Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 5 oktober 2017 uitspraak gedaan over het opvragen van het wettelijk erfdeel, ook wel in de volksmond het kindsdeel genoemd.
De grief van de advocaat betreft de overweging waarin de rechtbank als volgt heeft geoordeeld. De kinderen van de man hebben het wilsrecht (artikel 4:19 lid 1 BW) niet uitgeoefend, althans daar is niet van gebleken. Ook heeft de man tijdens zijn huwelijk met de vrouw er niet voor gekozen om vrijwillig het erfdeel van zijn kinderen uit te betalen. Door het huwelijk met de vrouw is derhalve het hele vermogen van de man tot de gemeenschap gaan behoren. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de kinderen van de man, wat de hoogte hier ook van is, in het kader van de verdeling buiten beschouwing dient te blijven. De kinderen van de man behouden evenwel hun vordering op de man.
Ter toelichting op zijn grief, voert de advocaat het volgende aan. De man is eerder getrouwd geweest, in gemeenschap van goederen. Met deze eerste echtgenote had de man twee kinderen. De eerste echtgenote is overleden in 2005. De kinderen waren op dat moment nog minderjarig. De eerste echtgenote had geen testament, waardoor het wettelijk versterferfrecht van toepassing is op de nalatenschap van de eerste echtgenote.
Op grond daarvan zijn de man en de twee kinderen gezamenlijk en voor gelijke delen (ieder een derde) de erfgenamen. De man en de kinderen hebben de nalatenschap aanvaard. De artikelen 4:13 en volgende BW zijn dan van toepassing. De man heeft alle bezittingen en schulden toegedeeld gekregen (artikel 4:13 lid 2 BW). De kinderen hebben hun erfdeel, het zogenaamde kindsdeel, ontvangen in de vorm van een vordering op de man (artikel 4:13 lid 3 BW).
De schuld die de man aldus, ten gevolge van het overlijden van zijn eerste echtgenote, aan de kinderen heeft, valt in de ontbonden huwelijksgemeenschap waar het hier om gaat en dient in de verdeling daarvan te worden betrokken.
De kinderen kunnen hun vordering in beginsel pas opeisen bij het overlijden van de man (artikel 4:13 lid 3 BW).
Bij aangifte van het huwelijk van de man met de vrouw (de wederpartij van de man in deze procedure), hebben de kinderen, dan wel de man als hun wettelijk vertegenwoordiger, geen beroep op hun wilsrecht van artikel 4:19 BW gedaan. Het wilsrecht is echter niet vervallen, het blijft sluimeren.
Het is redelijk dat bij de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de partijen de waarde van de schuld aan de man wordt toegedeeld. Die toedeling moet aldus plaatsvinden dat de vrouw de helft van de schuld aan de man dient te betalen, aldus de advocaat.
De advocaat van de vrouw voert hiertegen het volgende aan. Terecht heeft de rechtbank gesteld dat de vordering van de kinderen buiten de verdeling dient te blijven. Pas bij het overlijden van de man kunnen de kinderen de vordering opeisen, aldus de advocaat.
Het opvragen van het erfdeel in de nalatenschap
Het hof oordeelt als volgt. De grief faalt. De man gaat eraan voorbij dat de schuld waar het hier om gaat pas opeisbaar wordt als hij is overleden (artikel 4:13 lid 3 BW). Pas dán ook komt het doen van betalingen ter zake van de schuld aan de orde. Daartoe kan de vrouw, anders dan de man verzoekt, tháns niet worden verplicht. Overigens zou de verdeling van de schuld die de man wenst tot het onaanvaardbare gevolg leiden dat nadat de vrouw de man ter zake van de schuld aan de kinderen heeft betaald, zij later bij overlijden van de man en hij de schuld niet blijkt te hebben betaald aan de kinderen ook nog het risico moet lopen door de kinderen zelf te worden aangesproken.
Zoals de rechtbank reeds heeft overwogen, had de man er overigens voor kunnen kiezen om vrijwillig het erfdeel van zijn kinderen uit te betalen of door huwelijkse voorwaarden te maken teneinde de rechten van de kinderen veilig te stellen. Dat hij dat niet gedaan heeft, valt niet op de door hem gewenste wijze te redresseren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over het versterferfrecht, de wettelijke verdeling of over het opvragen van de geldvordering op de langstlevende of het opvragen van het kindsdeel bij de ouderlijke boedelverdeling, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis? Bezoek dan ook onze pagina over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.