De Rechtbank Noord-Holland heeft op 13 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag of er een verplichting bestond tot afleggen rekening en verantwoording over het gevoerde beheer voorafgaand aan het overlijden van de erflaatster.
Partijen zijn de enig erfgenamen van mevrouw A (hierna: erflaatster).
Erflaatster is gehuwd geweest. Zij hadden twee zoons: betrokkene en gedaagde.
Tussen partijen is in geschil of gedaagde rekening en verantwoording verschuldigd is over het gevoerde beheer over de periode voorafgaand aan het overlijden van erflaatster.
Aan haar vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording, legt eiseres ten grondslag dat gedaagde het beheer heeft gevoerd over de financiën van erflaatster in haar laatste levensjaren.
Volgens eiseres blijkt dit onder meer uit:
-de door erflaatster aan gedaagde verstrekte volmacht;
-de bemoeienis van gedaagde en zijn werkgever bij de totstandkoming van het testament van erflaatster;
-de verklaringen van eiseres, betrokkene C en een buurvrouw van erflaatster;
– de pintransacties die zijn verricht in de periode dat erflaatster in het ziekenhuis en revalidatiecentrum verbleef (10 februari 2018 tot en met 16 april 2018), die een gelijke trend vertonen met de pintransacties voordat erflaatster werd opgenomen;
-de tegenstrijdige berichten en verklaringen van gedaagde.
Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat gedaagde financiële handelingen heeft verricht ten behoeve van zichzelf en die gezien hun aard of omvang niet kunnen worden gerekend tot het normale uitgavenpatroon van erflaatster, bijvoorbeeld toen erflaatster in het ziekenhuis verbleef.
Er waren bovendien meerdere bankpassen in de omloop.
Volgens eiseres heeft gedaagde aldus getracht de erfrechtelijke aanspraken van eiseres minimaal te houden.
Gedaagde betwist dat hij het beheer over de financiën van erflaatster voerde en ook dat erflaatster daartoe zelf niet meer in staat was.
Erflaatster voerde volgens hem tot het laatste moment haar eigen administratie onder meer via internetbankieren op haar iPad.
Na haar heupbreuk heeft gedaagde wel boodschappen gehaald voor zijn moeder, maar alle uitgaven en pinopnames waren steeds op verzoek van erflaatster.
Er was inderdaad een bancaire volmacht, maar daarvan is volgens hem geen gebruik gemaakt.
Erfrecht. Verplichting tot afleggen rekening en verantwoording over gevoerd beheer voorafgaand aan het overlijden van erflaatster? Gebruik pinpas. Omvang bestedingen. Uitgavenpatroon.
De rechter oordeelt als volgt.
Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.
Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht.
Er is in beginsel geen grond om rekening en verantwoording te vorderen als erflaatster beschikkingsbevoegd was en zelf het beheer voerde.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres tegenover de gemotiveerde betwisting van gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagde het beheer over de financiën van erflaatster voerde.
Gedaagde beschikte weliswaar over een pinpas van de betaalrekening van erflaatster en heeft ook daadwerkelijk geld van de betaalrekening opgenomen en betalingen verricht, maar het verrichten van pinbetalingen kan niet gelijk gesteld worden met het beheren van het vermogen van erflaatster.
Dat erflaatster een volmacht had verstrekt aan gedaagde, maakt dit niet anders nu hij heeft betwist dat daarvan gebruik is gemaakt.
Van het gebruik van de volmacht is ook overigens niet gebleken.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde voldoende concreet toegelicht dat erflaatster zelf bepaalde wat er met haar financiën gebeurde (ook vanuit het ziekenhuis en revalidatiekliniek) en dat zij aan gedaagde in voorkomende gevallen opdracht gaf hieraan uitvoering te geven, bijvoorbeeld door geld op te nemen bij een pinautomaat en te overhandigen aan erflaatster of te voldoen aan een derde in opdracht van erflaatster.
Dat erflaatster niet meer in staat was om zelf het beheer over haar financiën te voeren is evenmin gebleken.
Eiseres heeft ook niet gesteld dat erflaatster tijdens haar leven wilsonbekwaam was, onder bewind stond of op een andere manier beperkt was om haar financiën te voeren.
Integendeel, eiseres heeft ter zitting meermaals erkend dat erflaatster wilsbekwaam was en in staat was financiële belangen behoorlijk waar te nemen.
Dat erflaatster voorafgaande aan haar overlijden vooral bezig was met het einde van haar leven, zoals eiseres stelt, doet daar niet aan af.
