De Rechtbank Rotterdam heeft op 23 maart 2022 uitspraak gedaan over het recht op informatie van de legitimaris over de omvang van de nalatenschap

Op 14 juli 1989 is overleden de heer B, vader van partijen (hierna: vader).

Op 5 oktober 2020 is overleden mevrouw C, moeder van partijen (hierna: moeder);

Eiseres en gedaagde zijn erfgenaam in de nalatenschap van vader.

In het testament van vader is bepaald dat de erfdelen pas opeisbaar zouden zijn bij het overlijden van moeder.

Moeder heeft eiseres in haar testament onterfd.

Gedaagde is tot enig erfgenaam benoemd.

Gedaagde is executeur in de nalatenschap van moeder.

Eiseres heeft in de hoofdzaak gevorderd bij vonnis de omvang van de nalatenschap van moeder (en vader) vast te stellen op basis van de door gedaagde te verstrekken gegevens en in goede justitie door de rechtbank te bepalen en gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres van haar legitieme portie,

Eiseres heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij op 7 januari 2021 aanspraak heeft gemaakt op haar legitieme portie, maar dat zij over onvoldoende gegevens beschikt om haar legitieme portie vast te stellen.

Erfrecht. Legitieme. Recht op informatie van de legitimaris over de omvang van de nalatenschap. Gegevens ter vaststelling van de legitieme. Boedelbeschrijving. Bewijslast.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres heeft in deze procedure verzocht om haar legitieme portie vast te stellen.

Zij heeft bij incident om diverse stukken verzocht.

Bij conclusie van antwoord heeft gedaagde al een deel van de stukken overgelegd.

In het vonnis in incident van 8 september 2021 is daarnaast een deel van haar incidentele vordering toegewezen en is gedaagde veroordeeld om aan eiseres te verstrekken:

  • -de aangifte Inkomstenbelasting over het jaar 2015 en de aanslagen Inkomstenbelasting over de jaren 2015 t/m 2020;
  • -een volledige opgave van alle schenkingen aan gedaagde;
  • -een opgave en waardering van de inboedel en achtergebleven sieraden.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van eiseres toegelicht dat hij op 16 september 2021 de in het incident toegewezen stukken van gedaagde heeft ontvangen.

De rechtbank heeft van deze stukken echter geen kennis genomen, omdat de stukken niet door partijen in het geding zijn gebracht.

Omdat in de dagvaarding door eiseres is aangegeven dat zij haar legitieme portie nog niet kon berekenen vanwege het ontbreken van stukken, had de rechtbank verwacht dat eiseres voor de mondelinge behandeling die op 4 februari 2022 heeft plaatsgevonden een nieuwe/aangepaste boedelbeschrijving zou overgelegen en/of een berekening van haar legitieme portie.

Eiseres heeft echter geen gebruik gemaakt van de bij brief van 21 oktober 2021 (de uitnodigingsbrief voor de mondelinge behandeling) gegeven mogelijkheid om uiterlijk veertien dagen voor de zitting alle stukken over te leggen waarop zij zich ter terechtzitting wenst te beroepen en heeft evenmin binnen de in artikel 87 lid 6 Rv genoemde termijn van tien dagen voor de mondelinge behandeling stukken in het geding gebracht.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft eiseres toegelicht dat de door gedaagde verstrekte stukken leiden tot een nieuwe boedelbeschrijving.

Volgens eiseres is sprake van een bedrag van € 85.000,- aan giften in plaats van de € 500,- waar gedaagde mee gerekend heeft.

Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat blijkens de bankafschriften grote contante opnames zijn gedaan van de bankrekening van moeder.

Het is volgens eiseres gelet op de woonsituatie van moeder, haar uitgavenpatroon en gelet op de pasnummers waarmee de contante opnames zijn gedaan niet aannemelijk dat deze opnames door moeder gedaan zijn, zodat sprake is van giften.

Daarnaast moet de inboedel volgens eiseres worden vastgesteld op minimaal € 200,- en de sieraden op minimaal € 500,-.

Haar legitieme portie bedraagt volgens eiseres ongeveer € 22.600,-.

Gedaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling betwist dat sprake is geweest van de door eiseres gestelde giften.

Er is slechts sprake geweest van een gift van € 500,-.

Ook is de inboedel volgens gedaagde € 100,- waard vanwege vier schilderijtjes en heeft hij wat de sieraden betreft alleen een ketting met een hartje ter waarde van ongeveer € 50,-.

De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van eiseres had gelegen om haar ter zitting ingenomen standpunt met betrekking tot de hoogte van de legitieme portie en met name met betrekking tot de door haar gestelde giften voorafgaand aan de zitting met stukken te onderbouwen.

Het is immers niet aan de rechtbank om de door gedaagde overgelegde bankafschriften te doorlopen op de eventuele aanwezigheid van giften.

Eiseres heeft echter, ondanks daartoe wel in de gelegenheid te zijn gesteld, geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar stelling te onderbouwen met stukken.

Door op deze wijze te procederen heeft eiseres gedaagde ter zitting overvallen, want volgens gedaagde zijn nooit eerder vragen gesteld door eiseres over de contante opnames.

Gedaagde heeft ter zitting niet ingestemd met een nadere aktewisseling.

Gelet op de goede procesorde – wat onder andere erop ziet dat partijen tijdig hun stukken aanleveren en hun standpunten kenbaar maken – ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor een nadere aktewisseling.

Dit betekent dat eiseres haar ter zitting ingenomen stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.

Bij het vaststellen van de legitieme portie zal derhalve worden uitgegaan van de boedelbeschrijving die is opgemaakt door X Notarissen in maart 2021.

In deze boedelbeschrijving is opgenomen dat de inboedel niets waard was.

Eiseres heeft niet onderbouwd waarom de inboedel € 200,- waard was.

Omdat ter zitting door gedaagde is erkend dat de inboedel € 100,- waard was, zal daarvan uit worden gegaan en zal dit bedrag bij de bezittingen worden opgeteld.

Wat de sieraden betreft is een bedrag van € 100,- opgenomen in de boedelbeschrijving.

Eiseres heeft haar stelling niet onderbouwd dat dit een bedrag van € 500,- moet zijn en evenmin heeft gedaagde toegelicht waarom de sieraden op € 50,- gewaardeerd moeten worden, zodat van een bedrag van € 100,- wordt uitgegaan wat reeds in de boedelbeschrijving is opgenomen.

De giften worden vastgesteld op een bedrag van € 500,-, omdat zoals hiervoor is overwogen eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat deze € 85.000,- bedragen.

Gedaagde heeft in zijn conclusie van antwoord het standpunt ingenomen dat tot de schulden ook de vaderlijke erfdelen behoren en deze schulden de bezittingen overstijgen.

In de boedelbeschrijving zijn de vaderlijke erfdelen als een p.m.-post opgenomen.

Gedaagde heeft in deze procedure niet gesteld wat de vaderlijke erfdelen bedragen en hij heeft toegelicht dat deze niet meer zijn vast te stellen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat deze schuld op nihil moet worden gesteld en niet in de berekening moet worden meegenomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.