Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 februari 2018 uitspraak gedaan over de mogelijkheid om alsnog beneficiair een erfenis te mogen aanvaarden ter bescherming tegen een onbekende vordering op de erflater.
Erflaatster heeft in haar testament bepaald dat hetgeen haar kleinkinderen uit haar nalatenschap verkrijgen onder bewind wordt gesteld met de benoeming van een bewindvoerder over de erfdelen.
Als gevolg van het door erflaatster bij testament ingestelde bewind zijn de erfgenamen processueel onbekwaam, voor zover het om hun erfdeel gaat, en kan slechts de bewindvoerder als formele procespartij optreden (artikel 1:441 BW).
Wat hun erfdelen betreft zijn de erfgenamen in deze procedure rechtsgeldig vertegenwoordigd. Wat hun privévermogen betreft behoeven zij in deze procedure geen vertegenwoordiging.
Nu de nalatenschap door één van de erfgenamen beneficiair is aanvaard, dient dit overzicht op grond van artikel 4:211, lid 3, BW, als boedelbeschrijving ter inzage te worden gelegd
De andere erfgenamen hebben verzocht om hen op grond van art. 4:194a BW machtiging te verlenen de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden.
Daartoe hebben zij aangevoerd dat zij na de zuivere aanvaarding van de nalatenschap bekend zijn geworden met een door hen betwiste schuld van de nalatenschap. Voorts hebben de erfgenamen gesteld dat de betwiste schuld niet in haar geheel uit hun erfdeel en de legaten voldaan kan worden.
Primair is aan het verzoek door de advocaat tegengeworpen dat het niet binnen drie maanden na de ontdekking van de schuld is gedaan, zodat het verzoek niet ontvankelijk is.
Subsidiair is door de advocaat geconcludeerd dat het verzoek ongegrond is. Daartoe heeft de advocaat aangevoerd dat de schuld aan verweerders binnen de familie, waaronder de erfgenamen, reeds bekend was, zodat niet kan worden gesproken van een onverwachte schuld die ontdekt zou zijn. Verweerders bieden bewijs aan van het feit dat de erfgenamen met de vordering van verweerders bekend waren toen zij de nalatenschap zuiver aanvaard hebben.
Verweerders betwisten voorts dat hun vordering niet in haar geheel uit het erfdeel van ieder van de erfgenamen zou kunnen worden voldaan. Zij stellen dat het actief van de nalatenschap belangrijk meer beloopt dan het bedrag van de schuld van € 396.840,-
Onbekendheid met de schuld?
De rechter oordeelt dat het niet voldoende is om te stellen dat de schuld in de familie bekend was en dan dus ook wel bij de erfgenamen.
Het gaat hier om een lening uit 1958, ruim zestig jaren geleden. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet zomaar worden aangenomen dat de huidige erfgenamen, de derde generatie sinds de geldlening, nog van die geldlening zou moeten weten.
Op de zitting is daarom door de rechter gevraagd om een toelichting van de vage stelling dat de schuld in de familie bekend was. Verzoekers hebben dat ter zitting stellig tegengesproken. De gemachtigde van de verweerders kon geen toelichting geven anders dan met gemeenplaatsen. De vage stelling dat de schuld in de familie bekend was is ondanks de gelegenheid daarvoor niet voldoende toegelicht. De vage stelling is niet toereikend om tot bewijslevering te kunnen worden toegelaten.
Bescherming van het privévermogen
Artikel 4:194a lid 2 BW is ingevoerd bij de wet van 8 juni 2016 tot wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek teneinde erfgenamen beter te beschermen tegen schulden van de erflater.
Indien is voldaan aan de voorwaarden van deze nieuwe wettelijke bepalingen, wordt de erfgenaam ontheven van zijn verplichting de schuld uit zijn eigen vermogen te voldoen doordat de erfgenaam alsnog beneficiair mag aanvaarden (4:194a lid 1 BW).
Met deze uitzondering op de hoofdregel krijgt de erfgenaam die zuiver aanvaard heeft, alsnog de mogelijkheid om zijn privévermogen te beschermen tegen onverwachte schulden.
De inzet van deze procedure is dus of het privévermogen van verzoekers beschermd moet worden.
Dat is eerst aan de orde wanneer de activa van de nalatenschap onvoldoende zijn voor de voldoening van de schulden, inclusief de betwiste schuld aan verweerders.
Verzoekers hebben gesteld dat dat het geval is, maar verweerders hebben dat betwist. Zij hebben daarvoor de volgende argumenten aangevoerd. De incasso van de vorderingen van de nalatenschap is niet problematisch. De inboedel is te laag gewaardeerd vanwege de aanwezigheid van waardevolle kunstwerken. Het actief van de nalatenschap beloopt belangrijk meer dan € 396.840,- De schuld aan verweerders ad € 319.778,41 kan daaruit zonder meer voldaan worden.
Gelet op dit standpunt van verweerders rijst de vraag waarom zij zich verzetten tegen het verzoek. Als hun vordering zonder meer uit de nalatenschap voldaan kan worden, kan het hen onverschillig zijn of die op het privévermogen van verzoekers verhaald zou mogen worden.
Gelet op een en ander hebben verweerders geen rechtens te respecteren belang bij de mogelijkheid van verhaal op privévermogen van verzoekers. Volgens hen kan hun gepretendeerde vordering zonder meer uit de nalatenschap voldaan worden.
Het is duidelijk dat een compensatie van € 150.000 zonder meer uit de nalatenschap voldaan zou kunnen worden. Maar gelet het verzoekschrift is het niet uit te sluiten dat de gepretendeerde vordering van verweerders niet volledig uit de nalatenschap voldaan zal kunnen worden. Verzoekers hebben dus wel een belang bij de verzochte machtiging teneinde hun privévermogen te beschermen.
Aangezien onbewezen blijft dat de schuld reeds bekend was bij verzoekers, wordt vastgesteld dat het een onverwachte schuld is, waarvan verzoekers eerst door de aangetekende brief van 22 februari 2017 op de hoogte kwamen.
Het verzoekschrift is op 13 april 2017, dus tijdig, ingediend. Voorts hebben verweerders geen rechtens te respecteren belang bij een mogelijkheid van verhaal op privévermogen van verzoekers. Hun verweer wordt daarom verworpen. De verzochte machtiging zal worden verleend.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over zuiver dan wel beneficiaire aanvaarding of over onbekende schulden van de erflater en de mogelijkheid om alsnog de erfenis beneficiair te mogen aanvaarden, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.