Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 17 november 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de notaris een nalatenschapsboedel zorgvuldig had afgewikkeld.

Aan het hof ligt ter beantwoording de vraag voor of de notaris, voor zover hij betrokken is geweest bij de afwikkeling van de boedel van erflaatster, gehandeld heeft zoals van hem als notaris verwacht mocht worden.

Erfrecht. Boedelafwikkeling. Heeft notaris gehandeld zoals een behoorlijk notaris betaamt? Zorgvuldigheid. Onpartijdigheid. Wna. Boedelnotaris.

De rechter oordeelt als volgt.

In dat kader is van belang vast te stellen in welke hoedanigheid de notaris bij de afwikkeling van die boedel is opgetreden.

De notaris heeft op verzoek van de executeur een verklaring van erfrecht/executele opgesteld en afgegeven.

Door het afgeven van deze verklaring is de notaris in de zin van artikel 4:186 lid 2 Burgerlijk Wetboek “betrokken” geraakt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Gesteld noch gebleken is dat de notaris zich nog op enige andere wijze met de afwikkeling van de nalatenschap heeft bezig gehouden, zodat hem in deze dan ook geen andere kwalificatie toekomt dan “betrokken” notaris.

Terecht heeft de notaris zich in het boedelregister dan ook als zodanig ingeschreven.

Klaagster heeft haar klacht met een aantal feitelijke gedragingen van de notaris onderbouwd.

Volgens klaagster heeft de kamer verzuimd deze feiten in samenhang te beoordelen, waardoor de kamer niet de totale handelwijze van de notaris aan een toetsing heeft onderworpen.

De notaris weerspreekt de klacht gemotiveerd in zijn verweerschrift.

Naar het oordeel van het hof heeft de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster – voor zover hij daarbij betrokken is geweest – zorgvuldig gehandeld.

Zo heeft hij:

(i) tijdig het opgevraagde testament aan klaagster overhandigd;

(ii) zijn werkzaamheden pas beëindigd na eerst telefonisch met klaagster contact te hebben gehad;

(iii) diverse malen aan klaagster aangegeven wat zijn rol in de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster was geweest;

(iv) onverplicht aangeboden – eenmalig – aanwezig te zijn bij een bespreking met de drie kinderen van erflaatster en notaris C.

Dat klaagster een en ander anders heeft ervaren doet daaraan niet af en leidt niet tot een ander oordeel.

Dat de beide broers – vanwege hun beroep van makelaar – bekend waren op het kantoor van de notaris, brengt niet mee dat de notaris enkel daardoor niet (meer) onafhankelijk en/of onpartijdig jegens klaagster is opgetreden.

Nu klaagster haar stelling dat de notaris niet onpartijdig en/of onafhankelijk is opgetreden jegens haar niet feitelijk heeft onderbouwd, wordt daaraan voorbijgegaan.

Er bestond voor de notaris geenszins de verplichting klaagster (als legitimaris) omtrent de verklaring van erfrecht te informeren, daargelaten nog dat als onweersproken gesteld, vaststaat dat de notaris reeds op 4 januari 2019 – bij de overhandiging van het testament – klaagster erop heeft gewezen dat zij zich als legitimaris/schuldenaar moest wenden tot de executeur voor meer informatie over de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Op grond van vorenstaande is het hof met de kamer van oordeel dat klaagster de notaris ten onrechte verwijt dat deze bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster niet is opgetreden zoals een behoorlijk notaris betaamt.

De klacht van klaagster is dan ook ongegrond. De bestreden beslissing zal dan ook worden bevestigd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de aansprakelijkheid van een notaris in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.