Der Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een executeursbenoeming slechts voor de eerste overgang of ook voor de tweede overgang bij een tweetrapsmaking gold.
Erflater heeft voor het laatst een testament gemaakt op 7 januari 2008.
In dit testament heeft hij zijn kinderen samen voor 60/100e deel tot erfgenamen aangewezen en A voor het overige 40/100e deel.
De wettelijke verdeling is van toepassing, waardoor A alle goederen en schulden van de nalatenschap heeft gekregen.
De kinderen kregen een niet-opeisbare vordering op A ter grootte van hun erfdeel.
Verder is aan de verkrijging van A een zogenaamde tweetrapsmaking verbonden.
Dit heeft tot gevolg dat alles wat over is van de verkrijging van A als erfgenaam (de bezwaarde) bij haar overlijden toekomt aan de kinderen van erflater (de verwachters).
Erfrecht. Tweetrapsmaking in combinatie met executele. Geldt de executeursbenoeming slechts voor de eerste overgang of ook voor de tweede overgang? Uitleg testament.
De rechter oordeelt als volgt.
Erflater heeft in zijn testament, zoals gezegd, een tweetrapsmaking verbonden aan het erfdeel van A.
Zijn nalatenschap valt daardoor twee keer open, eerst op het moment van overlijden van erflater en daarna op het moment van overlijden van A als bezwaarde.
Verder heeft erflater zijn zoons B en C tot executeurs benoemd, met de bevoegdheid om iemand aan zich toe te voegen of in de plaats te stellen.
Uit deze executeursbenoeming blijkt niet of deze slechts geldt voor de eerste overgang of ook voor de tweede overgang.
Dat is een kwestie van uitleg.
Over het algemeen zal een testateur een executeursbenoeming opnemen om er kortgezegd voor te zorgen dat zijn nalatenschap zo voortvarend mogelijk kan worden afgewikkeld.
De voorzieningenrechter ziet niet in waarom erflater deze taak in de eerste overgang wel nodig vindt en toevertrouwt aan bepaalde personen, maar in de tweede overgang niet.
Na het overlijden van A kan er immers evengoed behoefte zijn aan een executeur.
Zo gaan eventuele openstaande schulden van erflater met de vervulling van de voorwaarde over van A op de kinderen.
Er kunnen ook nieuwe schulden ontstaan op dat moment, zoals schulden ter zake van erfbelasting.
De voorzieningenrechter gaat er gelet op het voorgaande van uit dat erflater de bedoeling had dat de executeur na alle overgangen in functie kwam.
Van belang is verder of nog een taak weggelegd is voor de executeur.
Dat is het geval.
Eiser heeft namelijk onweersproken gesteld dat er nog aangifte erfbelasting gedaan moet worden en dit is een executeurstaak.
Hiervoor is overwogen dat in het geval van een tweetrapsmaking dezelfde nalatenschap twee keer openvalt.
Dit heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot gevolg dat op het moment van overlijden van A voor wat betreft de executele dezelfde rechtsgevolgen intreden als op het moment van overlijden van erflater.
Die rechtsgevolgen vinden ten behoeve van de afwikkeling van de “tweede trap” opnieuw plaats.
Dit betekent concreet dat de in het testament aangewezen executeurs zich opnieuw moeten uitlaten of zij hun benoeming aanvaarden.
De voorzieningenrechter is het daarom met eiser eens dat hij en zijn broers bevoegd in functie zijn als executeurs.
Dat kwijting en decharge is verleend aan D draagt aan dit oordeel niet bij.
Als B en C de executeurstaak op zich hadden genomen na het overlijden van erflater, dan zou aan hen immers ook kwijting en decharge zijn verleend.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.