De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag de grens van de  beschikkingsbevoegdheid van de langstlevende ouder bij een wettelijke verdeling.

Deze procedure gaat kort gezegd over de vraag of moeder als langstlevende echtgenote rechtsgeldig onroerende zaken die zij krachtens de wettelijke verdeling heeft verkregen, heeft overgedragen aan gedaagden.

Moeder is als langstlevende echtgenote krachtens de wettelijke verdeling enig eigenaar geworden van diverse onroerende zaken.

Moeder heeft deze onroerende zaken deels aan derden en deels aan twee van haar drie kinderen overgedragen (aan gedaagden).

Eiser stelt dat deze laatste onroerendgoedtransacties paulianeus en onrechtmatig zijn.

Volgens eiser heeft moeder onder meer de onroerende zaken ver beneden de waarde in het economisch verkeer aan gedaagden overgedragen.

Eiser vreest dat het vermogen van moeder door de onroerend goed transacties zodanig is geslonken dat bij haar overlijden zijn geldvorderingen op moeder uit hoofde van de wettelijke verdeling en uit hoofde van schenkingen op papier niet meer (volledig) kunnen worden voldaan.

De door moeder verschuldigde rente over de schenkingen op papier wordt nu al niet meer door haar voldaan.

Eiser heeft gesteld dat voor moeder geen verplichting bestond om de onroerend goed transacties uit te voeren.

Op dit punt hebben gedaagden geen stellingen ingenomen, en ook anderszins is gesteld noch gebleken dat voor moeder een dergelijke verplichting bestond.

Daarmee staat tussen partijen vast dat de onroerend goed transacties onverplicht zijn verricht.

Erfrecht. Wettelijke verdeling. Begrenzing beschikkingsbevoegdheid langstlevende ouder. Onroerend goed. Vernietiging koopovereenkomst. Benadeling. Wetenschap. Verhaal.

De rechter oordeelt als volgt.

Nu vast staat dat sprake is van benadeling van eiser in zijn verhaalsmogelijkheden, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de vraag of moeder en gedaagden wetenschap hadden van benadeling van eiser.

Eiser stelt dat de transactie die is verricht is gedaan binnen één jaar voor het inroepen van de vernietigingsgrond, met als gevolg dat wordt vermoed dat men aan beide zijden wist of behoorde te weten dat een zodanige benadeling het gevolg van de rechtshandelingen zou zijn gelet op het bepaalde in artikel 3:46 lid 1 onder 1 en onder 3 sub a BW.

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij rechtshandelingen verricht door de schuldenaar (moeder) met of jegens haar kinderen, wordt ingevolge artikel 3:46 lid 1 onder 3 sub a BW de wetenschap van benadeling aan beide zijden vermoed aanwezig te zijn, als de rechtshandeling is verricht binnen één jaar voor het inroepen van de vernietigingsgrond en de schuldenaar zich niet reeds voor de aanvang van die termijn tot die rechtshandeling had verplicht.

De betreffende rechtshandeling is verricht binnen één jaar voor het inroepen van de vernietigingsgrond bij de dagvaarding van 8 maart 2023.

Op grond van artikel 3:46 lid 1 onder 3 sub a BW wordt vermoed dat zowel moeder als gedaagden wetenschap van benadeling hadden.

Niet is gesteld of gebleken dat voor de verkoop en levering van de onroerende zaken een rechtsplicht bestond.

De rechtbank is van oordeel dat moeder en gedaagden dit vermoeden niet hebben weerlegd.

De rechtbank acht hierbij van belang de omstandigheid dat moeder een groot deel van de onroerende zaken aan twee van de drie kinderen heeft overgedragen, zonder dat eiser daarvan wist, in een periode waarin eiser gebrouilleerd was met moeder en gedaagden.

Verder weegt mee dat moeder, ondanks de ontvangst van koopsommen van in ieder geval in totaal € 770.000, de rente van € 9.000 per jaar uit hoofde van de papieren schenkingen niet meer aan eiser betaalt.

