De Rechtbank Noord-Holland heeft op 4 september 2020 uitspraak gedaan over het opeisen van de kindsdelen uit een nalatenschap waarbij de echtgenoot van erflater onder bewind was gesteld.

Verzoekers verzoeken de kantonrechter machtiging te verlenen om over te gaan tot het uitkeren van de kindsdelen in de nalatenschap van de echtgenoot van de erflater.

Opeisen van de kindsdelen uit een nalatenschap waarbij de echtgenoot van erflater onder bewind is gesteld. Voorwaarde bij de opeisbaarheid van de vordering in het testament. Zorgbehoefte.

De rechter oordeelt als volgt.

Blijkens het testament, opgemaakt op 25 september 1986, welke verzoekers bij het verzoek hebben gevoegd, zijn de erfdelen als volgt opeisbaar.

Bij overlijden van betrokkene, wanneer zij in staat van faillissement wordt verklaard, bij haar aanvrage tot surséance van betaling en bij aanvraag van bijstand van de overheid, alsmede bij hertrouwen zonder het maken of handhaven van huwelijksvoorwaarden, inhoudende de uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en van verrekenbedingen, met uitzonderling van die ten aanzien van onverteerde inkomsten.

Bij brief van 6 augustus 2020 heeft de kantonrechter om een nadere toelichting verzocht omtrent de reden waarom de uitkering van de kindsdelen op dit moment dient te geschieden.

Hierop hebben verzoekers als volgt gereageerd.

Betrokkene verblijft momenteel in een verzorgingstehuis waarvoor zij een eigen bijdrage in de zorgkosten betaalt.

De hoogte van deze eigen bijdrage is mede gebaseerd op haar banktegoed, waarvan een groot deel haar feitelijk niet toe komt.

Het betreft hier de erfdelen van haar drie kinderen.

Op korte termijn wordt betrokkene gedwongen te verhuizen naar een andere zorginstelling op basis van intramurale zorg.

Hierdoor zal haar eigen bijdrage aanzienlijk stijgen.

Gelet op de stukken zal de kantonrechter het verzoek afwijzen.

Vast is komen te staan dat de kindsdelen niet opeisbaar zijn.

De kantonrechter acht het derhalve niet in het belang van betrokkene om een dergelijke uitkering te doen.

Door het doen van deze uitkering vermindert het vermogen van betrokkene, terwijl het doen van deze uitkering onverplicht is.

Dat door het doen van deze onverplichte uitkering de hoogte van de eigen bijdrage voor intramurale zorg wordt beperkt, maakt dit niet anders.

Als betrokkene had gewild dat vermogen naar haar kinderen zou gaan in plaats van zou worden betaald voor de zorg, had zij, toen zij hier zelf nog toe in staat was, actie op moeten ondernemen door estate-planning of door het opmaken van een levenstestament.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.