De Rechtbank Den Haag heeft op 30 juni 2021 uitspraak gedaan over de vraag of bij de waardering van een woning bij de verdeling van een nalatenschap moest worden uitgegaan van de waarde van de woning in een verhuurde of in een onverhuurde staat.
Erflaatster heeft eiser en gedaagde bij testament van 16 oktober 2012 benoemd tot haar enige erfgenamen.
Zij zijn ieder gerechtigd tot de helft van de nalatenschap van erflaatster.
Beide partijen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.
Erflaatster had geen executeur aangewezen, zodat beide partijen gezamenlijk bevoegd zijn tot het beheer van de nalatenschap.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Toedeling van een woning. Waardebepaling van de woning in verhuurde of in onverhuurde staat?
De rechter oordeelt als volgt.
Gedaagde wil het appartement toegedeeld krijgen.
Eiser verzet zich hier niet (langer) tegen.
De rechtbank zal het appartement dan ook aan gedaagde toedelen.
Het appartement is op 28 april 2021 getaxeerd voor een waarde in onverhuurde staat van € 185.000 en een waarde in verhuurde staat van € 142.000.
Gedaagde heeft in de procedure gemeld dat zij toedeling van het appartement wil om het als een beleggingspand te beheren.
De huidige huurster is echter op 26 april 2021 overleden en de huur is per 1 juni 2021 opgezegd.
Eiser heeft stukken overgelegd waaruit dit blijkt.
Dit betekent dat gedaagde het huis in onverhuurde staat verkrijgt en zelf kan kiezen of zij opnieuw wil verhuren of dat zij het appartement in onverhuurde staat wil verkopen.
Omdat gedaagde het appartement aan in onverhuurde staat verkrijgt, is uitgangspunt dat dit haar wordt toegedeeld voor het bedrag van € 185.000.
Indien gedaagde het appartement echter direct weer voor onbepaalde tijd verhuurt, dan ondervindt zij nadeel ervan dat de huurster precies in de periode dat de nalatenschap wordt verdeeld is overleden.
Toedeling voor de waarde in verhuurde staat betekent echter dat indien gedaagde toch zou besluiten om de woning direct te verkopen, zij een voordeel zou hebben, omdat zij dan direct een bedrag van € 185.000 te gelde kan maken.
De rechtbank ziet hierin grond om de woning aan gedaagde toe te delen tegen een waarde van € 142.000 plus de helft van het verschil tussen de waarde in verhuurde en in onverhuurde staat van € 21.500 = € 163.500.
De rechtbank heeft nog overwogen om een toedeling te doen tegen een bedrag van € 185.000 met de bepaling dat gedaagde, als zij binnen een vastgestelde termijn een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan overleggen aan eiser alsnog een bedrag van € 21.500 van eiser kan vorderen, maar een dergelijke constructie maakt dat partijen aan elkaar verbonden blijven, en de rechtbank acht dat op basis van de verhoudingen tussen partijen niet de beste oplossing.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de waardering van onroerend goed in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.