De Rechtbank Gelderland heeft op 25 augustus 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde beheer over het vermogen van erflater gedurende leven verjaard was.

De omvang en samenstelling van de nalatenschap wordt bepaald op de sterfdatum van erflater/erflaatster.

Tussentijdse vermogensmutaties zijn daarbij in beginsel niet van belang, tenzij onrechtmatige onttrekkingen of ander bijzondere situaties.

Bij leven zijn de beschikkingsbevoegde en handelingsbekwame eigenaren van de saldi immers steeds gerechtigd daarover te beschikken hoe hen goeddunkt zonder dat hier, na overlijden, een verplichting ontstaat voor overige erfgenamen om hierover verantwoording af te leggen.

Dit is anders indien er beheer over het vermogen is gevoerd door anderen dan erflaters.

De rechtbank zal zowel ten aanzien van de gevorderde rekening en verantwoording over het gevoerde beheer over het vermogen van erflater als dat van erflaatster ingaan op het gestelde beheer.

Erfrecht. Verjaring van verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording over gevoerd beheer over vermogen van erflater gedurende leven. Verjaringstermijn.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank is van oordeel is dat het verjaringsverweer van eiser slaagt.

De rechtbank deelt de opvatting van gedaagde dat sprake is van een verjaringstermijn van 20 jaar voor het afleggen van rekening en verantwoording niet.

Zeker in een geval als het onderhavige waarbij de rechtszekerheid na een overlijden gediend is met een stabiele situatie dient uitgegaan te worden van een verjaringstermijn van vijf jaren.

Bovendien is de mogelijkheid tot het afleggen van gedegen rekening en verantwoording aanzienlijk bemoeilijkt na verloop van haast 20 jaren omdat documentatie verloren kan zijn gegaan of niet meer op te vragen is.

De rechtszekerheid vordert derhalve toepassing van de korte verjaringstermijn van vijf jaar zoals opgenomen in artikel 3:307 BW.

Dit oordeel baseert de rechtbank ook op de specifieke verjaringstermijn zoals opgenomen in artikel 1:377 ten aanzien van gevoerd voogdijbewind welke termijn op grond van artikel 4:151 en 4:161 lid 4 BW eveneens van toepassing is op door een executeur en door een bewindvoerder gevoerd beheer in een nalatenschap.

Indien al enige verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording heeft bestaan is deze in ieder geval verjaard vijf jaren na de sterfdatum van erflater.

De vordering zal derhalve worden afgewezen nu meer dan vijf jaren zijn verstreken tussen de vordering en de periode waarop de rekening en verantwoording ziet (2002–2011).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over verjaring in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.