Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of tijdig aanspraak was gemaakt op de legitieme portie.

Partijen zijn de kinderen van de overleden ouders.

De ouders hebben allebei op 4 juni 1996 bij gelijkluidende testamenten over hun nalatenschap beschikt.

Deze testamenten bevatten, voor zover van belang, een ouderlijke boedelverdeling als bedoeld in artikel 4:1167 oud BW, waarbij, kort gezegd, alle goederen en schulden aan de langstlevende van de ouders zijn toegedeeld en de kinderen een vordering ter grootte van hun erfdeel op die langstlevende is toegedeeld, met de bepaling dat deze vordering en de daarover verschuldigde rente (onder meer) eerst bij overlijden van die langstlevende opeisbaar zijn.

Voorts zijn de erfgenamen in voormelde testamenten vrijgesteld van de verplichting tot inbreng in de betreffende nalatenschappen van enige aan hen gedane schenking, tenzij bij een schenking anders is bepaald.

De zussen betogen dat geïntimeerden geen tijdige aanspraak hebben gemaakt op hun legitieme portie en dat het recht op hun legitieme portie daarom is vervallen.

Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Legitieme. Is tijdig aanspraak gemaakt op legitieme portie? Vervaltermijn. Redelijke termijn. Giften. Bevoordelingsbedoeling. Stelplicht en bewijslast. Betalingsregeling.

De rechter oordeelt als volgt.

Ingevolge artikel 4:85 lid 1 BW vervalt de mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie, indien de legitimaris niet binnen een door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van erflater, heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen.

Door partijen is niet gesteld dat een belanghebbende een redelijke termijn heeft gesteld, zodat de termijn voor de aanspraak op de legitieme vijf jaar na het overlijden van de ouders is vervallen, dus voor wat betreft de nalatenschap van moeder op 7 mei 2016 en van vader op 12 november 2016.

In de inleidende dagvaarding van 7 augustus 2015, dus voor het verstrijken van de vervaltermijnen, hebben geïntimeerden gevorderd de omvang van de nalatenschap vast te stellen en elk van de zussen te veroordelen aan ieder van geïntimeerden te voldoen een bedrag ter grootte van hun legitieme portie.

Geïntimeerden hebben aldus tijdig aanspraak gemaakt op hun legitieme portie en daarmee is voldaan aan het wettelijke vereiste van artikel 4:85 lid 1 BW.

Giften in het kader van de vaststelling van de hoogte van de legitieme portie

Geïntimeerden stellen dat sprake is van verschillende giften van de ouders aan de zussen die moeten worden meegenomen om de hoogte van de legitieme portie vast te kunnen stellen.

Om dit te kunnen beoordelen overweegt het hof dat voor een gift zoals bedoeld in artikel 7:186 lid 2 BW nodig is

(1) een verrijking van de begiftigde

(2) een verarming van de schenker (‘ten koste van eigen vermogen’) en

(3) een bevoordelingsbedoeling (handeling ‘die ertoe strekt’).

Het gaat erom dat de schenker zich niet alleen bewust is van de bevoordeling, maar ook de wil tot bevoordelen heeft.

Of een bevoordelingsbedoeling aanwezig was, dient aan de hand van de omstandigheden van het geval te worden vastgesteld.

De legitimaris die een beroep doet op dergelijke giften, heeft de bewijslast voor het bestaan van die giften (artikel 150 Rv).

Verzoek betalingsregeling

De zussen verzoeken, nu geïntimeerden een vordering op hen hebben, op grond van artikel 4:5 BW een betalingsregeling vast te stellen nu een veroordeling tot betaling van enig bedrag hen in (grote) financiële moeilijkheden kan brengen.

Zij verzoeken het hof om te bepalen dat zij het bedrag in ieder geval in tienjaarlijkse termijnen kunnen betalen.

Op grond van artikel 4:5 BW kan het hof op verzoek wegens gewichtige redenen bepalen dat de door de zussen verschuldigde bedragen eerst na verloop van zekere tijd en/of in termijnen behoeven te worden voldaan.

Nog afgezien van het feit dat een dergelijk verzoek in beginsel via een verzoekschriftprocedure ingediend zou moeten worden, hebben de zussen naar het oordeel van het hof onvoldoende feitelijk onderbouwd dat in onderhavig geval sprake is van dergelijke gewichtige redenen.

Ter zitting hebben zij toegelicht dat zij voorzieningen kunnen treffen om tot betaling over te gaan, bijvoorbeeld door aan hen toebehorende grond te verkopen.

Het hof zal dan ook geen betalingsregeling vaststellen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.