Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 augustus 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een vruchtgebruiker van een woning tekort geschoten was als ‘goed vruchtgebruiker’.

Deze zaak gaat om de vraag of A als vruchtgebruikster van de woning (hierna: de woning) in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen doordat haar zoon in de woning is gaan wonen nadat A naar het verzorgingstehuis was verhuisd.

Het hof komt tot het oordeel dat A in ernstige mate tekortschiet in haar verplichtingen als vruchtgebruikster jegens geïntimeerde door haar zoon de woning te laten bewonen, zodat de rechtbank terecht is overgegaan tot onderbewindstelling van het vruchtgebruik van de woning.

Het hof licht dat hieronder toe.

Erfrecht. Vruchtgebruik. Begeer. Zorg. Vruchtgebruik op de gehele nalatenschap, inclusief woning. Leegstand. Verhuur. Ernstig tekortschieten van vruchtgebruikster? Bewind. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof zal beoordelen of sprake is van in ernstige mate tekortschieten in de nakoming van haar verplichtingen als vruchtgebruikster, zoals geïntimeerde stelt en appellant betwist.

Zoals eerder vermeld, beantwoordt het hof die vraag bevestigend.

Aanvankelijk heeft A, toen zij naar het verzorgingstehuis was verhuisd, de woning gedurende een jaar leeg laten staan en niet onderhouden, wat een tekortkoming vormt in de nakoming van haar verplichtingen als vruchtgebruikster.

A is op grond van artikel 3:207 lid 3 BW namelijk verplicht om ten aanzien van de woning en het beheer daarvan de zorg van een goed vruchtgebruiker in acht te nemen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het laten leegstaan en niet onderhouden van een woning niet goed is voor een woning, zodat in zoverre sprake was van een tekortkoming.

Tijdens de procedure bij de rechtbank is het geïntimeerde verder gebleken dat de zoon van A sinds begin 2019 in de woning is gaan wonen, terwijl A zelf in het verzorgingstehuis woont.

De juridische grondslag voor de bewoning door de zoon is onduidelijk, mede omdat A vanwege haar geestelijke toestand niet meer kan toelichten of haar zoon met haar toestemming in de woning is gaan wonen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft appellant toegelicht dat de zoon inmiddels een maandelijks bedrag van € 340,- aan A betaalt om de kosten voor de woning te dekken, zodat A geen dubbele woonlasten heeft en niet inteert op haar vermogen.

Mede doordat de grondslag van de bewoning niet duidelijk is, bestaat door deze gang van zaken een risico dat de bewoning tegen betaling door de zoon als huur zal worden aangemerkt in de zin van boek 7 BW en dat geïntimeerde, als hoofdgerechtigde van de woning (en zonder daar toestemming voor te hebben gegeven, zoals art. 3:217 lid 2 BW vereist), na het overlijden van A opgescheept blijkt te zitten met de zoon als huurder die vervolgens mogelijk met succes een beroep kan doen op huurbescherming.

Geïntimeerde zou daardoor dan alsnog niet vrij kunnen beschikken over de woning waarvan zij hoofdgerechtigde is.

Door het in het leven roepen van het risico dat sprake is van verhuur en dat de zoon een beroep kan doen op huurbescherming, terwijl geïntimeerde daar geen weet van heeft gehad en daarvoor ook geen toestemming heeft gegeven, heeft A gehandeld in strijd met de zorg die een goed vruchtgebruiker in acht heeft te nemen.

Hoewel het hof wel wil aannemen dat A er belang bij kan hebben dat haar zoon bij haar in de buurt woont en haar zo makkelijk in het verzorgingstehuis kan bezoeken, zoals appellant aanvoert, maakt het voorgaande niet anders.

A schiet hierdoor in ernstige mate tekort in haar verplichtingen jegens geïntimeerde, zodat de rechtbank ook op die grond het vruchtgebruik onder bewind kon stellen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.