Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 14 mei 2019 uitspraak gedaan over de vraag of aan in een testament een toegekend vruchtgebruik een einde was gekomen.

De langstlevende echtgenoot (de vader) is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest met de erflaatster (de moeder). De erfgenamen zijn de twee dochters.

De rechter zal de grief van de erfgenaam beoordelen, welke grief gericht is tegen de afwijzing van haar vordering tot bevestiging van het einde van het vruchtgebruik, zoals vermeld in het testament van de erflaatster.

De rechter merkt ten aanzien van de vordering allereerst op dat door erfgenaam niet concreet is aangegeven welke goederen zijn belast met een vruchtgebruik ten gunste van de langstlevende.

Blijkens de memorie van grieven van de advocaat heeft het vruchtgebruik volgens de erfgenaam in ieder geval geen betrekking op de (verkoopopbrengst) van het aandeel van de erflaatster in de voormalige echtelijke woning.

Naar het oordeel van de rechter kan deze kwestie echter in het midden blijven, gelet op het volgende.

Verdeling van een nalatenschap. Langstlevende echtgenoot. Keuzelegaat in testament. Verzorgingsvruchtgebruik. Einde van het vruchtgebruik?

De rechter oordeelt als volgt.

De advocaat van de langstlevende echtgenoot stelt zich op het standpunt dat van enig vruchtgebruik geen sprake is.

De advocaat stelt dat de erfgenaam het legaat, vermeld in het testament van de erflaatster heeft aanvaard.

De advocaat verwijst daartoe naar de verklaring van erfrecht die op 23 oktober 2008 notarieel is opgemaakt.

De advocaat stelt dat hij het aandeel van de erflaatster in alle roerende zaken alsmede het aandeel van de erflaatster in de voormalige echtelijke woning feitelijk heeft overgenomen, met dien verstande dat de erfgenaam zich niet heeft gerealiseerd dat voor de overdracht van het aandeel van de erflaatster in de woning een notariële akte noodzakelijk was, zodat die overdracht niet is geëffectueerd.

Naar het oordeel van de rechter heeft de erfgenaam onvoldoende weersproken dat de langstlevende het aandeel van de erflaatster in alle roerende zaken heeft overgenomen, zoals bedoeld in het testament van de erflaatster, dit gelet op hetgeen in de verklaring van erfrecht is vermeld, in samenhang met het feit dat de langstlevende de roerende goederen die tot aan het overlijden van de erflaatster tot de huwelijksgemeenschap hoorden, is blijven gebruiken.

Dit laatste is door de erfgenaam zelf bevestigd. Zij heeft immers gesteld dat na het overlijden van de erflaatster de situatie in huis ongewijzigd is gebleven. De omstandigheid dat de zus van de erfgenaam nog enige tijd bij de langstlevende in de woning is blijven wonen maakt de voorgaande conclusie niet anders.

Dit geldt ook voor de omstandigheid dat kennelijk, bij gelegenheid van het vertrek van de erfgenaam uit de voormalige echtelijke woning, een aantal roerende zaken naar de erfgenaam en haar zus is gegaan.

Het voorgaande betekent dat van een vruchtgebruik ten aanzien van roerende zaken geen sprake is.

Vast staat verder dat van vruchtgebruik ten aanzien van het aandeel van de erflaatster in de voormalige echtelijke woning evenmin sprake is geweest, omdat de daartoe benodigde notariële akte ontbreekt.

De advocaat van de langstlevende stelt verder dat van vruchtgebruik ten aanzien van de vorderingen van de erfgenaam en haar zus ter zake van de nalatenschap van de erflaatster tot op heden evenmin sprake is, omdat een dergelijk vruchtgebruik pas gevestigd kan worden nadat is vastgesteld wat de omvang van die vorderingen is. Tot op heden heeft een dergelijke vaststelling niet plaatsgevonden.

De rechter is van oordeel dat de erfgenaam, tegenover de gemotiveerde betwisting van de langstlevende, onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is geweest van de vestiging van een vruchtgebruik ten gunste van de langstlevende als bedoeld in het testament van de erflaatster.

Het voorgaande betekent dat hetgeen door erfgenaam in hoger beroep is gevorderd, niet kan worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over vruchtgebruik in het erfrecht , belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.