Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Rotterdam heeft op 17 april 2019 uitspraak gedaan over het bewijs van het onttrekken van gelden van de bankrekening van de erflater door diens vriendin.

Niet in geschil is dat gedaagde in de periode van maart 2014 tot september 2017 een rol in het leven van de erflater heeft vervuld.

Gedaagde was de vriendin van de erflater.

De vraag is of de vriendin van de erflater– met de toegang tot de financiën van de erflater opnames, overboekingen en uitgaven ten behoeve van zichzelf heeft verricht die niet de instemming van de erflater hebben gehad.

Ten aanzien van de overboekingen naar haar bankrekening voert de vriendin van de erflater als verweer dat een deel van de betalingen heeft te gelden als vergoeding voor door haar ten behoeve van de erflater verrichte werkzaamheden.

Zij heeft twee overeenkomsten overgelegd die zij stelt te hebben gesloten met de erflater en waaruit zou voortvloeien dat zij als compensatie voor haar werkzaamheden als propertymanager recht had op 35% van de huuropbrengsten van de villa en in de maanden dat er geen huuropbrengsten zouden zijn op een inkomen van $1.200,00 per maand.

Daarnaast voert zij aan vanaf maart 2014 de volledige verzorging van de erflater en het huishouden op zich te hebben genomen.

De vriendin van de erflater voert voorts aan dat zij een voorschot heeft genomen op nog uit te voeren werkzaamheden. Zij beroept zich daarnaast op verrekening met bedragen die zij nog van de erflater tegoed had.

De erfgenaam heeft betwist dat sprake is geweest van een arbeidsverhouding tussen de erflater en diens vriendin. De vriendin mocht tegen kost en inwoning wonen en kreeg één keer per jaar een vliegticket vergoed.

Als bewijs dat erflater niet zelf het beheer over zijn administratie voerde en de vriendin controleerde, heeft de erfgenaam een verklaring van zijn ex-echtgenote overgelegd.

Onttrekken van gelden van de bankrekening van de erflater door diens vriendin? Bewijs.

De rechter overweegt als volgt.

Uit de door erfgenaam in het geding gebrachte financiële overzichten van de bankrekeningen van de erflater blijkt dat het uitgavenpatroon vanaf maart 2014 een opvallende verandering heeft ondergaan ten opzichte van het jaar 2013.

Er is vanaf maart 2014 sprake van een aanzienlijke hoeveelheid contante pinopnames en een aanzienlijke hoeveelheid overboekingen naar de bankrekening van de vriendin van de erflater.

De vriendin van de erflater heeft zich ten aanzien van de contante opnames en overboekingen van de bankrekeningen van de erflater naar haar bankrekening primair beroepen op een overeenkomst.

Nog daargelaten dat de erfgenaam de authenticiteit van die overeenkomsten gemotiveerd heeft betwist, ook al zouden zij authentiek zijn dan wordt daardoor slechts een klein deel van het totaal aan pinopnames en overboekingen verklaard.

Geoordeeld wordt dat de vriendin van de erflater tot op heden geen duidelijke verklaring heeft gegeven voor het grote aantal contante opnames en onvoldoende onderbouwd heeft weersproken dat de contante opnames niet aan de erflater, maar aan haar ten goede zijn gekomen.

Zo heeft de vriendin van de erflater geen dan wel een onvoldoende verklaring gegeven voor in Nederland verrichte uitgaven alsmede voor de contante opnames en overboekingen.

Vaststaat dat erflater die uitgaven en betalingen niet zelf kan hebben gedaan omdat hij op de betreffende data niet in Nederland is geweest.

Ten aanzien van de overboekingen van de bankrekeningen van erflater naar haar bankrekening heeft de vriendin van erflater het verweer gevoerd dat deze overboekingen altijd de goedkeuring van de erflater hadden.

De vriendin heeft echter onvoldoende stukken in het geding gebracht om aan te kunnen tonen dat betalingen met goedkeuring van de erflater zijn geschied, dan wel heeft zij op andere wijze onderbouwd waaraan dit geld is besteed.

De vriendin heeft evenmin een deugdelijke onderbouwing gegeven van haar verweer dat een deel van de overboekingen betrekking heeft op door haar voorgeschoten bedragen.

Het had op haar weg gelegen het een en ander middels het overleggen van haar eigen bankafschriften te onderbouwen.

Tijdens de comparitie van partijen heeft zij slechts verklaard dat zij in de veronderstelling verkeerde dat haar advocaat over haar bankafschriften beschikte.

Gelet op het vorenstaande wordt, behoudens door de vriendin van de erflater te leveren tegenbewijs, voorshands bewezen geacht dat de vriendin van de erflater zich gelden van erflater onrechtmatig heeft toegeëigend.

De vriendin van erflater zal worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, hetgeen inhoudt dat de vriendin van erflater het voorshands aangenomen bewijs dient te ontzenuwen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over het onttrekken van gelden uit een erfenis of over bewijs in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.