De Rechtbank Amsterdam heeft op 19 augustus 2020 uitspraak gedaan over het verhaal van het kindsdeel bij het hertrouwen van de langstlevende echtgenoot.
De vorderingen van eiseres komen in de kern erop neer dat zij stelt dat zij uit hoofde van de nalatenschap de moeder een vordering heeft op de nalatenschap van € 275.000,00 en dat zij gerechtigd is tot de volledige saldi van de bankrekeningen van de gemeenschap ten tijde van het overlijden van erflater, zijnde een totaalbedrag van € 36.470,11.
Eiseres stelt dat die saldi moeten worden aangemerkt als het restant van de nalatenschap [de moeder] en dat die saldi haar volledig toekomen, omdat wat de vader aan eiseres was verschuldigd was uitgesloten van iedere gemeenschap.
Die saldi kunnen daarom niet behoren tot de gemeenschap van goederen, aldus eiseres.
Voor zover deze saldi daartoe wel zijn gaan behoren, stelt eiseres dat op grond van de redelijkheid en billijkheid de gemeenschap van goederen niet bij helfte moet worden verdeeld.
Als de schuld van de vader wordt aangemerkt als een positief bestanddeel van de gemeenschap van goederen, worden de erven ongerechtvaardigd verrijkt.
Om die reden komen de resterende banksaldi haar volledig toe, aldus eiseres.
Kindsdeel. Ouderlijke boedelverdeling. Verhaal van de vordering bij het hertrouwen van de langstlevende echtgenoot. Huwelijksgoederenrecht en uitsluitingsclausule.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank zal als eerste oordelen over de aanspraak van [eiseres] op de volledige banksaldi ten tijde van het overlijden van de vader.
Vaststaat dat eiseres, als erfgenaam van de moeder, een vordering heeft op de nalatenschap uit hoofde van de overbedeling van erflater ingevolge de ouderlijke boedelverdeling.
Een ouderlijke boedelverdeling houdt in dat de vorderingsgerechtigde van een niet-opeisbare vordering na het overlijden van de langstlevende (de erflater) zich kan verhalen op slechts het resterende deel van de nalatenschap.
Daarbij speelt krachtens het erfrecht de bijzonderheid dat de langstlevende de bevoegdheid heeft om het uit de nalatenschap verkregen vermogen te souperen.
Dat heeft tot gevolg dat de vader niet was gehouden tot het administreren van het uit hoofde van de nalatenschap van de moeder verkregen vermogen.
In hoeverre eiseres de schuld kan verhalen op de saldi, hangt af van de vraag of de saldi in hun geheel moeten worden aangemerkt als het privévermogen van erflater – waardoor deze volledig toekomen aan eiseres – of dat deze vallen in de gemeenschap van goederen, zodat eiseres zich op ten hoogste de helft daarvan kan verhalen.
Eiseres beroept zich op de schulduitsluitingsclausule uit het testament van haar moeder en stelt dat als gevolg daarvan de banksaldi niet in de gemeenschap van goederen zijn gevallen.
De erven betwisten dat erflater bij aanvang van zijn huwelijk met betrokkene beschikte over een restant van de nalatenschap van de moeder.
Voorts voeren zij primair tot hun verweer dat juist vanwege de uitsluitingsclausule uit het testament van moeder de schuld van erflater aan eiseres buiten de gemeenschap van goederen is gevallen, subsidiair dat sprake is van verknochtheid van de schuld van erflater aan eiseres.
Volgens hen moet worden uitgegaan van een verdeling van de saldi van 50/50 tussen hen en de erfgenamen van erflater.
De erven worden gevolgd in hun verweer.
Erflater en betrokkene zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en bij een gemeenschap van goederen behoort al het aanwezige vermogen van de echtgenoten tot de huwelijksgemeenschap, tenzij sprake is van een uitzondering.
Van een dergelijke uitzondering is niet gebleken.
De stelling van eiseres dat de banksaldi volledig afkomstig zijn van de nalatenschap van de moeder wordt verworpen.
Zelfs als zou komen vast te staan dat erflater bij aanvang van zijn huwelijk met betrokkene beschikte over een restant van de nalatenschap van moeder, kan niet worden vastgesteld dat hij daarover nog steeds beschikte bij zijn overlijden.
Zoals in het hiervoor overwogene had erflater de bevoegdheid om de nalatenschap van de moeder te souperen, hetgeen ook geldt voor de periode dat hij was gehuwd met betrokkene.
In dat kader hecht de rechtbank waarde aan het standpunt van eiseres waarin zij stelt dat het vermogen van erflater al negatief was vóór zijn huwelijk met betrokkene, en daarna alleen maar meer is afgenomen.
Daarnaast hebben de erven gemotiveerd betwist dat slechts erflater een positieve bijdrage heeft gehad aan de gemeenschap van goederen.
Van het bestaan van een afgescheiden vermogen van erflater bij zijn overlijden, dat buiten de gemeenschap van goederen is gevallen, is dan ook niet gebleken.
De saldi op de bankrekeningen zijn onderdeel van de huwelijksgemeenschap.
Door de schulduitsluitingsclausule in het testament van de moeder staat vast dat de schuld van de vader aan eiseres buiten de gemeenschap van goederen is gebleven, hetgeen betekent dat eiseres voor die vordering zich niet kan verhalen op de gemeenschap van goederen.
Een beroep op de redelijkheid en billijkheid jegens de erven kan haar ook niet baten, alleen al omdat hetgeen zij hiervoor aanvoert de erven niet aangaat.
Gelet op het voorgaande dienen de banksaldi bij helfte te worden verdeeld tussen enerzijds de erven van erflater en anderzijds de erven.
De vordering van eiseres op dit punt wordt aldus afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een uitsluitingsclausule, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.
Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.