Aangenomen moet daarom worden dat erflaatster, weliswaar met enige hulp van gedaagde, zelf het beheer over haar vermogen voerde.
De enkele omstandigheid dat gedaagde (en zijn werkgever) betrokken zijn geweest bij het contact tussen erflaatster en de notaris, maakt het voorgaande niet anders.
Daaruit kan immers niet worden afgeleid dat erflaatster niet (meer) in staat was voor haar eigen belangen op te komen.
Voor zover eiseres stelt dat gedaagde erflaatster op ontoelaatbare wijze heeft beïnvloed of onder druk heeft gezet, is die stelling onvoldoende onderbouwd.
Ook uit de door eiseres overgelegde verklaringen van haarzelf, haar moeder en een buurvrouw van erflaatster, blijkt op geen enkele wijze dat en hoe gedaagde erflaatster onder druk zette.
Eiseres heeft er verder op gewezen dat onder meer tijdens het verblijf van erflaatster in het ziekenhuis en revalidatiecentrum verschillende pinbetalingen zijn verricht, die niet door of ten behoeve van erflaatster zijn gedaan en dus (volgens eiseres) ten goede zijn gekomen van gedaagde, op grond waarvan gedaagde tot rekening en verantwoording verplicht is.
De rechtbank volgt eiseres ook hierin niet, gelet op het navolgende:
Ten aanzien van aankopen in de supermarkt, slagerij, patisserie, bloemenwinkel, meubelwinkels en andere warenhuizen, heeft gedaagde voldoende toegelicht dat hij ten behoeve van erflaatster deze uitgaven heeft gedaan, voor (onder andere) persoonlijke verzorging van erflaatster en omdat zij het eten in het ziekenhuis/revalidatiecentrum niet lekker vond.
Het voorgaande geldt ook voor contante pinopnames die door gedaagde zijn gedaan, ook tijdens de opname van erflaatster in het ziekenhuis of revalidatiecentrum.
Gedaagde heeft voldoende concreet toegelicht dat erflaatster hem heeft verzocht die bedragen op te nemen en dat gedaagde de contanten heeft afgegeven aan erflaatster, dan wel aan derden in opdracht van erflaatster.
Het staat vast dat gedaagde de pinpas van erflaatster heeft gebruikt om brandstof te tanken voor zijn eigen auto, maar gedaagde heeft toegelicht dat hij deze kosten heeft gemaakt voor het vervoer van erflaatster of wanneer hij bij haar op bezoek ging.
Het gaat dus om kosten die ten behoeve van erflaatster zijn gemaakt.
Het voorgaande geldt ook voor de onderhoudskosten van de auto van gedaagde en de parkeerkosten.
Ten aanzien van twee aankopen in een kledingwinkel, heeft gedaagde erkend dat dit schenkingen zijn geweest van erflaatster, ter gelegenheid van zijn verjaardag.
Het gaat hierbij om bedragen van € 90,95 en € 69,95.
Gelet op de beperkte omvang van deze bedragen ziet de rechtbank hierin geen grond om een verantwoordingsplicht van gedaagde aan te nemen.
Bij het vorenstaande kan overigens worden geconstateerd dat gedaagde, juist door het geven van een toelichting in deze procedure, reeds rekening en verantwoording heeft gedaan.
Gelet op de familierechtelijke relatie tussen erflaatster en gedaagde kan een vergaande administratieplicht ook niet worden verlangd van gedaagde.
Het lijkt er op dat eiseres bezwaar maakt tegen de verklaringen die gedaagde heeft gegeven voor de gedane bestedingen, maar gelet op de omstandigheid dat erflaatster wilsbekwaam was, zodat moet worden aangenomen dat zij met de bestedingen heeft ingestemd, gaat de rechtbank aan die bezwaren voorbij en wordt aan inhoudelijke bespreking daarvan verder niet toegekomen.
De conclusie van wat hiervoor is overwogen luidt dat niet vast is komen te staan dat gedaagde zonder medeweten van erflaatster ten behoeve van zichzelf bedragen van de bankrekening van erflaatster heeft opgenomen.
Dat sprake was van onrechtmatige onttrekkingen, zoals eiseres suggereert, is derhalve evenmin gebleken.
Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv draagt eiseres de bewijslast van deze stelling.
Voor omkering van die bewijslast bestaat geen aanleiding, omdat niet is voldaan aan de strenge voorwaarden die daarvoor gelden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.