De Rechtbank Limburg heeft op 24 maart 2023 uitspraak gedaan over de vraag of, vooruitlopend op verdeling, de rechter in kort een machtiging tot de verkoop van een woning op grond van artikel 3:174 BW kon geven.

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening.

De rechter moet eerst beoordelen of eiseres ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft.

Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.

Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Erfrecht. Verdeling gemeenschap. Kort geding. Vooruitlopend op de verdeling machtiging tot verkoop woning op grond van artikel 3:174 BW mogelijk? Waardedaling van de woning.

De rechter oordeelt als volgt.

In kort geding kan als voorziening op grond van artikel 3:174 BW onder omstandigheden vooruitlopend op de verdeling van een gemeenschap een machtiging worden gegeven tot verkoop van een daartoe behorend goed.

Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 21 juni 2002 (HR:2002:AE4380).

Voor een beroep op artikel 3:174 BW is niet nodig dat eerst een vordering tot verdeling van de gemeenschap (artikel 3:178 BW) is ingesteld of dat eerst op een dergelijke vordering door de rechter is beslist.

De enkele wens van eiseres spoedig uit de onverdeeldheid te geraken, is niet voldoende om een spoedeisend belang bij de desbetreffende vordering van eiseres aan te kunnen nemen.

Daartoe dienen bijkomende omstandigheden te worden aangevoerd waaruit blijkt van gewichtige redenen.

Door eiseres is in dit kader het volgende aangevoerd.

Eiseres heeft al begin 2021 aangedrongen op verkoop.

Gedaagde heeft steeds te kennen gegeven dat hij de woning en percelen wil overnemen, echter zonder de haalbaarheid van die wens te onderbouwen.

Volgens eiseres beschikt gedaagde niet over spaargeld en heeft hij geen substantiële inkomsten.

Gedaagde heeft niet gereageerd op het verzoek van haar advocaat om eiseres te informeren over zijn concrete mogelijkheden om de woning en de percelen over te kunnen nemen.

Dit sterkt eiseres in haar overtuiging dat gedaagde de woning en de percelen niet kan overnemen maar probeert de verkoop van de woning en percelen zo lang mogelijk uit te stellen.

Er is voorlopig geen zicht op de datum waarop de mondelinge behandeling van het verzoek tot echtscheiding zal plaatsvinden.

Het kan gelet daarop zomaar nog twee jaar duren voordat de woning te koop wordt gezet. Partijen zijn al in 2020 uit elkaar gegaan en al die tijd kan eiseres niet bij “haar” geld in de woning en de percelen en kan zij ook zelf geen hypotheek afsluiten.

Zij heeft in afwachting van de verdeling een woning gehuurd en de termijn van twee jaar gedurende welke de hypotheekrente nog in aftrek kan worden genomen staat op het punt van verstrijken, met alle fiscale en daarmee verbonden financiële nadelen als consequentie.

Daarnaast bemerkt zij dat gedaagde de woning in verval laat raken.

Hij verricht geen onderhoud, met als gevolg dat deze een verkommerde, armoedige indruk maakt.

Als het nog twee jaar duurt kan dat de verkoop van de woning onmogelijk maken.

De door eiseres aangevoerde verwachting dat gedaagde niet in staat zal zijn om de woning over te nemen, acht de voorzieningenrechter aannemelijk gemaakt.

De in opdracht van eiseres opgestelde taxatie geeft een indicatie dat op de woning met percelen een aanzienlijke overwaarde zit.

Op basis van hetgeen door gedaagde is verklaard ter zitting blijkt dat hij zelf niet over de middelen en het inkomen beschikt om de woning over te nemen.

Hij had zijn hoop gevestigd op een bedrag uit de nalatenschap van zijn tante, doch inmiddels is gebleken dat hij niet is opgenomen in haar laatste testament.

Zijn hoop is nu gevestigd op zijn zus, die mogelijk bereid is om hem te ondersteunen.

Bewijs waaruit blijkt dat financiering via zijn zus een reële optie is, is niet verstrekt tijdens de procedure.

Gelet op deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter de kans groot dat uiteindelijk zal blijken dat gedaagde de woning en de percelen niet kan overnemen en dat in de echtscheidingsprocedure zal worden bepaald dat tot verkoop van de woning dient te worden overgegaan.

De verwachting dat deze beslissing nog lang op zich kan laten wachten is reëel.

Daarnaast heeft eiseres onder meer aangevoerd dat de woning door gedaagde niet wordt onderhouden en een verwaarloosde indruk maakt.

Ter onderbouwing van die stelling zijn door haar recente foto’s van de woning en de tuin overgelegd.

Daarop is zichtbaar dat niet (voldoende) wordt gepoetst en opgeruimd.

Zo is onder andere te zien dat de badkamer en het toilet niet naar behoren zijn schoongemaakt en dat deze daardoor tekenen vertonen van schimmels en beschadiging door vuil- en kalkaanslag die gelet op de omvang hoogst waarschijnlijk niet meer valt te verwijderen.

De voorzieningenrechter is op basis van die foto’s – gedaagde heeft niet betwist dat deze een accuraat beeld geven van de huidige situatie – tot het oordeel gekomen dat de stelling van eiseres daarmee wordt bevestigd.

Indien deze situatie langer voortduurt, kan dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot een ongezonde leefomgeving leiden en de verkoopbaarheid van de woning of de waarde van de woning negatief beïnvloeden.

Op dit moment is de situatie nog omkeerbaar en kan de schade worden beperkt.

De voorzieningenrechter ziet in met name deze omstandigheden een spoedeisend belang gelegen bij de door eiseres gevorderde verkoop van de woning.

Eiseres heeft een financieel belang bij het ingang zetten van de verkoop van de woning en de percelen, zodat zij niet langer gebonden is aan de daaraan verbonden hypotheek en kan beschikken over het haar toekomende aandeel in de overwaarde zodra over de verdeling daarvan is beslist.

Gelet op de hiervoor geschetste aanzienlijk grote kans dat tot verkoop aan een derde en verdeling van de overwaarde dient te worden overgegaan en het belang bij het voorkomen van beschadiging en waardedaling van de woning ten gevolge van verwaarlozing van de woning, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het belang van eiseres bij verkoop van de woning in dit geval zwaarder dient te wegen dan het belang van gedaagde bij het afwachten van een beslissing over de verdeling in de echtscheidingsprocedure.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de vordering kan worden toegewezen, met dien verstande dat de zinsnede “waarbij deze beschikking, voor zover nodig, in de plaats treedt van de medewerking van de vrouw aan de verkoop en levering” naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen toegevoegde waarde heeft, naast de toewijzing van de machtiging op grond van artikel 3:174 BW aan eiseres.

Dit laatste zal dan ook worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.