling van de nalatenschap.
Erfrecht. Procesrecht. Incident tot tussenkomst. Toetsingsnorm. Voldoende belang. Beheer van de nalatenschap. Executele. Privatieve bevoegdheid van de executeur.
De rechter oordeelt als volgt.
Het beroep van gedaagden op artikel 4:145, tweede lid, BW gaat niet op.
Artikel 4:145 BW bepaalt dat de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt.
Dat houdt in dat aan de executeur een exclusieve bevoegdheid toekomt om in rechte op te treden ter zake het beheer van de nalatenschap, wat meebrengt dat een erfgenaam onbevoegd is zelfstandig in rechte op te treden.
De vordering tot tussenkomst heeft echter geen betrekking op het beheer van de nalatenschap, maar gaat over de omvang van de nalatenschap en de rechten van en belangen van L.
Zij stelt immers dat de omvang van de nalatenschap met de huidige vorderingen van eiseres vermindert en dat als in deze procedure komt vast te staan dat de nalatenschap een vordering op gedaagde heeft, die nalatenschap in omvang toeneemt.
Het instellen van een dergelijke vordering behoort niet tot de (beheers)taak van de executeur en daarmee niet tot zijn uitsluitende bevoegdheid (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 juni 2021, GHARL:2021:6128).
Dat betekent dat L in haar vordering kan worden ontvangen.
Op grond van artikel 217 Rv kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen daarin te mogen tussenkomen.
De mogelijkheid tot tussenkomst is door de wetgever in het leven geroepen in verband met de doelmatigheid van tussenkomst en het feit dat door het toestaan van tussenkomst tegenstrijdige uitspraken kunnen worden voorkomen door dat de tussen de diverse partijen bestaande geschillen dan in één geding worden afgedaan.
Een partij kan vorderen te mogen tussenkomen als zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel in te mengen in de aanhangige procedure in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden.
Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld.
Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan (HR 28 maart 2014, HR:2014:768).
De partij die tussenkomst vordert, dient dus de wens te hebben een eigen vordering in te stellen tegen (een van) de procederende partijen.
Deze partij hoeft niet reeds bij haar vordering tot tussenkomst haar vordering in tussenkomst te preciseren, of in te stellen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 mei 2021, GHARL:2021:4322).
De rechtbank is van oordeel dat aan de vereisten van tussenkomst is voldaan.
L heeft voldoende gesteld dat zij belang heeft bij de uitkomst van de procedure, vanwege de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze voor haar kan hebben.
Als komt vast te staan dat de berekening van het legaat door eiseres de juiste is, wordt de positie van L benadeeld want daardoor wordt de omvang van de nalatenschap verminderd.
Daarnaast stelt L dat zij een vordering wenst in te stellen tegen gedaagde 2 als komt vast te staan dat de onverklaarbare vermogensafname waarvan volgens L en eiseres sprake is, aan hem is toe te rekenen.
Als L in deze procedure geen feiten en stellingen naar voren kan brengen, bestaat het gevaar dat zij in haar positie wordt benadeeld.
Bovendien kan het leiden tot tegenstrijdige uitspraken als zij een afzonderlijke procedure moet voeren over een eventuele vordering van de nalatenschap op gedaagde 2.
Bij de vraag of een partij wordt toegestaan tussen te komen, moet de rechtbank – zoals hiervoor overwogen – ook de belangen van de overige partijen en de eisen van een goede procesorde voor ogen houden.
De rechtbank is met eiseres van oordeel dat L (veel) eerder om tussenkomst had kunnen vragen.
Het is immers niet in geschil dat eiseres L op de hoogte heeft gehouden van de procedure en de dagvaarding van 22 maart 2022 heeft toegezonden.
L was op dat moment al op de hoogte van de stellingen van eiseres en de mogelijke gevolgen daarvan voor haar positie.
L heeft er om haar moverende redenen echter voor gekozen om op dat moment niet om tussenkomst te verzoeken.
Door thans in zo’n laat stadium, vlak voor de geplande mondelinge behandeling, alsnog om tussenkomst en om uitstel/afstel van de mondelinge behandeling te vragen, worden de overige partijen in hun belangen geschaad als de mondelinge behandeling geen doorgang zou vinden.
Partijen zouden extra kosten moeten maken en de behandeling van de zaak zou aanzienlijke vertraging oplopen.
De rechtbank ziet hierin aanleiding om het verzoek de mondelinge behandeling aan te houden, althans geen doorgang te laten vinden, af te wijzen.
Het enkele feit dat de advocaat van L verhinderd is om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn, maakt dat niet anders.
Dat is het gevolg van het late tijdstip van haar eigen verzoek.
Bovendien heeft het advocatenkantoor van het L meer in erfrecht gespecialiseerde advocaten aan zich verbonden.
De mondelinge behandeling gaat dus door en L kan als tussenkomende partij daaraan deelnemen.
Zo nodig kan de rechter in de bodemprocedure de mogelijkheid bieden dat schriftelijk wordt verder geprocedeerd door partijen en bepalen in welke vorm dat het beste kan geschieden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.