De Rechtbank Overijssel heeft onlangs in kort geding uitspraak gedaan over een vordering tot het verstrekken van bescheiden ter vaststelling van de hoogte van niet-opeisbare erfdelen bij de wettelijke verdeling.
Erflaatster heeft geen testament laten opmaken.
Gedaagde en eisers zijn de erfgenamen van erflaatster.
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Kindsdeel. Vordering tot verstrekken van bescheiden ter vaststelling van hoogte van niet-opeisbare erfdelen. Spoedeisend belang. Verstek. Boedelbeschrijving. Dwangsom.
De rechter oordeelt als volgt.
Eisers stellen spoedeisend belang te hebben, omdat de financiële instellingen een wettelijke bewaartermijn hebben van zeven jaren.
Vanwege de duur van een bodemprocedure en daarna een mogelijk hoger beroep en gelet op de weigerachtige houding van gedaagde, kan een bodemprocedure zolang duren dat de bewaartermijn van de verzochte stukken is verstreken.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben bij de vordering.
Inmiddels zijn 5 jaren verstreken na het overlijden van erflaatster en ondanks uitgebreide correspondentie met gedaagde hebben eisers de gevraagde stukken niet ontvangen.
Niet kan worden uitgesloten dat partijen bij een eventuele bodemprocedure nog een lange periode van onzekerheid over de uitkomst wacht, terwijl de wettelijke bewaartermijn van de stukken inmiddels mogelijk verstrijkt.
De voorzieningenrechter meent daarom dat er sprake is van spoedeisend belang.
Dit betekent dat de vordering van eisers inhoudelijk zal worden behandeld.
Verstek/toetsen of het in de bodem zou worden toegewezen
Gedaagde is niet verschenen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de dagvaarding tijdig en op de juiste wijze aan gedaagde is betekend.
Gelet hierop zal verstek worden verleend.
Dit betekent dat de vordering inhoudelijk wordt behandeld zonder dat een eventueel verweer van gedaagde bekend is.
Als een vordering de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt zal deze in beginsel worden toegewezen.
Dit is bepaald in artikel 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Boedelbeschrijving
Op grond van artikel 4:13 Burgerlijk Wetboek (BW) verkrijgt de echtgenoot van rechtswege de goederen van de nalatenschap en verkrijgt ieder van de kinderen van rechtswege een geldvordering ten laste van de echtgenoot, overeenstemmend met de waarde van zijn erfdeel die in beginsel niet opeisbaar is.
Op grond van artikel 4:16 lid 1 BW kunnen de kinderen verlangen dat een boedelbeschrijving wordt opgemaakt met daarin een waardering van de goederen en de schulden van de nalatenschap.
Een boedelbeschrijving kan door de erfgenamen in onderling overleg worden gemaakt of door een notaris.
In onderhavige procedure is niet gebleken dat er al een boedelbeschrijving is opgemaakt.
Als het opmaken daarvan in onderling overleg niet lukt, bestaat daarvoor een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter.
Daarbij kan de kantonrechter op verzoek van een erfgenaam op grond van artikel 672 Rv een bevel geven tot het opstellen van een boedelbeschrijving.
Van een dergelijk verzoek is hier geen sprake, van een procedure bij de kantonrechter evenmin.
Een boedelbeschrijving die nog moet worden opgemaakt kan niet worden opgevraagd.
De vordering is ongegrond en wordt afgewezen.
Vordering tot afgifte van de stukken
De vordering voor wat betreft de overige stukken is niet onrechtmatig of ongegrond zodat ze kan worden toegewezen met uitzondering van de taxatierapporten.
De voorzieningenrechter motiveert deze beslissing als volgt.
Uit artikel 4:16 lid 4 BW volgt dat eisers tegenover gedaagde recht hebben op een afschrift van stukken die zij voor de vaststelling van hun aanspraken nodig hebben.
Bij de dagvaarding hebben eisers het document ‘rekening en verantwoording’ overgelegd dat zij van gedaagde hebben ontvangen zonder onderliggende stukken.
Bij de mondelinge behandeling hebben zij naar voren gebracht dat zij niet weten of dit document volledig is.
Aan de hand van de van gedaagde te ontvangen stukken kunnen eisers beoordelen of er aanleiding bestaat om alsnog een verzoekschrift tot het opmaken van een boedelbeschrijving in te dienen.
De termijn zal worden gesteld op 28 dagen om gedaagde de tijd te geven de stukken zo nodig bij instanties op te vragen.
Taxatierapporten
Eisers hebben taxatierapporten gevorderd van de echtelijke woning, de inboedel en de sieraden. Voor de beoordeling van dit deel van de vordering wordt acht geslagen op het in de wet bepaalde over de boedelbeschrijving.
Artikel 674 Rv gaat over de inhoud van een boedelbeschrijving.
Onder lid 1 wordt als onderdeel van een boedelbeschrijving een korte beschrijving genoemd van alle tot de boedel behorende goederen en schulden en, zo een der partijen dat wenst, een schatting van de waarde.
Artikel 675 Rv bepaalt dat als partijen het niet eens worden over de aanwijzing van de schatters, deze worden benoemd door de notaris of (ingeval van een onderhandse boedelbeschrijving) de kantonrechter.
In deze procedure gaat het niet over het opmaken van een boedelbeschrijving.
In geval een boedelbeschrijving wordt opgemaakt moeten partijen eerst proberen gezamenlijk een schatter (taxateur) van de waarde van de goederen te benoemen.
Als ze het niet eens worden kan bij verzoekschrift aan de kantonrechter worden gevraagd om benoeming van een taxateur door de kantonrechter.
Van een dergelijk verzoek is hier geen sprake, van een procedure bij de kantonrechter evenmin.
Taxatierapporten die nog moeten worden opgemaakt kunnen niet worden opgevraagd.
Gelet hierop zal de vordering om genoemde taxatierapporten over te leggen als zijnde ongegrond worden afgewezen.
Dwangsom
De gevorderde dwangsom is erg hoog en wordt hierna in redelijkheid en billijkheid bepaald op € 250,00 per dag, gemaximeerd tot € 10.000,00.
Bij de veroordeling tot betaling van de dwangsom wordt opgemerkt dat bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen dat eisers niet zeker weten welke stukken bij gedaagde aanwezig zijn.
Zo is bijvoorbeeld niet zeker of er in 2017 en 2018 aangifte inkomstenbelasting is gedaan en of gedaagde aangifte erfbelasting heeft gedaan.
Om te voorkomen dat een dwangsom wordt verbeurd terwijl het betreffende stuk er niet is, dient gedaagde ter voorkoming van het verbeuren van een dwangsom schriftelijk, voorzien van bewijsstukken, aan te tonen dat het betreffende stuk niet is opgemaakt.
Als hij dat niet doet verbeurt hij alsnog de dwangsom.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.