Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 14 maart 2019 uitspraak gedaan over de kosten van de vereffening van een niet door rechter benoemde vereffenaar van een nalatenschap.

Belanghebbende is enig erfgenaam van haar vader. De wettelijk vertegenwoordiger van de erfgenaam heeft de nalatenschap van haar vader onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiair) aanvaard.

Ten tijde van het openvallen van de nalatenschap van haar vader was de belanghebbende nog minderjarig en was haar moeder, haar wettelijk vertegenwoordiger. De moeder heeft in die hoedanigheid aan appellant als vereffenaar opdracht en volledige volmacht verleend tot vereffening van voornoemde nalatenschap.

Appellant heeft de vereffeningswerkzaamheden uitgevoerd, waaronder het opmaken van een boedelbeschrijving.

Vereffening nalatenschap. Kosten van niet door rechter benoemde vereffenaar.

De rechter oordeelt als volgt.

De erfgenaam heeft de nalatenschap van haar vader bij akte beneficiair aanvaard en is daarmee op grond van artikel 4:195 BW van rechtswege vereffenaar van de nalatenschap geworden.

Op dat moment was de erfgenaam nog minderjarig en heeft haar moeder, in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de erfgenaam aan appellant opdracht en volledige volmacht verleend tot vereffening van de nalatenschap.

De vereffenaar heeft de vereffeningswerkzaamheden vervolgens uitgevoerd als gemachtigde van de vereffenaar – en dus niet als benoemd vereffenaar ex artikelen 4:203-205 BW – en de kantonrechter verzocht zijn loon voor deze werkzaamheden als vereffeningskosten vast te stellen.

Blijkens Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter van 12 december 2017, die eind december 2017 is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, wordt onder de door de kantonrechter vast te stellen vereffeningskosten niet verstaan ‘de kosten van de werkzaamheden uitgevoerd door (een gemachtigde van) de erfgenamen/vereffenaars. De wet biedt namelijk alleen de mogelijkheid om het loon van de door de rechtbank benoemde vereffenaar vast te stellen. Er is geen wettelijke grondslag voor het vaststellen van het loon van de erfgenamen/vereffenaars om de vereffeningswerkzaamheden uit te voeren en/of deze werkzaamheden uit te besteden aan bijvoorbeeld een notaris’.

In het verleden, vóór de inwerkingtreding van de vernieuwde Handleiding erfrechtprocedures kantonrechters d.d. 12 december 2017, hebben diverse kantonrechters het loon voor niet benoemde, door de erfgenaam-vereffenaar ingeschakelde gemachtigden wél als vereffeningskosten aangemerkt voor zover die kosten in redelijkheid waren gemaakt (dit blijkt onder meer uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 mei 2018; RBNNE:2018:1885).

In de onderhavige zaak heeft de vereffenaar als gemachtigde de vereffeningswerkzaamheden aangevangen in mei 2012.

In de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter uit 2008 stond de hiervoor geciteerde uitsluiting van vereffeningskosten nog niet.

Ter zitting van dit hof heeft de vereffenaar desgevraagd verklaard dat hij sinds de wijziging van de Handleiding in december 2017 bij soortgelijke vereffeningszaken voortaan wél een verzoek bij de kantonrechter indient om hem tot vereffenaar te benoemen, maar dat kantonrechters vóór 2017 bij vereffeningen in opdracht van de erfgenamen wel gewoon zijn werkzaamheden als vereffeningskosten vaststelden.

De vereffenaar voert aan dat bij de vereffening van de onderhavige nalatenschap in mei 2012 een rechterlijke benoeming niet nodig was, omdat hij er op basis van de toen geldende Handleiding (2008) vanuit kon gaan dat de kantonrechter zijn loon zou aanmerken als vereffeningskosten, wat ook gebruikelijk was in die tijd.

De rechter is van oordeel dat de vereffenaar bij de aanvang van zijn werkzaamheden erop mocht vertrouwen dat zijn kosten als vereffeningskosten door de kantonrechter zouden worden vastgesteld.

Dit strookt ook met de toezegging van de vereffenaar aan de erfgenaam dat haar geen kosten in rekening zullen worden gebracht.

De rechter constateert voorts dat de vereffenaar het grootste deel van de werkzaamheden heeft verricht vóór de inwerkingtreding van de vernieuwde Handleiding 2017.

De rechter is onder deze bijzondere omstandigheden derhalve van oordeel dat de door vereffenaar aangevoerde kosten als vereffeningskosten dienen te worden aangemerkt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de kosten van de vereffening, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.