De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de toerekening van een schenking aan een echtgenoot.

Erflater en erflaatster hebben bij testament van 24 juli 2019 over hun nalatenschap beschikt.

Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren, te weten B en C.

A stelt dat met name erflater heel vrijgevig was.

Hij heeft, zonder erflaatster daarbij te betrekken, de giften aan B en haar gezin gedaan.

Dit blijkt uit de omstandigheid dat na het overlijden van erflater er nog nauwelijks giften zijn gedaan.

De giften vóór het overlijden van erflater aan B en haar gezin moeten daarom worden toegerekend aan erflater, en alle giften na het overlijden van erflater aan erflaatster.

Uit de overeenkomst van schenking van 19 juli 2007 volgt dat de schenking aan C is gedaan door erflater en erflaatster gezamenlijk.

Deze gift moet dus volgens A voor gelijke helften aan erflater en erflaatster worden toegerekend.

C ziet dit anders.

Volgens hem zijn alle giften aan B en haar gezin gedaan vanaf de gezamenlijke rekening van erflater en erflaatster.

Alle giften vóór het overlijden van erflater moet daarom voor gelijke helften worden toegerekend aan erflater en erflaatster.

De gift aan C dient uitsluitend te worden toegerekend aan erflater.

Erfrecht. Legitieme. Giften. Schenkingsovereenkomst. Toerekening van een schenking aan een echtgenoot. Formele tenaamstelling schenking. Partij bij schenkingsovereenkomst.

De rechter oordeelt als volgt.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat bij de toerekening van een gift niet dient te worden afgeweken van de formele tenaamstelling, waarmee wordt bedoeld dat giften voor het geheel moeten worden toegerekend aan degene van de echtgenoten die daarbij partij is geweest (Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2014, GHARL:2014:8057).

De rechtbank overweegt dat uit de overeenkomst van schenking van 19 juli 2007 volgt dat de schenking aan C is gedaan door erflater en erflaatster gezamenlijk.

De gift aan C moet daarom worden toegerekend aan zowel de erflater als de erflaatster.

Tussen partijen is niet in geschil dat de schenkingen aan B en haar gezin zijn gedaan vanaf de gezamenlijke rekening van erflater en erflaatster.

De rechtbank ziet gelet op deze omstandigheid geen aanleiding om de schenkingen vóór overlijden van de erflater uitsluitend aan de erflater toe te rekenen.

Ook al zou het initiatief voor de schenkingen aan B en haar gezin zijn uitgegaan van de erflater, dan blijft staan dat hij bevoegd was om de gemeenschap te vertegenwoordigen, en de betalingen vanaf de gemeenschappelijke rekening te doen.

Daarbij komt dat erflater en erflaatster in ieder geval gezamenlijk een schenking aan C hebben gedaan, en erflaatster ook na het overlijden van erflater nog schenkingen aan B en haar gezin heeft gedaan, zodat het niet voor de hand ligt dat alle schenkingen aan B en haar gezin vóór het overlijden van erflater volledig buiten erflaatster om zijn gedaan.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande alle schenkingen die na het overlijden van erflater zijn gedaan uitsluitend toerekenen aan erflaatster.

Uit het door A als productie overgelegde overzicht volgt dat het hierbij gaat om een bedrag van in totaal € 3.336.

Alle overige schenkingen aan B en haar gezin (€ 98.574 – € 3.336 = € 95.238) worden aan erflater en erflaatster gezamenlijk toegerekend.

Hetzelfde geldt voor de schenking aan C.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.