Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 mei 2022 uitspraak gedaan over de informatieplicht van een notaris bij een tweetrapsmaking in een testament.
Op 11 december 2009 heeft vader ten overstaan van de notaris een testament opgemaakt.
In zijn testament heeft vader de echtgenote tot zijn enig erfgename benoemd als bezwaarde erfgename en zijn kinderen, onder wie klager, als verwachters (een tweetrapsmaking).
In het testament is voorts bepaald dat de echtgenote, als bezwaarde erfgename, verplicht is zo spoedig mogelijk na het openvallen van de nalatenschap overeenkomstig de wettelijke voorschriften een (boedel)beschrijving op te maken.
Ten slotte is de echtgenote als executeur benoemd en klager als opvolgend executeur.
De vader van klager is overleden in 2013.
In zijn (door de notaris opgestelde) testament is een tweetrapsmaking opgenomen met benoeming van de echtgenote van vader als bezwaarde erfgename en de kinderen van vader als verwachters.
De notaris heeft op verzoek van de bezwaarde erfgename een verklaring van erfrecht opgemaakt.
Vlak na het overlijden van vader heeft klager bij de notaris een afschrift van het testament opgevraagd, maar niet gekregen.
Eind 2017 ontvangt klager via zijn partijnotaris alsnog een afschrift van het testament en van de verklaring van erfrecht.
De bezwaarde erfgename blijkt geen boedelbeschrijving te hebben opgemaakt.
Klager verwijt de notaris dat hij – direct na het opmaken van de verklaring van erfrecht – niet uit eigen beweging aan klager (1) heeft laten weten dat hij als verwachter in het testament van vader was genoemd en (2) een afschrift van het testament heeft gestuurd.
Ook verwijt klager de notaris dat hij de bezwaarde erfgename niet direct erop heeft gewezen dat zij een boedelbeschrijving moest maken en deze aan de verwachters, onder wie klager, diende te verstrekken.
Heeft klager zijn klacht tijdig – binnen de vervaltermijn – ingediend?
Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat klager zijn klacht tegen de notaris binnen de vervaltermijn van artikel 99 lid 21 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) heeft ingediend.
Op grond van artikel 99 lid 21 Wna kan een klacht slechts worden ingediend binnen drie jaar na de dag waarop klager van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen.
Klachtonderdeel 1 ziet op het niet-handelen van de notaris jegens klager direct na het afgeven van de akte van erfrecht.
Klager heeft pas op 15 december 2017 kennisgenomen van het feit dat de notaris de akte van erfrecht in de nalatenschap van zijn vader heeft afgegeven.
Vanaf dat moment is dus de vervaltermijn gaan lopen.
Weliswaar wist klager op 7 december 2017 dat hij als verwachter was genoemd in het testament van vader, maar daar ziet klachtonderdeel 1 niet op.
Dat onderdeel ziet op de betrokkenheid van de notaris bij de uitvoering van het testament doordat hij opdracht had gekregen een akte van erfrecht op te maken en zijn daaruit volgende verplichtingen jegens klager als verwachter.
Nu de vervaltermijn op 16 december 2017 is gaan lopen en klager zijn klacht op 14 december 2020 heeft ingediend, heeft klager zijn klacht nog net binnen de vervaltermijn van drie jaar ingediend.
Het hof is daarom, anders dan de kamer, van oordeel dat klachtonderdeel 1 ontvankelijk is.
Erfrecht. Klacht tegen een notaris. Vervaltermijn. Had de notaris de primaire verwachter van een tweetrapsmaking moeten informeren? Zorgplicht notaris.
Het hof oordeelt als volgt.
De notaris heeft in de op 19 april 2013 afgegeven akte van erfrecht verklaard dat vader in zijn testament de echtgenote tot zijn enig erfgename heeft benoemd (als bezwaarde erfgename en zijn kinderen, onder wie klager, als verwachters).
Klager is blijkens het testament uit 2009 (mede-)rechthebbende op de nalatenschap onder opschortende voorwaarde, die inhoudt dat klager (als verwachter) in leven is op het moment dat de echtgenote (als bezwaarde) overlijdt.
In de literatuur wordt klager als “primaire verwachter” van deze tweetrapsmaking aangeduid.
Er bestaat voor een notaris geen wettelijke verplichting tot het informeren van primaire verwachters bij een tweetrapsmaking.
Naar het oordeel van het hof brengt de op een notaris rustende zorgplicht van artikel 17 Wna echter mee dat een notaris, wanneer hij gevraagd wordt een verklaring van erfrecht af te geven in een nalatenschap, de primaire verwachters moet informeren over hun positie in de nalatenschap van de overledene.
Dat een primaire verwachter een erfgenaam onder opschortende voorwaarde is, doet hier niet aan af. Een primaire verwachter heeft immers reeds direct na het overlijden bepaalde rechten als erfgenaam, zoals het recht op een boedelbeschrijving.
Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat ook in dit geval de notaris – als opsteller van de akte van erfrecht – klager had moeten informeren over het feit dat hij verwachter was in het testament van vader.
Nadat de notaris klager als primaire verwachter had geïnformeerd, had hij vervolgens ook het testament op het verzoek van klager aan hem moeten verstrekken.
De verklaring van de echtgenote dat zij de primaire verwachters, onder wie klager, zou informeren doet niet af aan deze zorgplicht van de notaris.
Het hof is dan ook van oordeel dat klachtonderdeel gegrond is.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.