De Advocaat-Generaal bij het Parket bij de Hoge Raad heeft onlangs de regeling van de wettelijke verdeling besproken.

Deze zaak betreft de vaststelling van de omvang van de in art. 4:13 lid 3 BW bedoelde geldvorderingen van de (stief)kinderen van de erflater op de langstlevende echtgenoot (art. 4:15 lid 1 BW).

Erflater heeft in zijn testament bepaald dat op zijn nalatenschap ten gunste van verzoekster de wettelijke verdeling conform artikel 4:13 BW van toepassing zal zijn, met als overige erfgenamen zowel zijn nakomelingen als zijn beide stiefkinderen voor gelijke delen alsook zijn tweede echtgenote voor 1% van de nalatenschap.

Erfrecht. Wettelijke verdeling. De regeling van de wettelijke verdeling. Vaststelling van de geldvordering van de kinderen. Inlichtingenplicht. Rechtsverhouding. Redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

Door het overlijden van erflater is de wettelijke gemeenschap van goederen ontbonden (art. 1:99 lid 1 onder a BW).

De nalatenschap van erflater en verzoekster hebben ieder een aandeel (ieder voor de helft) in de ontbonden gemeenschap als bedoeld in art. 3:189 lid 2 BW.

De wettelijke verdeling op de voet van art. 4:13 BW brengt mee dat alle goederen van de nalatenschap van rechtswege aan verzoekster als langstlevende echtgenote toebehoren en dat zij de schulden van de nalatenschap moet voldoen (art. 4:13 lid 2 BW).

Dit laatste wil overigens niet zeggen dat de langstlevende echtgenoot de schulden in haar verhouding tot de kinderen dient te dragen.

Ieder kind krijgt krachtens art. 4:13 lid 3 BW van rechtswege ten laste van de langstlevende echtgenoot een geldvordering overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel.

Voor het bepalen van het saldo van de nalatenschap gaat het niet alleen om het saldo van de goederen en van de schulden van de erflater (vgl. art. 4:7 lid 1 onder a BW), maar ook om andere schulden van de nalatenschap in de zin van art. 4:7 BW.

De omvang van de geldvorderingen van de verschillende kinderen behoeft bij gelijke erfdelen overigens niet dezelfde te zijn, omdat bijvoorbeeld rekening moet worden gehouden met eventuele ‘inbreng’ van giften op de voet van art. 4:229 e.v. BW.

Deze geldvorderingen zijn pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende echtgenoot, dan wel bij diens insolventie of in de door erflater bij uiterste wilsbeschikking bepaalde gevallen (art. 4:13 lid 3 BW).

Hetzelfde geldt voor stiefkinderen indien dit, zoals in dit geval, bij uiterste wilsbeschikking is bepaald (art. 4:27 in verbinding met art. 4:8 lid 3 BW).

Voor zover de erfgenamen over de vaststelling van de omvang van de geldvorderingen niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt deze op verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter vastgesteld (art. 4:15 lid 1 BW).

Hoewel in het geval van een wettelijke verdeling op de voet van art. 4:13 BW tussen de erfgenamen geen gemeenschap ontstaat, vertoont hun onderlinge rechtsverhouding in bepaalde opzichten daarmee wel een zekere verwantschap.

Op deze grond wordt, m.i. terecht, uitgegaan van de mogelijkheid van analogische toepassing van art. 3:166 lid 3 BW, dat bepaalt dat op de rechtsbetrekking tussen de deelgenoten art. 6:2 BW van overeenkomstige toepassing is.

De erfgenamen waarop de regeling van de wettelijke verdeling betrekking heeft, zijn bijvoorbeeld afhankelijk van elkaars medewerking bij het vaststellen van de omvang van de geldvorderingen (art. 4:15 lid 1 BW) en, indien daartoe wordt overgegaan, het opmaken van een boedelbeschrijving (art. 4:16 lid 1 BW).

In dat verband kunnen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid een (aanvullende) rol spelen.

De noodzaak daarvan blijkt bijvoorbeeld uit de in art. 4:16 lid 4 BW geregelde inzage, inlichtingen- en medewerkingsplichten.

Zonder een dergelijke bepaling, zouden deze plichten kunnen worden gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid.

Het oordeel wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval en zal in ieder geval van een draagkrachtige motivering moeten zijn voorzien.

Wilt u de gehele conclusie bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.