Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag per wanneer wettelijke rente verschuldigd was over het kindsdeel.

Erflaatster is overleden op 20 april 2003.

Erflaatster was in de wettelijke algemene gemeenschap van goederen gehuwd met erflater.

Erflater is overleden op 2 april 2020.

Erflaatster heeft niet over haar nalatenschap beschikt bij testament.

Erflater was ten tijde van zijn overlijden in tweede echt gehuwd met verzoekster.

Hij heeft in zijn testament verzoekster tot enig erfgenaam/bezwaarde onder de tweetrapsmaking benoemd en verweerder als erfgenaam/verwachter onder de tweetrapsmaking.

Verzoekster heeft haar benoeming tot erfgenaam zuiver aanvaard.

Verzoekster is (thans als enige) executeur in de nalatenschap van erflater.

Erfrecht. Versterferfrecht. Wettelijke verdeling. Geldvordering op de langstlevende echtgenoot. Rentevergoeding. ingangsdatum van de wettelijke rente. Ingebrekestelling en verzuim.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt voorop dat, nu erflaatster geen testament heeft gemaakt, het wettelijk erfrecht zoals dit geldt na 1 januari 2003, van toepassing is.

Op basis van het wettelijk erfrecht is op het moment van het overlijden van erflaatster de voormalige huwelijksgoederengemeenschap alsmede de nalatenschap van erflaatster verdeeld.

Aldus is sprake van de wettelijke verdeling en op basis van de wettelijke verdeling heeft verweerder een vordering gekregen op de langstlevende echtgenoot, zijnde erflater.

Relevant voor de vaststelling van die vordering van verweerder op erflater is de omvang en samenstelling van de huwelijksgoederengemeenschap op de datum van overlijden van erflaatster.

Verzoekster heeft een grief geformuleerd met betrekking tot de ingangsdatum van de wettelijke rente.

Voor het verschuldigd zijn van wettelijke rente is een ingebrekestelling vereist.

Naar het oordeel van het hof treft die grief doel, aangezien het hof in de brief van de notaris van 26 oktober 2020 geen ingebrekestelling leest.

De wettelijke rente is derhalve eerst vanaf 2 februari 2021 van toepassing omdat de advocaat van verweerder bij brief van 19 januari 2021 verzoekster in gebreke heeft gesteld, met aanzegging dat de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na dagtekening van die brief is verschuldigd.

Nu A op dat moment executeur was van de nalatenschap van erflater, tezamen met verzoekster, heeft deze brief wel degelijk tot gevolg dat wettelijke rente is verschuldigd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.