Van onze advocaat kindsdeel. De advocaat-generaal bij Parket bij de Hoge Raad heeft op 17 juni 2016 het verschil en de overeenkomsten toegelicht tussen de ouderlijke boedelverdeling en de wettelijke verdeling.
Eerst wordt door de advocaat-generaal kort ingegaan op de ouderlijke boedelverdeling. In het onderhavige geschil ging het om een erflaatster die is overleden vóór de inwerkingtreding van het huidige erfrecht per 1 januari 2003 zodat haar nalatenschap vererft naar het voordien geldende recht.
De ouderlijke boedelverdeling
Erflaatster heeft in haar uiterste wilsbeschikking een ouderlijke boedelverdeling opgenomen op de voet van de artikelen 1167 en volgende BW (oud). Naar oud recht was een ouderlijke boedelverdeling rechtsgeldig, maar naar huidig erfrecht is zij ingevolge artikel 4:42 BW niet meer toegestaan.
Art. 79 Overgangswet nieuw BW brengt voor het onderhavige geval mee dat de ouderlijke boedelverdeling die vóór de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht is gemaakt ook na de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht geldig blijft. Overigens blijft een ouderlijke boedelverdeling ook geldig in het geval zij is opgenomen in een voor de inwerkingtreding van het huidige erfrecht opgemaakte uiterste wilsbeschikking door een nadien overleden erflater (artikel 127 Overgangswet Boek 4).
De ouderlijke boedelverdeling berustte op artikel 1167 BW (oud). In artikel 1167 BW (oud) was bepaald dat de bloedverwanten in de opgaande linie bij uiterste wilsbeschikking, of bij notariële akte, tussen hun nakomelingen onderling of tussen deze en hun langstlevende echtgenoot verdeling en scheiding van hun goederen mogen maken. Een contractuele verdeling tussen de erfgenamen is daardoor overbodig.. Enerzijds is zij, gedurende het leven van de erflater, aan te merken als een uiterste wilsbeschikking. Anderzijds is de ouderlijke boedelverdeling vanaf het moment van overlijden van de erflater een voltooide verdeling die in rechtsgevolg gelijk staat aan een door de erfgenamen zelf tot stand gebrachte verdeling. Het is dus de erflater die de verdeling van de nalatenschap tot stand brengt.
Een veelvuldig gebruikte vorm van boedelverdeling is die waarin alle goederen der nalatenschap aan de langstlevende echtgenoot worden toegedeeld onder de verplichting alle kosten en schulden der nalatenschap voor zijn rekening te nemen en aan de overige erfgenamen (gewoonlijk de kinderen) wegens overbedeling zijn of haar erfdeel in contanten uit te keren. Aan de overige erfgenamen wordt toegedeeld een vordering wegens overbedeling ten laste van de langstlevende echtgenoot. Daarbij wordt gewoonlijk toegevoegd dat de vorderingen uit hoofde van overbedeling niet tijdens het leven van de langstlevende echtgenoot opeisbaar zijn.
Zoals gezegd heeft de wetgever de uiterste wilsbeschikking met een ouderlijke boedelverdeling naar huidig recht niet toegestaan (artikel 4:42 BW). Naar huidig recht is daarvoor in de plaats gekomen de wettelijke verdeling van artikel 4:13 BW.
De wettelijke verdeling
Artikel 4:15 BW heeft betrekking op de vaststelling van de omvang van de geldvordering uit hoofde van de wettelijke verdeling voor het geval erfgenamen daarover niet tot overeenstemming kunnen komen. In artikel 4:13 BW is de wettelijke verdeling geregeld en in het derde lid van dit artikel is bepaald dat ieder van de kinderen als erfgenaam van rechtswege een geldvordering verkrijgt ten laste van de echtgenoot, overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel, dat in de volksmond het kindsdeel wordt genoemd. Het artikel geeft ook een regeling van het moment waarop deze vordering opeisbaar wordt.
Geschillen omtrent de vaststelling van de omvang van de in artikel 4:13 lid 3 BW bedoelde geldvordering worden, indien de erfgenamen daaromtrent niet tot overeenstemming kunnen komen, op verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter vastgesteld.
De wettelijke verdeling van artikel 4:13 BW werkt slechts indien de nalatenschap is opengevallen na de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht. Dit heeft in beginsel tot gevolg dat ook een vraag omtrent de toepassing van de wettelijke verdeling, zoals die is geregeld in artikel 4:15 BW, pas relevant kan zijn indien de nalatenschap is opengevallen na de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht. Dat doet zich hier niet voor, zodat artikel 4:15 BW niet van toepassing is en de daar voorgeschreven verzoekschriftprocedure in beginsel niet gevolgd kan worden.
Heeft u vragen over de ouderlijke boedelverdeling, de wettelijke verdeling of over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze pagina over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.