Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de door de erflater gedane schenkingen vernietigbaar waren.
Appellant en geïntimeerde zijn broer en zus.
Hun ouders waren gehuwd in gemeenschap van goederen.
Hun vader is overleden op 16 januari 2018 met achterlating van zijn echtgenote (moeder) en appellant en geïntimeerde als zijn erfgenamen; hij heeft geïntimeerde benoemd tot executeur.
Op zijn nalatenschap is de wettelijke verdeling van toepassing.
Moeder en appellant hebben zijn nalatenschap beneficiair aanvaard, geïntimeerde zuiver.
De nalatenschap van vader hoeft niet te worden vereffend volgens de wet, omdat de executeur kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om de schulden te betalen.
Appellant stelt dat moeder niet wilsbekwaam was voor het doen van deze schenkingen en dat zij daarvoor aan vader geen toestemming heeft gegeven als bedoeld in artikel 1:88 BW en ook voor het geven van toestemming niet wilsbekwaam was.
Bovendien zijn de schenkingen van moeder aan geïntimeerde tot stand gekomen door misbruik van omstandigheden.
Appellant stelt dat deze schenkingen nietig zijn of vernietigd moeten worden en dat geïntimeerde de bedragen die zij heeft ontvangen moet terugbetalen
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Zijn de gedane schenkingen vernietigbaar? Toestemming van echtgenoot? Misbruik van omstandigheden? Wilsonbekwaamheid? Verjaring. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Appellant stelt dat moeder niet wilsbekwaam was voor het doen van deze schenkingen en dat zij daarvoor aan vader geen toestemming heeft gegeven als bedoeld in artikel 1:88 BW en ook voor het geven van toestemming niet wilsbekwaam was.
Bovendien zijn de schenkingen van moeder aan geïntimeerde tot stand gekomen door misbruik van omstandigheden.
Appellant stelt dat deze schenkingen nietig zijn of vernietigd moeten worden en dat geïntimeerde de bedragen die zij heeft ontvangen moet terugbetalen.
De reden voor de vernietiging is dat moeder niet wilsbekwaam was.
Als de schenkingen toch geldig zijn moeten ze in elk geval in aanmerking worden genomen bij de berekening van de legitieme portie van appellant.
Welke schenkingen heeft moeder gedaan en zijn deze vernietigbaar wegens wilsonbekwaamheid of misbruik van omstandigheden?
Voor de beoordeling is allereerst van belang of moeder zelf schenkingen heeft gedaan.
Appellant maakt dat niet goed duidelijk.
Het hof constateert dat de schenking van € 50.526 alleen is gedaan door vader.
Dat staat uitdrukkelijk zo vermeld in de onderhandse akte waarin deze schenking is neergelegd en in de aangifte voor de schenkbelasting (bijlage 7 bij de dagvaarding bij de rechtbank).
Het hof constateert dat ook de schenking van € 6.095,25 alleen door vader is gedaan.
Appellant vertelt niet of deze schenking is gedaan door vader of moeder of door beiden en weerspreekt niet de mededeling van geïntimeerde dat vader deze schenking heeft gedaan.
Omdat moeder geen partij is bij de schenkingen van € 50.526 en € 6.095,25 is vernietiging daarvan wegens wilsonbekwaamheid van moeder (artikel 3:34 lid 3 eerste zin BW) of wegens misbruik van omstandigheden bij moeder (artikel 3:44 lid 4 BW) niet aan de orde.
Onduidelijk blijft wie de schenker is van de schenkingen van de trouwjurk voor een bedrag van € 1.586,95 en het bed voor een bedrag van € 3.100.
Het hof houdt het ervoor dat dit schenkingen van vader en moeder zijn.
Ook wie de begiftigde is – geïntimeerde en haar man of alleen geïntimeerde – blijft onduidelijk.
Voor het gemak gaat het hof bij de beoordeling van de geldigheid van deze schenkingen en de vraag of ze gebruikelijk en niet bovenmatig zijn ervan uit dat ze zijn gedaan aan geïntimeerde alleen.
Vaststaat dat deze twee schenkingen zijn gedaan in 2012 ter gelegenheid van het huwelijk van geïntimeerde.
Ook voor deze schenkingen is vernietiging wegens wilsonbekwaamheid of misbruik van omstandigheden niet aan de orde.
