Van onze advocaat kindsdeel erfenis. De Rechtbank Midden-Nederland op 7 juni 2017 uitspraak gedaan over de informatieplicht van de langstlevende echtgenoot jegens de kinderen bij een ouderlijke boedelverdeling.
Tussen partijen is in geschil welke informatieverplichtingen in het kader van de nalatenschap en de uit de ouderlijke boedelverdeling voortvloeiende vorderingen op gedaagde, de langstlevende echtgenoot, rusten jegens eisers, de erfgenamen.
Het testament uit 1999 van de in 2011 overleden erflater omvat een ouderlijke boedelverdeling in de zin van artikel 4:1167 BW (oud). Op grond hiervan zijn alle goederen van de nalatenschap toegedeeld aan de gedaagde onder de verplichting om alle schulden van de nalatenschap voor haar rekening te nemen, waarbij aan eisers zijn toegedeeld de niet-opeisbare vorderingen wegens overbedeling ten laste van gedaagde.
De ouderlijke boedelverdeling
Sinds 1 januari 2003 kent de wet de ouderlijke boedelverdeling niet langer (artikel 4:42 lid 1 BW). Dit neemt niet weg dat een onder oud recht (vóór 1 januari 2003) gemaakt testament met een ouderlijke boedelverdeling zijn gelding blijft behouden, ook in het geval de erflater na inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht is overleden. Uit artikel 79 Overgangswet Nieuw BW volgt dat een onder oud recht verrichte rechtshandeling niet nietig of vernietigbaar wordt na inwerkingtreding van de nieuwe wet.
De rechtbank is van oordeel dat uit de ouderlijke boedelverdeling in het testament van erflater voortvloeit dat eisers en gedaagde als erfgenamen jegens elkaar gehouden zijn tot het opmaken van een boedelbeschrijving ten tijde van het overlijden van erflater van zowel de huwelijksgoederengemeenschap, waarin erflater en gedaagde waren gehuwd, als de daarvan deel uitmakende nalatenschap, zodat aan de hand daarvan de omvang van de vorderingen van eisers jegens gedaagd kunnen worden vastgesteld, waaronder het kindsdeel van de erfgenamen in de erfenis.
Recht op informatie bij de wettelijke verdeling
De regeling van artikel 4:16 lid 4 BW, geschreven voor de sinds 1 januari 2003 geldende wettelijke verdeling, kan geacht worden analoog van toepassing te zijn in geval van een ouderlijke boedelverdeling. De echtgenoot en de kinderen hebben jegens elkaar recht op inzage in en afschrift van alle bescheiden en andere gegevensdragers, die zij voor vaststelling van hun aanspraken, zoals het kindsdeel in de erfenis, behoeven.
De daartoe strekkende inlichtingen dienen des verzocht aan elkaar te worden verstrekt. Zij zijn tevens jegens elkaar gehouden tot medewerking aan het verstrekken van inlichtingen door derden.
Dit kader geeft anderzijds ook de begrenzing van het recht op inlichtingen. Het recht op informatie jegens elkaar strekt niet verder dan het opstellen van de hiervoor genoemde boedelbeschrijving van de huwelijksgoederengemeenschap en de nalatenschap en vaststelling van de na de ouderlijke boedelverdeling resterende vordering van eisers als erfgenamen, zoals het kindsdeel, jegens gedaagde, de langstlevende echtgenoot.
Heeft u vragen over het kindsdeel in een erfenis, de ouderlijke boedelverdeling, de wettelijke verdeling of over de informatieplicht van erfgenamen in een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel erfenis op 020-3980150.