Van onze advocaat kindsdeel. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 27 februari 2018 uitspraak gedaan over een vordering tot verdeling van de ouderlijke woning in een nalatenschap.
Bij de vordering tot verdeling van de woning in een nalatenschap dienen alle erfgenamen als deelgenoten betrokken te worden.
Geïntimeerde, appellant alsmede gedaagden zijn allen kinderen van de vader. Vader en moeder waren gehuwd in gemeenschap van goederen.
Vader is overleden in 2003. Vader heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt inhoudende een zogenoemde ouderlijke boedelverdeling, waarbij alle goederen en schulden werden toebedeeld aan moeder, waar tegenover de kinderen een vordering kregen op moeder ter grootte van ieders erfdeel, vermeerderd met een rente van zes procent per jaar.
Moeder is overleden in 2012. Moeder heeft bij testamenten van 4 mei 2005 en 22 september 2006 over haar nalatenschap beschikt. In deze testamenten worden de erfgenamen benoemd tot gezamenlijk executeur tevens afwikkelingsbewindvoerder. De zes voornoemde kinderen zijn alle voor een zesde deel gerechtigd tot de nalatenschap van moeder.
Na het overlijden van moeder hebben de erfgenamen de hiervoor bedoelde benoeming als executeur aanvaard. Hierna is tussen de drie executeurs en appellant een discussie ontstaan over de wijze van verdeling van de tot de nalatenschap behorende woning.
De erfgenamen hadden gevorderd dat de rechter voor recht zal verklaren dat de woning deel uitmaakt van de gemeenschap van een nalatenschap in de zin van artikel 3:189 lid 2 jo. 3:166 lid 1 BW en dat erfgenamen daarin een gelijk aandeel hebben, en dat zij bij de verdeling daarom ieder aanspraak kunnen maken op 1/6 deel van de waarde van deze onroerende zaak en de erfgenamen zal veroordelen om onder leiding van de executeur afwikkelingsbewindvoerder de verdeling van de nalatenschap af te wikkelen.
De hier aan de orde zijnde kwestie vertoont verwantschap met de vraag in hoeverre een deelgenoot kan beschikken over zijn aandeel in één of meer tot de gemeenschap behorende goederen afzonderlijk.
Voor de bijzondere gemeenschappen als bedoeld in artikel 3:189 lid 2 BW is dit slechts mogelijk met toestemming van de overige deelgenoten (artikel 3:190 lid 1 BW). De bepaling strekt ertoe te voorkomen dat deze – op verdeling gerichte – gemeenschappen zonder toestemming van de andere deelgenoten worden opgelost in een aantal, de verdeling bemoeilijkende kleinere gemeenschappen.
Voor de gewone, uit meerdere goederen bestaande gemeenschappen (artikel 3:166 lid 1 BW) geldt als hoofdregel dat de deelgenoot bevoegd is over zijn aandeel in één, meer dan wel alle tot de gemeenschap behorende afzonderlijke goederen te beschikken, tenzij de rechtsverhouding tussen de deelgenoten zulks belet (artikel 3:175 lid 1 BW).
Met het verweer stellen de overige erfgenamen dat een procedure als de onderhavige een geschil over een rechtsverhouding betreft waarover een rechter niet anders kan beslissen dan in een geding waarin alle bij de rechtsverhouding betrokkenen partijen zijn, daar het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van allen luidt in dezelfde zin (Hoge Raad, 24 december 1982, HR:1982:AG4511).
Ouderlijke boedelverdeling. Vordering tot verdeling van woning. Betrekken van alle deelgenoten in vordering. Processueel ondeelbare rechtsverhouding.
De rechter oordeelt als volgt.
De vorderingen in de onderhavige procedure betreffen een processueel ondeelbare rechtsverhouding.
Het gaat daarbij om een beslissing die in dezelfde zin moet luiden ten aanzien van alle bij de rechtsverhouding betrokkenen. Bij arrest van 10 maart 2017 (HR:2017:411) heeft de Hoge Raad beslist dat in een procedure over een processueel ondeelbare rechtsverhouding alle bij die rechtsverhouding betrokken partijen in de procedure moeten worden betrokken.
Indien daarvan sprake is, kan de rechter slechts een beslissing geven in een geding waarin alle bij de rechtsverhouding betrokken partij zijn zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt.
Laat degene die een beslissing wil uitlokken over een processueel ondeelbare rechtsverhouding na om alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te roepen, dan dient de rechter ook ambtshalve de gelegenheid te geven om de niet opgeroepen personen of persoon alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de ouderlijke boedelverdeling, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur of over een processueel ondeelbare rechtsverhouding in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.