De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft op 3 mei 2019 de overgang van schulden in een de nalatenschap en de rechtsopvolging onder algemene titel in het erfrecht kort uiteengezet.

Schulden van de nalatenschap. Rechtsopvolging onder algemene titel.

Bij erfopvolging is sprake van een rechtsopvolging onder algemene titel (art. 3:80 leden 1 en 2 BW).

Het beginsel van de saisine is in Boek 4 BW in art. 4:182 neergelegd.

De erfgenamen volgen met het overlijden van de erflater van rechtswege de erflater op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap (art. 4:182 lid 1 BW).

De erfgenamen volgen in volle omvang op in de rechtspositie van de erflater voor wat betreft diens vermogensrechtelijke rechtsverhoudingen met derden.

Tevens worden de erfgenamen van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan (art. 4:182 lid 2 BW).

In art. 4:7 lid 1 BW worden de schulden van de nalatenschap opgesomd.

Wat betreft de in art. 4:182 lid 2 BW bedoelde schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan, kan verwezen worden naar art. 4:7 lid 1 sub a BW, alsmede naar art. 4:7 lid 1 sub i BW (quasi-legaten).

De art. 4:7 lid 1 sub i BW-schulden betreffen, net als de schulden van art. 4:7 lid 1 sub a BW, schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan, maar deze hebben een aparte categorie gekregen om ervoor te zorgen dat een onverkorte uitvoering bij voorrang en concurrerend met de ‘echte’ schuldeisers van sub a hier niet plaatsvindt.

Dergelijke schulden worden in art. 4:126 BW gekwalificeerd als quasi-legaten en zo vatbaar gemaakt voor inkorting en vermindering net als legaten.

In het erfrecht geldt als hoofdregel dat alle schulden en plichten uit vermogensrechtelijke betrekkingen van de erflater ongewijzigd op de erfgenamen overgaan.

Er gaat dus in beginsel geen schuld teniet.

Sommige vermogensrechtelijke betrekkingen gaan echter door het overlijden teniet (zoals een arbeidsovereenkomst bij overlijden van de werknemer), en hieruit ontstaan dan in beginsel ook geen schulden meer voor de erfgenamen.

Hieruit voortvloeiende reeds bestaande schulden zullen echter niet tenietgaan, maar gewoon overgaan.

Daarnaast geldt dat sommige schulden zelf tenietgaan en niet vererven zoals hoogstpersoonlijke schulden, bijvoorbeeld een kunstschilder die een portret zou schilderen of een wettelijke verplichting tot betaling van levensonderhoud.

Voor overeenkomsten is in artikel 6:249 BW nog bepaald dat de rechtsgevolgen van een overeenkomst mede gelden voor de rechtverkrijgenden onder algemene titel, tenzij uit de overeenkomst iets anders voortvloeit.

Er kan dus overeengekomen worden dat een overeenkomst en de hieruit voor de erflater voortvloeiende schulden en verplichtingen niet overgaan op de erfgenamen, maar eindigt bij overlijden.

Daarnaast kan ook uit de strekking van de overeenkomst voortvloeien dat de contractuele rechtsbetrekking een persoonlijk karakter draagt of kan de wet voor verschillende bijzondere overeenkomsten (zoals de arbeids- of de huurovereenkomst) van de in artikel 6:249 BW neergelegde regel afwijken.

Met art. 6:249 BW wordt duidelijk gemaakt dat de overeenkomst na het overlijden van een der partijen voortduurt tussen haar erfgenamen en de andere partij en als voorheen bron van verbintenis van vorderingen en verplichtingen blijft.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat kindsdeel over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de schulden van de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het kindsdeel, bezoek dan onze website over het kindsdeel. Klik dan hier.