De Rechtbank Rotterdam heeft op 17 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een zoon in strijd had gehandeld met het levenstestament door geldbedragen van bankrekeningen te halen die niet overeenkomstig de volmacht waren.

Moeder is in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met vader. Zij hebben drie kinderen gekregen.

Moeder heeft gevorderd om voor recht te verklaren dat de zoon in strijd heeft gehandeld met de levenstestamenten van de ouders van 6 november 2015, dan wel met het levenstestament van vader of moeder, en hem te veroordelen tot terugbetaling, althans schadevergoeding, van € 229.142,57, dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente.

Moeder heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de zoon krachtens de aan hem verleende volmachten betalingen heeft verricht van de bankrekeningen van de ouders die alleen hem ten goede zijn gekomen en daarom in strijd zijn met de levenstestamenten.

De zoon heeft tot afwijzing van de vorderingen geconcludeerd en zich op het standpunt gesteld dat hij niet heeft gehandeld in strijd met de levenstestamenten.

Erfrecht. Heeft zoon in strijd gehandeld met het levenstestament door geldbedragen van bankrekeningen te halen die niet overeenkomstig de volmacht waren?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de zoon heeft erkend dat hij de hiervoor genoemde banktransacties heeft verricht.

De vraag die beantwoord zal moeten worden is of deze overeenkomstig de volmacht van de ouders in de levenstestamenten zijn gedaan.

Als dat niet het geval is dan zal de zoon op grond van bepalingen uit de levenstestamenten aan moeder bij wijze van schadevergoeding moeten terugbetalen.

De rechtbank merkt hierbij op dat de zoon in deze procedures in eerste instantie heeft betwist dat hij het gehele bedrag moet terugbetalen, maar dat hij zich later op het standpunt is gaan stellen dat hij een bedrag van € 113.431,43 moet terugbetalen aan moeder.

Volgens de zoon moet moeder gelet hierop worden veroordeeld moet om € 115.711,14 aan hem terug te betalen van het bedrag dat hij na het kort gedingvonnis heeft betaald aan moeder.

De rechtbank zal hieronder eerst per banktransactie beoordelen welk bedrag de zoon aan zijn moeder moet terugbetalen.

Daaruit vloeit dan voort welk bedrag door de zoon onverschuldigd betaald is aan moeder.

De zoon heeft erkend dat hij met behulp van de volmachten overboekingen naar zichzelf heeft gedaan, dat de betalingen aan H en Juwelier A privébetalingen van hemzelf zijn en dat hij privébetalingen heeft verricht met de creditcard van ouders.

Wel heeft de zoon gesteld dat wat de overboekingen betreft slechts een bedrag van € 44.250,- voor zijn rekening komt in plaats van € 53.250,- en dat wat de creditcardbetalingen betreft moeder € 430,69 teveel heeft teruggevorderd.

De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Moeder heeft een uitgebreid rapport overgelegd van V Forensics.

De zoon heeft met de opsomming van bedragen onvoldoende bestreden dat de in dat rapport opgenomen berekening van de creditcardbetalingen door hem niet klopt.

Ditzelfde geldt voor de overboekingen aan hemzelf.

De enkele verwijzing naar een aantal overboekingen uit 2017 is onvoldoende onderbouwing van zijn stelling dat hij meer aan zijn ouders heeft terugbetaald dan waar V Forensics mee gerekend heeft.

Gelet hierop wordt van de juistheid van deze bedragen uitgegaan.

De zoon heeft aan deze door hem opgenomen bedragen ten grondslag gelegd dat hij een rekening-courantverhouding had met vader na de verkoop van de garageboxen in maart 2016.

Moeder heeft deze rekening-courantverhouding echter betwist.

De rechtbank is van oordeel dat in het midden kan blijven of er sprake was van een rekening-courantverhouding, omdat de zoon heeft erkend dat hij deze bedragen aan zijn ouders verschuldigd is.

Of dit op grond van een rekening-courantverhouding is of op grond van een andere grondslag is door de erkenning niet meer van belang.

De zoon heeft daarnaast nog gesteld dat de huurbetalingen voor de garageboxen aan zijn ouders verricht zijn en dat deze in mindering moeten komen op de bedragen die hem ten goede zijn gekomen, omdat hij toen al eigenaar was van de garageboxen.

Het is de rechtbank echter niet duidelijk geworden hoe de zoon deze berekening gemaakt heeft en om welk bedrag het precies gaat.

Als daar het rekening-courantoverzicht aan ten grondslag ligt, dan had het op de weg van de zoon gelegen om dit nader toe te lichten.

Nu hij dat niet gedaan heeft, is de rechtbank van oordeel dat de zoon onvoldoende heeft onderbouwd welk bedrag aan huurbetalingen in mindering moet worden gebracht en dat daarmee dus geen rekening wordt gehouden.

Het voorgaande betekent dat de zoon zal worden veroordeeld om de overboekingen aan hemzelf (€ 53.250,-), de creditcardbetalingen (€ 57.939,-) en de betalingen aan H (€ 7.398,-) en Juwelier A (€ 12.775,-) volledig aan moeder te betalen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over onttrekking van goederen of gelden uit de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.