De Rechtbank Rotterdam heeft op 11 april 2023 uitspraak gedaan over de vraag of er voldoende grond bestond tot de benoeming van een vereffenaar.

Verzoekster verzoekt om op grond van artikel 4:203 BW over te gaan tot de benoeming van een vereffenaar in de nalatenschap van erflater en ieder die dit verzoek tegenspreekt tezamen te veroordelen aan verzoekster de proceskosten te betalen.

Verzoekster legt aan het verzoek, samengevat, het volgende ten grondslag. Nederlands recht is op de erfopvolging van toepassing.

De nalatenschap moet vanwege de beneficiaire aanvaarding worden vereffend, maar verzoekster en de belanghebbenden komen hier in het geheel niet uit en de verhouding met de andere erfgenamen is inmiddels zo verhard, dat gezamenlijk optreden als vereffenaar geen optie is.

Omdat partijen er samen niet uitkomen, is het volgens verzoekster in het belang van alle partijen om een vereffenaar aan te wijzen.

Erfrecht. Vereffening. Verzoek tot de benoeming van een vereffenaar. Belang bij benoeming. Toetsingskader. Verhoudingen tussen erfgenamen verstoord? Kosten van vereffening. Artikel 4:203 lid 1 BW.

De rechter oordeelt als volgt.

Verzoekster verzoekt om een vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflater.

De rechtbank kan dat op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW doen als een nalatenschap beneficiair is aanvaard en een erfgenaam verzoekt een vereffenaar te benoemen.

Aan deze beide voorwaarden is voldaan.

Verzoekster heeft ook voldoende onderbouwd dat er een belang is om een vereffenaar te benoemen.

Alle erfgenamen oefenen hun bevoegdheden als vereffenaar gezamenlijk uit.

Volgens verzoekster is de verhouding met in ieder geval één andere erfgenaam (belanghebbenden) verhard, zodat zij het niet ziet zitten om de nalatenschap samen te vereffenen.

Belanghebbende 1 is het hier mee eens.

Belanghebbende 2 heeft dit op zich niet bestreden, maar denkt dat de erfgenamen er wel samen uit kunnen komen.

De rechtbank is echter van oordeel dat als twee van de erfgenamen van mening zijn dat de verhoudingen verstoord zijn, er een belang is om een vereffenaar te benoemen.

Volgens belanghebbende is het zonde om kosten voor een vereffenaar te maken, omdat de nalatenschap negatief is.

De rechtbank kan belanghebbende hierin niet volgen, omdat het op dit moment nog niet duidelijk is of de nalatenschap negatief is.

Een boedelbeschrijving is er (nog) niet.

Belanghebbende heeft zelf ter zitting verklaard dat hij het vreemd vond dat de bank nog niet op de hoogte was van het overlijden van erflater en dat erflater altijd cash in huis had, wat op het moment van zijn overlijden verdwenen was.

Een vereffenaar kan hier onderzoek naar doen, want hij moet vaststellen wat het saldo was op de bankrekening(en) van erflater ten tijde van zijn overlijden en hij moet de omvang van de boedel vaststellen.

Daarbij moet een vereffenaar ook onderzoeken of er nog roerende of onroerende zaken in de nalatenschap van erflater zitten en of er nog andere activa zijn.

Het enkele feit dat er sprake is van een hoge belastingaanslag maakt niet dat de nalatenschap negatief is.

Daarnaast is het juist bij een negatieve nalatenschap van belang dat goed in kaart wordt gebracht wat tot de nalatenschapsboedel behoort en wat de schulden zijn, zodat zoveel mogelijk schuldeisers (waarvan belanghebbende stelt dat hij er één van is omdat hij de begrafeniskosten heeft betaald) voldaan kunnen worden.

Een vereffenaar heeft voorts op grond van de wet de mogelijkheid om kosteloze vereffening of opheffing van de vereffening te verzoeken indien de geringe waarde der baten van een nalatenschap daartoe aanleiding geeft (artikel 4:209 BW).

Het is daarnaast niet zo, wat belanghebbende meent, dat hij of (één van) de andere erfgenamen de kosten van de vereffenaar moeten voorschieten.

De kosten van de vereffening zijn schulden van de nalatenschap en worden vastgesteld volgens de Recofa Richtlijnen.

Deze kosten komen in beginsel ten laste van de nalatenschapsboedel.

Alleen als de nalatenschapsboedel niet toereikend is worden de kosten ten laste van de erfgenamen gebracht voor zover die met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn op grond van artikel 4:184 lid 2 BW.

De bezwaren die belanghebbende heeft tegen de benoeming van een vereffenaar slagen derhalve niet.

De rechtbank is gelet op wat hiervoor is overwogen van oordeel dat er voldoende grond is om een vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflater, zodat het verzoek zal worden toegewezen.

Verzoekster heeft voorgesteld om twee vereffenaars te benoemen.

Belanghebbenden hebben tegen de personen van de voorgestelde vereffenaars geen bezwaar gemaakt.

De rechtbank is echter van oordeel dat met het benoemen van één vereffenaar kan worden volstaan, zodat K tot vereffenaar benoemd zal worden.

Hij kan – indien hij dat wil – taken delegeren aan zijn kantoorgenoten en medewerkers.

De vereffenaar dient de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant.

Aangezien sprake is van een eenzijdig verzoek, acht de rechtbank geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 289 Rv een proceskostenveroordeling uit te spreken.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.