Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 30 januari 2018 uitspraak gedaan over een vordering tot de verdeling van een beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet was voltooid. Het hof beveelt een meervoudige comparitie van partijen en neemt de agenda in het arrest op.
Appellant, geïntimeerde en appellante zijn de kinderen geboren uit het huwelijk van de in 1976 overleden vader en de in 2005 overleden moeder. Zij zijn de enige erfgenamen van moeder, ieder voor een gelijk deel.
Vordering tot verdeling van een beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechter stelt vast dat de erfgenamen de nalatenschap van moeder op 9 maart 2005 beneficiair hebben aanvaard.
Dit betekent dat de nalatenschap op grond van artikel 4:195 lid 1 BW volgens afdeling 3 van titel 6 van boek 4 BW moet worden vereffend en dat alle erfgenamen vereffenaar zijn.
De erfgenamen dienen hun bevoegdheden als vereffenaars tezamen uit te oefenen (artikel 4:198 BW).
In beginsel zijn de erfgenamen-vereffenaars bij een zogeheten ‘lichte vereffening’ als hier (artikel 4:221 lid 1 BW) gehouden tot het opmaken van een boedelbeschrijving (artikel 4:211 lid 3 BW), het per brief oproepen van de bekende schuldeisers (artikel 4:214 lid 2 BW) en het voldoen van de schulden van de nalatenschap.
De rechter stelt vast dat gesteld noch gebleken is dat de vereffening is voltooid.
Daarnaast stelt de rechter vast dat er in elk geval nog niet betaalde schulden van de nalatenschap zijn.
De vorderingen in deze zaak strekken deels tot verdeling van de nalatenschap van moeder.
Een ander deel van de vorderingen ziet op vorderingen van de nalatenschap op de erfgenamen.
Dergelijke vorderingen komen bij de verdeling van de nalatenschap aan de orde door toerekening op het aandeel van de deelgenoot-schuldenaar (artikel 3:184 lid 1 BW en artikel 4:228 lid 1 BW); deelgenoten kunnen niet op grond van artikel 3:171 BW vóór de verdeling betaling door de deelgenoot-schuldenaar aan de nalatenschap vorderen; zij kunnen evenmin betaling door die deelgenoot-schuldenaar verlangen van het aandeel van ieder van de andere deelgenoten in de vordering.
Ten slotte strekken de vorderingen in deze zaak tot rekening en verantwoording door één van de deelgenoten over goederen van de erflaatster/de nalatenschap en tot vaststelling dat één van de deelgenoten zijn aandeel in een tweetal tot de nalatenschap behorende vorderingen heeft verbeurd.
De rechter overweegt ambtshalve dat artikel 4:222 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat gedurende de vereffening van titel 7 van boek 3 BW slechts van toepassing zijn de artikelen 166, 167, 169, 170 lid 1 en 194 lid 2.
Daaruit vloeit voort dat het gedurende de vereffening niet mogelijk is dat een deelgenoot op grond van artikel 3:185 BW vordert dat de rechter de wijze van verdeling gelast of de verdeling vaststelt.
Dat betekent dat de rechter partijen, zolang de vereffening niet is voltooid, ambtshalve niet-ontvankelijk moet verklaren in hun vorderingen voor zover die strekken tot verdeling en de bij die verdeling nodige toerekening van schulden op het aandeel van de deelgenoot-schuldenaar.
Zolang de vereffening niet is voltooid, kunnen alleen de erfgenamen-vereffenaars samen vorderingen instellen die strekken tot rekening en verantwoording door een van de deelgenoten over goederen van de erflaatster/de nalatenschap en tot vaststelling dat een van de deelgenoten zijn aandeel in een tweetal tot de nalatenschap behorende vorderingen heeft verbeurd.
In dit geval zijn deze vorderingen door één erfgenaam ingesteld en niet door alle erfgenamen-vereffenaars samen, zodat de rechter de erfgenaam in deze vorderingen niet-ontvankelijk dient te verklaren.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient de rechter, tenzij komt vast te staan dat de vereffening inmiddels is voltooid, de bestreden vonnissen te vernietigen en partijen alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen in conventie en in reconventie in eerste aanleg en in de vorderingen die zij bij wijze van eisvermeerdering in dit hoger beroep hebben ingesteld.
De rechter zal mede ter voorkoming van een verrassingsbeslissing de zaak naar de rol verwijzen en partijen de gelegenheid geven zich nader uit te laten over hetgeen is overwogen. Partijen dienen daarbij in elk geval de vraag te betrekken of en op welke wijze de vereffening van de nalatenschap van moeder is voltooid en hun stellingen op dat onderdeel met stukken te onderbouwen.
Doel van de comparitie is zowel om nadere inlichtingen van partijen te verkrijgen als om een minnelijke regeling te beproeven. Voor het geval een algehele schikking niet kan worden bereikt, zal ook bezien worden of deelschikkingen te treffen zijn. Het gaat erom dat zonder verdere (onnodige) vertraging het verdelingsgeschil tussen partijen wordt opgelost.
Ten behoeve van het welslagen van de comparitie verzoekt de rechter partijen geruime tijd voor de comparitie in overleg te treden over concrete mogelijkheden voor een algehele schikking, althans deelschikkingen. Daarbij dienen partijen tevens de mogelijkheid van mediation te betrekken.
Uit de processtukken komt naar voren dat er pas vereffend kan worden nadat in deze procedure de omvang van de nalatenschap is vastgesteld. Partijen verschillen echter fundamenteel van mening over wat er tot de boedel behoort.
Juist hierom hebben partijen de rechter verzocht om verdeling van de nalatenschap. De rechter zal thans zelf de vaststelling van de omvang van de nalatenschap ter hand nemen. Om hierover te beslissen, onderscheidt de rechter de volgende (deel)geschillen:
- het geschil over het doen van rekening en verantwoording door de erfgenaam;
- het geschil over de vraag wat is gebeurd met de boedelbestanddelen van de nalatenschap van vader;
- het geschil over vorderingen van de erfgenaam op de andere erfgenaam in verband met het feit dat die erfgenaam in de woning woont;
- het geschil over waardering van die woning.
Tijdens de comparitie zullen in elk geval deze geschillen aan de orde worden gesteld.
Ter bespoediging van de beslechting van de geschillen in deze zaak stelt de rechter het op prijs dat partijen voorafgaand aan de comparitie gedrieën een boedelbeschrijving (laten) opmaken (niet noodzakelijkerwijs door een notaris).
De erfgenamen dienen deze boedelbeschrijving met onderliggende stukken en eventuele andere nieuwe stukken die voor de beoordeling relevant zijn uiterlijk twee weken voor de te bepalen comparitie toe te zenden aan het hof met een afschrift aan de wederpartij.
De rechter acht het voor zijn verdere beslissing van deze zaak noodzakelijk dat alle partijen bij de comparitie van partijen aanwezig zijn ter verkrijging van de nadere, voor zijn beslissing relevante informatie en gegevens. Aan de niet-verschijning van partijen in persoon zal de rechter de voor de niet-verschenen partij nadelige conclusies (kunnen) verbinden die het hof in het kader van zijn verdere beoordeling en beslissing van deze zaak geraden voorkomen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over het kindsdeel of over de legitieme , over de taken en bevoegdheden van een executeur of over het verschil tussen beneficiaire en zuivere aanvaarding van een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.