De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een vordering tot het verstrekken van informatie ter vaststelling van de omvang van de nalatenschap bij een wettelijke verdeling.

Partijen zijn broers van elkaar en enig erfgenaam van hun vader (hierna: erflater) overleden op 28 december 2020.

Erflater had geen testament.

Erfrecht. Wettelijke verdeling. Recht op informatie. Verstrekking van informatie om de omvang van de nalatenschap vast te kunnen stellen. Stelplicht. Eis van bepaaldheid.

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter begrijpt de vordering van gedaagde aldus, dat hij graag inzage wil in de nalatenschap en met name in de bankrekeningen en niet heeft verzocht om de omvang van de nalatenschap vast te stellen.

De kantonrechter is bevoegd om van die vordering, die op artikel 843a Rv is gebaseerd, kennis te nemen.

De kantonrechter wijst de vordering af.

Een partij die daarbij rechtmatig belang heeft kan inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden, waaronder begrepen op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij is, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.

Degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, is niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd (artikel 843a Rv).

Eén van de vereisten is dat van bepaalde bescheiden inzage wordt gevorderd.

Dit betekent dat een algemene vordering om inzicht te verstrekken in de bankrekeningen vanaf de dag van overlijden van erflater niet voldoet aan de eis van bepaaldheid, omdat hieruit niet nauwkeurig blijkt om welke bankrekeningen het gaat.

Daarbij komt dat eiser uitdrukkelijk heeft verklaard dat erflater slechts één bankrekening had en voorts heeft verwezen naar een overzicht van de omvang van de nalatenschap in een eerder tussen partijen gevoerde kortgeding procedure.

Gedaagde heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld, op grond waarvan moet worden vermoed dat de nalatenschap meer omvat dan door eiser is verklaard.

De vordering wordt daarom afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.