Tot slot springt in het oog dat gedaagden geen volledige inzage hebben willen geven in de onderliggende geldleningsovereenkomsten en pas tijdens de mondelinge behandeling deels openheid van zaken hebben gegeven.

Vervolgens hebben gedaagden niet volledig voldaan aan het tussenvonnis, zonder dit toe te lichten.

Dit alles tezamen duidt op samenspanning door gedaagden om de verhaalsmogelijkheden van eiser te frustreren.

De rechtbank zal dan ook de vernietiging van de rechtshandeling strekkende tot verkoop en levering van de onroerende zaken uitspreken.

Ten aanzien van de overdrachten van de overige onroerende zaken van moeder aan gedaagden doet naar het oordeel van de rechtbank niet meer ter zake of sprake is van wetenschap van benadeling bij gedaagden.

Vernietiging is immers niet verder nodig dan ter opheffing van het door eiser ondervonden nadeel.

De vorderingen van eiser bedragen per 31 december 2023 in totaal € 782.617,65 en de koopsom voor de appartementen bedroeg € 1.090.000.

Dit betekent dat vernietiging van de rechtshandelingen strekkende tot verkoop en levering van de appartementen voldoende is om het door eiser ondervonden nadeel op te heffen.

Bij dit oordeel weegt mee dat moeder nog haar woonhuis heeft en vorderingen op gedaagden op basis van de hypothecaire geldlening.

Voorts kunnen gedaagden hun vorderingen op moeder uit overbedeling compenseren met de nog uitstaande hypothecaire geldlening die volgens de tekst van de akte niet opeisbaar is.

Eiser vordert te bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de registerverklaring als bedoeld in artikel 3:17 lid 1 sub a BW in samenhang met artikel 26 Kadasterwet, met veroordeling van moeder en gedaagden om, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, al het nodige te doen om overeenkomstig de vernietiging het vonnis in het kadaster te doen inschrijven, zulks op straffe van een dwangsom van € 100.000 voor elke dag of dagdeel dat zij daartoe in gebreke blijven.

Vernietiging van een rechtshandeling heeft terugwerkende kracht tot het moment waarop de vernietigde rechtshandeling is verricht.

Dit betekent dat de koopovereenkomst geacht wordt nooit tot stand te zijn gekomen.

Gevolg hiervan is dat een geldige titel voor de levering van de onroerende zaken ontbreekt, zodat de levering aan gedaagden geen effect heeft gehad en de onroerende zaken achteraf gezien het vermogen van de vervreemder, moeder, nooit hebben verlaten.

Een achteraf gezien onjuiste inschrijving in de openbare registers van het kadaster maakt dat niet anders.

Terug levering is niet nodig.

Dit vonnis kan worden ingeschreven in de openbare registers van het kadaster.

Eiser kan het vonnis zo nodig zelf doen inschrijven in het kadaster op grond van artikel 3:17 lid 1 sub e BW.

Eiser vordert de verklaring voor recht dat moeder en gedaagden ter zake van de onroerend goed transacties jegens eiser onrechtmatig hebben gehandeld, met veroordeling van moeder en gedaagden tot vergoeding van de door eiser geleden schade en met verwijzing naar de schadestaatprocedure tot opmaak van de schade.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis overwogen dat het benadelen van crediteuren onder omstandigheden onrechtmatig is.

Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een vordering bewust en op basis van subjectieve factoren wordt achtergesteld bij vorderingen van andere crediteuren, wanneer een schuldenaar bij het voldoen van die andere crediteuren wist of behoorde te weten dat bij voldoening van die vorderingen niets zou resteren voor betaling van de aldus achtergestelde vorderingen.

Ook indien aan alle vereisten van artikel 3:45 BW is voldaan, is de norm geschonden die strekt tot het beschermen van eiser als schuldeiser van moeder.

Uit het voorgaande volgt dat aan alle vereisten van artikel 3:45 BW is voldaan, zodat de norm is geschonden die strekt tot het beschermen van eiser als schuldeiser van moeder.

De gevorderde verklaring voor recht zal op dit punt dan ook worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.