Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 22 januari 2019 uitspraak gedaan over een geschil over de vereffening van een nalatenschap. Vereffenaar vordert verklaring voor recht. Voeging op de voet van artikel 222 Rv?

Kort weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.

Het testament van vader bevatte een ouderlijke boedelverdeling als gevolg waarvan de bezittingen van de vader na zijn overlijden volledig in eigendom zijn overgegaan op de moeder en de drie kinderen hebben een niet-opeisbare vordering op de moeder verkregen.

De moeder heeft in haar laatste testament de drie kinderen als erfgenamen aangewezen, waarbij de erfdelen van de broers zijn vastgesteld op hun legitieme portie en de zuster als erfgenaam voor het overige gedeelte is aangewezen.

De zuster heeft de executeur ontslagen en de notaris M is benoemd tot executeur. Deze heeft geconcludeerd dat de nalatenschap negatief is, waarop de rechter bij beschikking van 29 november een vereffenaar heeft benoemd.

De erfgenamen kunnen het niet eens konden worden over de verschillende boedelbeschrijvingen die de vereffenaar heeft opgesteld.

Ten gevolge van de ruzie tussen de erfgenamen is de vereffenaar er niet in geslaagd de vereffening tot stand te brengen, reden waarom de vereffenaar de erfgenamen heeft gedagvaard en de vereffenaar een verklaring voor recht heeft gevorderd ten aanzien van de geschilpunten tussen partijen.

 De broer legt aan zijn vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv ten grondslag dat de zuster ook hoger beroep heeft ingesteld tegen het bestreden vonnis. Het betreft dusdanig samenhangende vorderingen en feitelijke en juridische geschilpunten dat sprake is van verknochte zaken voor dezelfde rechter. De broer vordert daarom voeging van de onderhavige zaak met de zaak die de zuster in hoger beroep aanhangig heeft gemaakt.

Geschil over de vereffening van een erfenis. Vereffenaar vordert verklaring voor recht om geschilpunten te beslechten. Voeging in hoger beroep op de voet van artikel 222 Rv?

Het hof overweegt als volgt.

In artikel 222 Rv is bepaald dat in het geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen, en over het zelfde onderwerp, tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan de voeging kan worden gevorderd.

Een voeging van de zaak op de voet van art. 222 Rv doet niet af aan de processuele zelfstandigheid van beide zaken.

Deze processuele zelfstandigheid houdt onder meer in dat de voeging niet tot gevolg heeft dat een bij één van de gevoegde zaken betrokken partij nadien partij is in de andere zaak.

Het gevolg van een voeging op de voet van art. 222 Rv is onder meer dat de procedures gelijktijdig worden behandeld en dat volstaan kan worden met één processtuk. Daarnaast kan in alle zaken tegelijk uitspraak worden gedaan bij één vonnis, arrest of beschikking.

De rechter is van oordeel dat in deze, nu beide hoger beroepen zich richten tegen hetzelfde bestreden vonnis, sprake is van een zodanige band dat het belang van een goede en doelmatige behandeling meebrengt dat beide zaken zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en beslist door dezelfde rechter.

De rechter zal daarom de voeging van deze zaak bevelen.

De vereffenaar heeft verder gevorderd de beslissing voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Tegen een voeging staat echter ingevolge het bepaalde in artikel 219a juncto artikel 127a vierde lid Rv geen rechtsmiddel open. Een uitvoerbaarverklaring bij voorraad is dan ook niet nodig.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur of een vereffenaar, over de legitieme of over het kindsdeel of over de voeging van zaken in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.