De Rechtbank Limburg heeft op 14 maart 2019 uitspraak gedaan over de mogelijkheid voor en de vereisten van het ontvangen van een som ineens.

Verzoekster is de dochter van een van de erfgenamen.

De advocaat van verzoekster vraagt om aan haar bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, ex art. 4:36 BW, een som ineens van € 23.400,00 toe te kennen.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt de advocaat van verzoekster dat zij in de periode van 19 november 2014 tot de overlijdensdatum mantelzorgster van de erflaatster is geweest.

Verzoekster heeft in voormelde periode iedere dag, vaak met een overnachting, de erflaatster persoonlijk en huishoudelijk verzorgd. Ten gevolge daarvan heeft verzoekster een half jaar vertraging in haar Hbo-opleiding tot verpleegkundige en daarmee tevens minstens een half jaar vertraging van haar carrière-opbouw opgelopen.

Gelet daarop en op het feit dat de erflaatster verzoekster nooit voor haar zorg heeft beloond, vindt verzoekster het redelijk en billijk om aanspraak te kunnen maken op de verzochte som ineens.

De belanghebbenden, die tevens erfgenamen van de nalatenschap van de erflaatster zijn, hebben verweer gevoerd.

Het verst strekkend verweer van de belanghebbenden is dat verzoekster de aanspraak op de som ineens niet tijdig aan hun kenbaar heeft gemaakt waardoor de in art. 4:37 lid 1 BW bepaalde termijn is verstreken en de mogelijkheid van verzoekster daartoe is vervallen.

De advocaat van de belanghebbende stelt dat aan hun tussen het indienen van het verzoek op 9 oktober 2018 en de datum van het overlijden van de erflaatster van verzoekster, noch van de moeder van verzoekster (die ook erfgenaam is) noch van de gemachtigde van verzoekster op enige wijze binnen de in voormeld artikel bepaalde termijn een aanspraak op een som ineens van verzoekster kenbaar is gemaakt.

Los daarvan heeft verzoekster evenmin tijdens de mondelinge behandeling op 30 oktober 2018 in een door belanghebbende op 30 juli 2018 ingediend verzoek, waarbij verzoekster haar moeder mondeling bijstond, met een woord gerept over een aanspraak op een som ineens, aldus de advocaat van de belanghebbenden.

Som ineens. Termijn. Degene die een aanspraak maakt op een som ineens dient dit te verklaren aan alle erfgenamen van de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Hoewel de wet niet voorschrijft aan welke erfgenaam/erfgenamen de verklaring dient te worden gericht ligt het voor de hand – en moet als heersende leer worden beschouwd – om die verklaring aan alle erfgenamen te richten.

Een vordering van een som ineens is immers een schuld van de nalatenschap en raakt, indien sprake zou zijn van verdeling van een batig saldo onder de erfgenamen, ook hun erfdeel.

Het lag op de weg van verzoekster om haar verzoek ter zake met meer te onderbouwen dan met haar summiere stelling dat zij haar aanspraak op een som ineens jegens de erfgenamen enkele malen, in elk geval binnen de termijn van art. 4:37 lid 1 BW, kenbaar heeft gemaakt zijn.

Op welke momenten en aan welke erfgenamen verzoekster dat heeft gedaan laat verzoekster in het midden.

Het voorgaande, afgezet tegen het gemotiveerde verweer van de belanghebbenden, is te summier om het gestelde feit in rechte vast te kunnen stellen.

Dat geldt ook voor de stellingen van verzoekster ter mondelinge behandeling, dat zij in de zomer van 2018 bedoelde aanspraak bij haar moeder, die erfgename van de nalatenschap van de erflaatster is, kenbaar heeft gemaakt en dat zij dat in de zomer van 2018 bij belanghebbende thuis heeft gedaan.

Daarbij komt, ten overvloede, dat gesteld noch gebleken is dat belanghebbende, de moeder van verzoekster, de verklaring van haar dochter (verzoekster) bij de overige erfgenamen kenbaar heeft gemaakt en dat de gemachtigde van verzoekster desgevraagd heeft verklaard geen verzoek tot een som ineens van zijn cliënte (verzoekster) binnen de daarvoor bepaalde termijn te hebben ontvangen.

Met inachtneming van al het voor overwogene zal het verzoek worden afgewezen.

Gelet op het feit dat partijen familie van elkaar zijn zal de kantonrechter de kosten compenseren in die zin dat iedere partij de hare draagt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over termijnen in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.