De Rechtbank Noord-Holland heeft op 6 augustus 2021 uitspraak gedaan over het ontslag van een bewindvoerder waarbij sprake was van een samenloop van een testamentair bewind en van een beschermingsbewind.
Met betrekking tot het opheffingsverzoek van het beschermingsbewind heeft betrokkene, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.
De reden voor onderbewindstelling was dat betrokkene jarenlang verslaafd en psychotisch was. Inmiddels is hij al meer dan tien jaar niet meer verslaafd, functioneert hij mentaal goed en heeft hij een stabiel en gezond sociaal netwerk.
De afgelopen jaren is gebleken dat hij in staat is zijn eigen geld te beheren binnen een vastgesteld budget.
De enige reden dat het bewind in stand is gehouden zijn de voortdurende problemen tussen de testamentair bewindvoerder (zijn broer) en de mentor (zijn zus).
Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek heeft betrokkene verklaard dat hij inziet dat hij een ingewikkeld en groot vermogen heeft geërfd en dat hij niet alleen kan beheren. Hij heeft niet echt belangstelling voor het uitkiezen van een andere belastingadviseur, maar is hierin meegegaan in de wensen van zijn zus.
Indien de kantonrechter beslist dat het bewind in stand moet worden gehouden legt betrokkene zich daarbij neer.
Hij wil alleen meer betrokkene worden en inzage krijgen in zijn financiën, zodat hij weet wat de mogelijkheden zijn. Hij wil niet perse meer geld te besteden hebben.
Zijn wensen beperken zich tot een vakantie, geld waarmee hij spullen kan kopen om kleding te maken en een bedrag waarmee hij zelf mag beleggen. In beleggen is hij altijd goed geweest, dit deed hij samen met zijn vader en het heeft nog altijd zijn belangstelling. Zijn overige geldzaken worden feitelijk beheerd door zijn zus, bij wie hij tot zijn grote tevredenheid inwoont.
Hij zou graag zien dat de verhoudingen in de familie genormaliseerd worden. Hij heeft nu het gevoel klem te zitten tussen zijn broer en zus.
Erfrecht. Ontslag testamentair bewindvoerder. Samenloop van testamentair bewind en beschermingsbewind. Gewichtige redenen voor ontslag?
De rechter oordeelt als volgt.
Op het verzoek tot opheffing van het testamentair bewind is op grond van artikel 4:178, tweede lid BW, de rechtbank bevoegd te beslissen. Nu de kantonrechter ook tot rechter is benoemd in deze rechtbank ziet de kantonrechter aanleiding om de zaak niet naar de rechtbank te verwijzen, maar het verzoek tot opheffing van het testamentair bewind gelijktijdig te behandelen en, gelet op de verwevenheid van de verzoeken, in één beschikking af te doen.
Met betrekking tot het opheffingsverzoek dient te worden beoordeeld of betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat hij in staat is zijn belangen van vermogensrechtelijke aard zelf te behartigen.
Alle partijen, waaronder betrokkene zelf, zijn het erover eens dat betrokkene zonder hulp van derden niet in staat is om zijn belangen van vermogensrechtelijke aard te behartigen.
Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zelfstandig zijn financiën op een verantwoorde wijze zal kunnen beheren.
Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat betrokkene een groot en gecompliceerd vermogen heeft dat voor het grootste deel bestaat uit aandelen in een B.V.
De kantonrechter zal het verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind en het testamentair bewind daarom afwijzen.
Op grond van artikel 4:164, tweede lid BW, kan de kantonrechter de testamentair bewindvoerder ontslaan wegens gewichtige redenen.
Betrokkene heeft een aanzienlijk vermogen geërfd.
Gezien zijn leeftijd en gezondheid zal betrokkene zijn vermogen nooit kunnen opsouperen als hij per jaar de beschikking krijg over € 40.000,-.
Dat de testamentair bewindvoerder onder deze omstandigheden weigert de MAX-mobiel te betalen is naar het oordeel van de kantonrechter niet begrijpelijk. Immers de MAX-mobiel is een voor betrokkene noodzakelijk vervoermiddel en betrokkene heeft de vorige MAX-mobiel volledig “op” gereden.
De eis van de testamentair bewindvoerder om voor een dergelijk voertuig te sparen is, dan wel een deel te lenen, is gelet op het omvangrijke vermogen van betrokkene niet te begrijpen.
De kantonrechter overweegt voorts dat de zeer getroebleerde verhouding tussen de testamentair bewindvoerder en de mentor in de weg staat aan het opstellen van een goed vermogensplan.
De testamentair bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat hij het aanbod van de mentor om het onderlinge contact te verbeteren middels een mediator, onredelijk vindt en daar niet aan wil meewerken.
De testamentair bewindvoerder ziet een zitting bij de kantonrechter als een goede manier om het gesprek aan te gaan met de mentor over de manier waarop geld besteed moet worden. De kantonrechter deelt deze mening niet.
Een kantonrechter is geen mediator, maar een beslisser.
Zittingen om deze reden zijn een onevenredige belasting zowel voor het rechtssysteem als voor betrokkene. Het onvermogen om te communiceren heeft er toe geleid dat een advocaat als beschermingsbewindvoerder is aangesteld die in de praktijk alleen als intermediair heeft gediend tussen broer en zus.
De kantonrechter acht dit een ongewenste situatie.
Daarbij lijkt het er op dat de onenigheid over geld en besteding daarvan een behoorlijke relatie tussen de broers onderling in de weg staat en ook de relatie tussen broer en zus zou kunnen verbeteren als het testamentair bewind door wordt beëindigd.
Uit de behandeling ter zitting is gebleken dat niemand gelukkig is met dit testamentair bewind.
Gelet op het hiervoor overwogene is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die het ontslag van de testamentair bewindvoerder rechtvaardigen.
Gelet op de verstoorde familieverhoudingen acht de kantonrechter het in het belang van betrokkene dat een onafhankelijke, professionele bewindvoerder wordt benoemd zodat de familie zich kan richten op het verbeteren van de onderlinge verhoudingen.
De kantonrechter is voorts van oordeel dat het in het belang van betrokkene is om de te benoemen bewindvoerder zowel tot testamentair bewindvoerder als tot beschermingsbewindvoerder te benoemen zodat de verantwoordelijkheid over het beheer van het gehele vermogen bij dezelfde persoon komt te liggen.
Daarbij overweegt de kantonrechter dat de te benoemen bewindvoerder rekening en verantwoording dient af te leggen aan de kantonrechter.
De te benoemen bewindvoerder is geen rekening en verantwoording verschuldigd aan de familie.
Betrokkene dient, voor zover dit binnen zijn mogelijkheden ligt, betrokken te worden bij de uitvoering van het bewind.
Dit echter alleen voor zover hij daar zelf behoefte aan heeft.
De te benoemen bewindvoerder dient er voor zorg te dragen dat de goederen waarop het testamentair bewind betrekking heeft, gescheiden blijven van het overige vermogen van betrokkene.
De kantonrechter zal een onafhankelijke, professionele bewindvoerder benoemen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind of curatele in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.