Wat appellant vertelt over de stoornis van de geestvermogens van moeder en de kwetsbare omstandigheden aan haar kant waarvan geïntimeerde misbruik zou hebben gemaakt betreft uitdrukkelijk het jaar 2017 en niet het jaar 2012.
Appellant heeft niet gesteld dat deze gronden voor vernietiging ook al in 2012 aanwezig waren en ook de schenkingen uit dat jaar vernietigbaar maken.
Voor vernietiging van de schenkingen die geïntimeerde van haar ouders of een van hen heeft gehad vanwege wilsonbekwaamheid van moeder of misbruik van omstandigheden aan de kant van moeder is dan ook geen plaats.
Heeft moeder aan vader toestemming gegeven voor het doen van de schenkingen?
De schenkingen onder a en d zijn gedaan op 10 juni 2017 respectievelijk 16 november 2017.
Vader had voor deze schenkingen de toestemming van moeder nodig (artikel 1:88 BW).
Uit de processtukken blijkt dat namens appellant voor het eerst op 2 oktober 2020 (brief van zijn advocaat aan de advocaat van geïntimeerde) een beroep is gedaan op het ontbreken van deze toestemming voor de schenking van € 50.526 op 10 juni 2017 en voor het eerst op 25 januari 2021 (eveneens een brief van zijn advocaat aan de advocaat van geïntimeerde) voor de schenking van € 6.095,25.
Vanwege dat tijdsverloop van meer dan drie jaar voor elk van deze schenkingen doet geïntimeerde een beroep op verjaring van de rechtsvordering van appellant tot vernietiging van deze schenkingen vanwege strijd met artikel 1:88 BW.
Op grond van artikel 3:52 lid 1 aanhef en letter d BW verjaart deze rechtsvordering binnen drie jaren nadat aan de andere echtgenoot (moeder) deze mogelijkheid ‘ten dienste is komen te staan’.
Hieronder moet worden verstaan zowel het geval waarin de andere echtgenoot te weten komt dat een handeling in strijd met artikel 1:88 BW is verricht, als het geval dat hij weliswaar kennis draagt van de rechtshandeling, maar hij – bijvoorbeeld door een geestelijke stoornis – verhinderd wordt om zijn wil te bepalen ten aanzien van de vernietiging van de rechtshandeling (Parl. Gesch. Boek 3, p. 235-237).
Voor het gaan lopen van de verjaringstermijn van art. 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW is bepalend welke feiten en omstandigheden bekend zijn, niet of bekendheid bestaat met de juridische beoordeling daarvan en met de bevoegdheid tot vernietiging.
Deze vernietigingsbevoegdheid staat aldus aan de andere echtgenoot (moeder of haar rechtsopvolgers) ten dienste wanneer deze daadwerkelijk met het bestaan van de overeenkomst bekend is geworden.
Geïntimeerde heeft de stelplicht en bewijslast daarvan, omdat zij de verjaring inroept.
De vraag is dan of moeder uiterlijk op 2 oktober 2017 kennis had van de schenking van € 50.526 en uiterlijk op 25 januari 2018 van de schenking van € 6.095,25.
Geïntimeerde stelt dat moeder direct op de hoogte was van deze schenkingen.
Die schenkingen waren noodzakelijk om het voor geïntimeerde mogelijk te maken in de buurt van haar ouders te gaan wonen om de zorg voor haar ouders, die steeds intensiever werd, op zich te nemen.
Het was de wens van vader en van moeder dat dit gebeurde.
Appellant weerspreekt dat niet.
Hij voert alleen aan dat hij pas na het overlijden van zijn moeder op de hoogte raakte van de schenkingen.
Als dat al zo is, is dat niet relevant, omdat het hier gaat om de vraag wat moeder wist en wanneer.
Daarmee staat vast dat moeder meer dan drie jaar voor het beroep van appellant op de vernietiging van deze schenkingen daarmee daadwerkelijk bekend was.
Of zij door een geestelijke stoornis verhinderd werd haar wil te bepalen over de vernietiging van deze schenkingen – zoals appellant betoogt – is hier niet van belang.
Het beroep van geïntimeerde op verjaring slaagt.
Als de schenkingen uit 2012 niet ‘gebruikelijke, niet bovenmatige’ schenkingen zouden zijn dan slaagt het beroep op verjaring om dezelfde redenen – voor zover dat nodig zou zijn – ook voor die schenkingen.
Die schenkingen zijn door vader en moeder samen gedaan, zodat moeder op het moment van de schenkingen in 2012 daarvan kennis zal hebben gehad.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.