De Rechtbank Noord-Holland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het vestigen van een verzorgingsvruchtgebruik en over de verzorgingsbehoefte.

Verzoekster verzoekt dat de kantonrechter aan verzoekster toekent het levenslang vruchtgebruik als bedoeld in artikel 4:29 BW op de tot de nalatenschap van erflater behorende onverdeelde helft van de woning en gedaagde veroordeelt tot medewerking aan de notariële vestiging van voornoemd vruchtgebruik ten overstaan van een door verzoekster aan te wijzen notaris.

Vestiging van verzorgingsvruchtgebruik. Verzorgingsbehoefte. Levenslang vruchtgebruik?

De rechter oordeelt als volgt.

Met betrekking tot het vruchtgebruik ex artikel 4:29 BW wordt als volgt overwogen.

De kantonrechter acht het verzoek van verzoekster tot vestiging van het vruchtgebruik toewijsbaar.

Redengevend voor dit oordeel is, dat bij de huidige stand van zaken, van de aanwezigheid van de voor dit vruchtgebruik vereiste verzorgingsbehoefte vooralsnog moet worden uitgegaan.

Het mag zo zijn dat verzoekster in de toekomst een bedrag van circa € 670.000,00 ontvangt vanwege de verdeling van het door verzoekster en erflater opgebouwde huwelijksvermogen, maar van enig zicht op uitkering van dit bedrag is thans niet gebleken.

Integendeel, zolang de verschillen van mening tussen partijen over de wijze van afwikkeling blijven bestaan, is uitkering op korte termijn van dit bedrag niet te verwachten.

Mede gelet op de verzorgingsgedachte die ten grondslag ligt aan artikel 4:29 BW en het belang van verzoekster bij vestiging van het op dit artikel gebaseerde vruchtgebruik, kan het toekomstige vooruitzicht op uitkering van een substantieel geldbedrag in dit geval niet afdoen aan de actuele verzorgingsbehoefte van verzoekster.

Dit oordeel en de navolgende hierop gebaseerde beslissing doet niet af aan de mogelijkheid dat na voltooiing van de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap geen verzorgingsbehoefte meer bestaat en continuering van het vruchtgebruik niet langer geboden is.

Om deze reden zal de kantonrechter in de beslissing niet uitgaan van een “levenslang” vruchtgebruik.

Het verzochte ligt daarmee voor toewijzing gereed als na te melden.

De dwangsom zal worden gemaximeerd en gematigd als na te melden.

Gedaagde heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het verzoek om de kosten van het vruchtgebruik ten laste van de nalatenschap te brengen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het verzorgingsvruchtgebruik, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.